De Krim is van ons

(Trouw katern Letter&Geest) – Sovjetschrijver Konstantin Paustovski beschreef in 1944 de herovering van de Krim op de nazi’s. Dit – net in het Nederlands vertaalde – verslag roept associaties op met Ruslands ‘bevrijding’ van de Krim in 2014. Toch is er een verschil.

Het is inmiddels bijna tweeënhalf jaar geleden dat de Krim door Rusland werd geannexeerd. En toch staat het nog op muren in Kiev gespoten, op zowel Russische als op Oekraïense propagandaposters gedrukt en duikt het op op twittertijdlijnen van jongeren uit zowel Moskou als Lviv: Krim nasj. De Krim is van ons.

Met zulke woorden wordt niet over de Oost-Oekraïense regio’s Donetsk en Loegansk gesproken. Dit duidt op een verschil. De band die Oekraïne en Rusland met de Krim hebben is emotioneler. En de strijd om het schiereiland, die tegenwoordig vooral in woord gevoerd wordt, gaat niet om wat de inwoners ervan willen. Het is een strijd om herinneringen tussen Oekraïne en Rusland.

>Lees verder

Advertenties

Verraden door kameraden op de Krim

4 juni 2014 (Trouw) – In een buitenwijk van Mikolajev, twee uur rijden van Odessa, staat een verscholen legerbasis. Officier Alexander Valerijovitsj (43) staat er te praten met activiste Valentina Okhlopova (33), die hem sigaretten heeft gebracht.

Valerijovitsj is een boom van een vent, met een zacht gezicht. Hij hoort bij de luchtbrigade van de marine van Saki, op de Krim, maar slaapt nu hier op een veldbed waar de veren uitsteken. Zijn appartement heeft hij vol met spullen achtergelaten, vertelt hij. “We konden maar twee koffers meenemen. Maar ik ben opgelucht dat mijn vrouw en dochter in veiligheid zijn.”

Mikolajev_ alexander en maksim

Er wonen op deze anders leegstaande basis nu driehonderd militairen. Ze hebben het niet breed, maar worden geholpen door de bevolking. Er zijn sms-acties gestart om het leger van materiaal te voorzien en bijna iedere dag komen activisten hun steun betuigen. “Dat bevestigt onze overtuiging dat we de juiste keuze hebben gemaakt”, zegt Valerijovitsj in zijn werkkamertje met gescheurd bloemetjesbehang.

De heldenstatus is een flink verschil met enkele maanden geleden. Toen werden Oekraïense militairen onder één noemer geschaard met politiemannen: corrupte nietsnutten.

Ook de nieuwe president van Oekraïne, Porosjenko, is de verandering opgevallen. Hij beloofde de soldaten beter te betalen en te bevoorraden. “Tijdens mijn presidentiële campagne heb ik gezien dat het Oekraïense leger de afgelopen maanden opnieuw geboren is, ondanks de vernietiging ervan in de laatste decennia.”

De evacuatie van de Krim verliep halsoverkop. Begin maart zagen we de eerste groene mannetjes, vertelt commandant Nikolaj Litvinsjenko (43). Binnen een week vlogen ze met helikopters over en was onze basis geblokkeerd. Vanaf dat moment begonnen de Russen op de Oekraïense militairen in te werken. “Ze probeerden ons over te laten lopen”, zegt Valerijovitsj. Leidinggevenden werden omgekocht met driedubbele salarissen,villa’s en auto’s. “Iedereen praatte er verlekkerd over.”

Op 7 april werd een van Litvinsjenko’s mannen doodgeschoten door de Russen. Toen nam hij het besluit te evacueren. Met vrouwen en kinderen reden ze per auto naar het vasteland. De Russen lieten hen langs, omdat de vluchtende militairen geen wapens hadden en journalisten hadden meegenomen. Litvinsjenko moest wel een busje pepperspray inleveren, vertelt hij grijnzend.

Activiste Valentine lacht niet, maar kijk bewonderend naar hem. En zegt later op de gang: “hij is hiermee tegen de orders ingegaan van Kiev. Dat was dus echt een heldendaad.” De commandant zelf wil hier niet over praten, hij doet het af met de opmerking: “één generaal in Kiev wist er wel van hoor.”

Dat zijn beslissing niet vanzelfsprekend was, blijkt wel uit het grote aantal soldaten dat achterbleef: in totaal liep tweederde van de 18.000 Oekraïense soldaten op de Krim over. Van Litvinsjenko’s negenhonderd man bleven er zeshonderd op de Krim.

Zij hadden verschillende redenen om dat te doen, vertelt Valerijovitsj. Een van zijn beste vrienden heeft een gehandicapt kind en bejaarde ouders, een koophuis en geen familie op het vasteland. “Wat moest hij anders dan blijven op de Krim?

De militairen die vluchtten naar Oekraïne vinden dat hun collega’s die nu voor Rusland werken hun eed hebben gebroken voor geld. Valerijovitsj:  “Ze hadden moeten weten hoe meedogenloos Russen zijn tegen verraders.”

Dat lijkt inderdaad het geval op de Krim. In de Oekraïense media zijn de laatste weken verschillende berichten opgedoken over het lot van de achterblijvers. Volgens een bekende militair journalist zijn enkelen naar de Kaukasus gestuurd en vechten anderen nu voor de Russen in Oost-Oekraïne.

Het verbaast Valerijovitsj niets. De laatste keer dat hij zijn vriend sprak vertelde die dat de Russen hen slecht behandelen. “Voor toelating tot het leger moesten ze een test doen, waar ze massaal voor zijn gezakt. Vrouwen werden überhaupt geweigerd. De soldaten zitten nu werkloos thuis, zonder geld.”

Intussen zijn veel Krimbewoners gevlucht. Informatie over de situatie op de Krim is moeilijk te krijgen: Oekraïners die er achterbleven, durven niet te praten, bang te worden afgeluisterd. Hun leefsituatie op de Krim is sinds de annexatie flink verslechterd. Er gaan lijsten rond met namen van pro-Oekraïense demonstranten en er zijn problemen met water, elektriciteit en betaalverkeer.

Activiste Okhlopova heeft wel en geen medelijden: “Het zijn verraders, maar dit gun je niemand.” Valerijovitsj knikt. “Maar al heroveren we de Krim, ik wil er nooit meer terug. Oude kameraden zijn voorgoed uiteen gedreven.”

Hoe organiseer je verkiezingen in een land dat zo overhoop ligt?

18 mei 2014 (Trouw) – De Krim is geannexeerd, en aan het oosten van het land knagen de ‘separatisten’ aan de  grenzen van Oekraïne, daarbij gesteund door Moskou. Toch zet de regering in Kiev alles op alles om de verkiezingen op 25 mei door te laten gaan. Maar hoe organiseer je verkiezingen in een land dat zo overhoop ligt? Vijf vragen. Lees verder

‘Wij willen alleen rust, en toeristen’

1 maart 2014 (Trouw) Rusland lijkt vastberaden om de Krim niet aan Oekraïne te gunnen. Maar wat willen de gewone Russen die hier wonen?

Terwijl in de centrum de Sovjetvlaggen wapperen en de winkels gesloten zijn, gaat het leven in de buitenwijken van Simferopol gewoon door. In megawinkelcentrum Asjan klinkt harde Ruspop door de speakers en glanst de marmeren vloer zoals altijd.

Maar er zijn ook verschillen. Zo is het ongewoon druk omdat veel mensen vrij hebben vanwege de politieke situatie. En vallen de woorden ‘Maidan’, ‘fascisten’ en ‘autonomie’ vaker dan normaal.

In een overdekt café Panini House in de doorloop bij een telefoonwinkel zitten Gostia Igrisj (20) en Dennis Vaduslavovitsj (21) hamburgers te eten. Ze studeren beide aan de agrarische universiteit in Simferopol. “Het is gek”, zegt Vaduslavovitsj. “Normaal zou ik zeggen dat ik Krimbewoner ben, maar nu zeg ik liever dat ik Russisch ben.”

“Dat komt omdat hij zich wil distantiëren van de rest van Oekraïne”, zegt Igrisj. “We willen toch geen deel uitmaken van een land dat door radicalen bestuurd wordt?”

“Nee zeg”, zegt Vaduslavovitsj hoofdschuddend.

Toch staan beiden niet te demonstreren in het centrum. “Daar heb ik geen zin in”, zegt Vaduslavovitsj. “Ik begrijp het ook niet helemaal. Rustig blijven past beter bij ons op de Krim. Die demonstranten lijken nu een beetje op die gekken uit Lviv. Uit het referendum gaat toch wel komen dat we meer autonomie krijgen, waarom zou je daar gaan staan?” Igrisj knikt.

Oorlogstaal
Een paar meter verderop is een echtpaar het minder eens. Zij is Oekraïense en hij Rus en de situatie op het schiereiland heeft de verhoudingen in hun relatie op scherp gezet, vertelt Tonia Vavlenko (26).  “Natuurlijk doe ik ook afstand van extreemrechtse partijen zoals Svoboda”, zegt ze tegen haar man. “Maar je weet ook wel dat niet iedereen zo radicaal is in Kiev. Ik word zo moe van die oorlogstaal. We horen bij de Krim. En de Krim hoort bij Oekraïne.”

“Dat weet ik nog niet zo zeker”, zegt Vladimir Vavlenko. “Ik vertrouw de Oekraïners hier wel, maar die uit Lviv niet. Wat als die radicalen meer macht krijgen dan je denkt?”

Dat is ook de zorg van de eigenaar van het café, die een tafel verderop achter zijn laptop aan zijn boekhouding werkt, en zich ermee bemoeit. “Natuurlijk zijn er niet alleen fascisten in Kiev,” zegt deze Artjom Spevtsjoek (37). “Maar we zouden kunnen lijden onder een nieuwe regering. Dat is geen rare gedachte, het is namelijk eerder gebeurd.”

Vavlenko en Spevtsjoek verwijzen naar de periode na de oranjerevolutie, toen President Joesjenko een Oekrainificatie-beleid doorvoerde. Het Oekraïens werd hierdoor de belangrijkste taal in heel het land. “Dat voelde als onderdrukking”, zegt Spevtsjoek. “Iedereen spreekt hier Russisch. En ineens moesten we films in het Oekraïens kijken en alle documenten in het Oekraïens invullen. Het is niet dat we het Oekraïens zo haten, ik spreek het vloeiend. Maar gaat om het gevoel dat zij in Kiev ons iets opleggen.”

Tweede Kosovo
Precies, zegt Vladimir Vavlenko tegen zijn vrouw. “Wat als dit nu weer gebeurt. Wat als Kiev een pact met Europa sluiten? Ik wil niet bij Europa horen, dan komen er misschien wel geen Russische toeristen meer naar de Krim.” Zijn vrouw Tonia denkt even na. “Ik wil ook geen Europese Krim. Maar ik weet ook niet wat we moeten doen om ervoor te zorgen om te blijven zoals het nu is. Als we voor meer autonomie stemmen zou dit goed kunnen betekenen dat we richting Rusland drijven, want we zijn te klein om het echt alleen te doen.”

Ze zucht. “Waren we maar groter, dan hadden we nu dit probleem niet.”

Zo denken meer mensen erover. Omdat de Krim vanwege de positie geopolitiek interessant is en vanwege de grootte afhankelijk, is het gebied een speelbal geworden. Iets waar de schiereilandbewoners niet zo van houden. ‘Laat ons toch met rust, het was goed zoals het was’ is een veel gehoorde uitspraak. Of: ‘Als we maar geen tweede Kosovo worden.’

Dat laatste is onwaarschijnlijk, aldus café-eigenaar Spevtsjoek. “Mensen laten zich bang maken door de aanwezige militairen, maar we zijn er zelf ook bij. Krimbewoners zijn vreedzame mensen. Het is chaos, en dan gaan dingen die normaal niet zo belangrijk zijn – zoals taal en etniciteit – ineens een rol spelen. Maar we zullen niet de wapens opnemen tegen elkaar. We willen hetzelfde: rust en veel toeristen in de zomer.”

‘Wij Tataren hebben alleen Oekraïne als vaderland’

28 februari 2014 (Trouw/ De Tijd) “Weg met de fascisten uit Kiev”, klinkt het in het centrum van Simferopol, “wij horen bij Rusland!” In de hoofdstad van het Oekraïense schiereiland Krim zijn etnische Russen in de meerderheid, en dat laten ze horen ook.

Pro-Russische demonstranten verzamelen zich bij twee overheidsgebouwen die gisteren door gewapende mannen werden bezet. De bezetters hebben een Russische vlag opgehangen en er staan Russische militairen paraat. De demonstranten voelen zich veilig genoeg om de politiebarricades te passeren en rond de gebouwen te lopen.

Krim-Tataren daarentegen laten zich nauwelijks zien. De islamitische minderheid die op het Oekraiense schiereiland ruim 10 procent van de bevolking uitmaakt, is door de voorzitter van de Tataarse partij Refat Tsjoebarov opgeroepen binnen te blijven. Met zoveel Oekraïense en Russische troepen is de sfeer op straat te gespannen.

Ilias Smajilov (34), zijn vrouw Goelafroes (31) en hun drie kinderen hebben het advies opgevolgd. “Ik heb gisteren wel gedemonstreerd”, vertelt Smajilov. “Met een vlag ‘Wij zijn Oekraïens en willen bij Oekraïne horen’, stond ik tegenover de mensen uit mijn eigen stad.” De familie zit in de keuken van de flat, net buiten het centrum, en volgt het nieuws op de Tataarse televisiezender. De souvenirkraampjes die de Smajilovs normaal beheren zijn vandaag dicht, net als veel winkels en de universiteit.

“Wij zijn hier niet geboren”, vertelt Goelafroes. “Ilias komt uit Kazachstan en ik uit Oezbekistan.” Maar hun families komen wel degelijk uit de Krim. “Onze grootouders zijn door Stalin gedeporteerd”, zegt Ilias. “Begin jaren negentig keerden de families terug uit de verbanning. Na een periode van scepsis zijn we door de Oekraïners opgenomen. We leven ons leven, bemoeien ons niet te veel met het openbare leven, en worden geaccepteerd.”

Nu is Goelafroes bang dat de geschiedenis zich herhaalt. “Zelfs als Poetin ons niet deporteert, wil ik niet in zijn land wonen. We zullen er gediscrimineerd worden. Ze hebben al zo veel etnische minderheden, en willen er niet nog eentje bij. En wij kunnen nergens heen; de Grieken hier kunnen nog naar Griekenland, en de Armeniërs naar Armenië, maar wij hebben geen eigen land. Dit is ons enige vaderland.”

“Zo ver is het nog niet”, zegt haar man. “Die mensen op straat zijn alleen bang voor nationalisten in Kiev. Ze menen niet wat ze zeggen.”

Maar heel bang komen Alexander en Oleg niet over, twee Russen van middelbare leeftijd die bij het parlement staan. “Het bezetten van de overheidsgebouwen was een goede actie”, zegt de eerste rustig. Hij draagt een oranje-zwart lint, een verwijzing naar het Rode Leger. “Janoekovitsj is nog steeds onze president”, zegt zijn vriend Oleg. “Die radicalen in Kiev noem ik geen parlement. Ze zijn illegaal aan de macht gekomen, want Janoekovitsj heeft de grondwetswijziging niet ondertekend. Het zou goed zijn als Poetin ingreep, we hebben orde nodig in deze chaos.”

De mannen willen hun achternaam niet geven. “Jullie westerse journalisten verdraaien de waarheid. Dat jullie naar het fascistische kabinet in Kiev luisteren bewijst dat wel”, zegt Alexander. “Die fascisten hebben eerder toch ook gebouwen bezet, en nu is het ineens een provocatie omdat wij het doen?”, zegt Oleg. Alexander knikt. “Ze meten met twee maten. De Krim moet een referendum houden over de toekomst”, zegt hij.

Die wens wordt later op de dag werkelijkheid als het parlement bekend maakt dat er een referendum komt. “Daar zal uitkomen dat we weggaan bij Oekraïne en bij Rusland gaan horen”, aldus Alexander.

“Een referendum?”, vraagt Ilias Smajilov in zijn keuken, “dat is het laatste wat ik wil.” De Tataar is bang dat de meerderheid van de etnische Russen op het eiland weg wil van Oekraïne. “Dat referendum zal het belangrijkste moment in ons leven worden”, aldus Ilias. “Als we bij Oekraïne blijven horen, zal onze gemeenschap hiervan leren en politiek actiever worden. Als we verliezen, betekent dit een nauwere samenwerking met Rusland. Veel van ons zullen vluchten. Misschien naar Turkije of Griekenland.” Zijn vrouw zucht. “Als de Russen nu eens inzien dat we op de Krim eigenlijk allemaal naar hetzelfde streven. Waarom verdeeldheid zaaien als iedereen hetzelfde wil: Russisch spreken en stabiliteit.”

Dansen in een string en even niet denken aan Poetin

14 augustus 2012 (Trouw) -Een uitbundige Rus in een leren string staat te praten met een Canadees met een gitaar. “Jij naam? Jij vandaan?” De Engelsman antwoordt in volzinnen en de Rus kijkt verward. Hij haalt zijn schouders op. “Jij wodka?” Ze verdwijnen samen op de dansvloer. ’s Ochtends zie ik ze weer, ze slapen hun roes uit op het strand. Een vrouwtje met de hoofddoek ruimt de rotzooi op om hen heen en probeert ze niet wakker te maken.

 De jongeren hebben elkaar gevonden op Kazantip, het grootste elektronische muziekfestival van Oost-Europa. Op een strand van Popovka, een slaperig dorpje op de Krim in Oekraïne, komen jaarlijks 160.000 jongeren – voor het merendeel Russen – feesten tussen de palmbomen en vreemde roestkleurige en witte bouwwerken. Er zijn 6 podia, 30 barretjes en de dj’s draaien dag en nacht, vier weken lang.

Voor veel bezoekers is het festival meer dan een lange rave. Het is een enclave waar andere wetten gelden dan thuis. Een maand lang laten ze zich van hun exhibitionistische kant zien. Ze hijsen zich in gekke kostuumpjes en zijn losser en vriendelijker dan anders. Op Kazantip ontsnappen ze aan de politieke werkelijkheid in de ex-Sovjetlanden, waar het leven de afgelopen jaren minder vrij geworden is.

Niet voor niets is het festival vormgegeven als republiek. De entreekaarten heten visa, de organisator wordt president genoemd en er is zelfs een grondwet. “De republiek is een utopische maatschappij, gericht op het bereiken van het onmogelijke – vrijheid van sociale, politieke en historische clichés, burgerschap, democratie, cultuur en orde”, staat daarin geschreven. Het mantra: “voor leven zonder broek en zomer over de hele wereld.”

Af en toe kom je ook een Nederlander tegen. Ernst Koppen (25) uit Tilburg valt op met zijn blonde haar en lange zwembroek. “Die Russen hebben allemaal van die kleine broekjes aan. Zelfs de mannen lopen in string.” Hij grijnst. “Verder is het niet zo extreem als ik dacht. Ik hoorde dat iedereen naakt was en seks zou hebben waar je bijstond. Maar dat valt reuze mee, ik heb nog maar één blote man gezien.”

Hij is hier voor drie dagen met een groep vrienden. “We wilden iets exotisch. En het bevalt heel goed. Overdag ligt iedereen op het strand te chillen. En de muziek is goed.” Zijn vriend Ruben van de Waal (25) beaamt dit. “Je hebt hier alles: van elektro tot minimal, goa, house en zelfs hardcore. Ik ken geen enkele dj van naam maar ze draaien beter dan ik ooit in Nederland heb gehoord. Als je een tent binnenkomt dan ramt het erin.”

Het enige wat Koppen jammer vindt, is dat je niet met die Russen kunt praten. “Ik dacht dat ze wel Engels konden, maar nee. Best lastig bij de meisjes ook.” “Oja?” zegt Van de Waal plotseling. “Daar leek jij gisteren anders weinig last van te hebben.” Zijn vriend bloost. “We hebben nauwelijks gepraat.”

Aan liefde op Kazantip geen gebrek. Omdat het festival 20 jaar bestaat kun je er dit jaar zelfs trouwen. Bij de ingang staat een enorme toren die stelletjes kunnen beklimmen om bovenin in het echt te worden verbonden. Honderden staan in de rij in allerlei ludieke bruidsmode waar veel thule bij te pas komt. Terwijl in Oekraïne een maand geleden nog een wet in het parlement lag die homo-uitingen wilde  verbieden, is op het festival ook het homohuwelijk toegestaan. Twee jongens in gouden bruidsjurken krijgen groot applaus als de een de ander de toren opdraagt.

Masha (24) Petrova komt net terug van de ceremonie. Ze staat met haar rode stiletto’s in het zand en heeft een bruidsbloem in haar haar. Haar vriend Dimitri Aleksandrovitsj (23) staat naast haar in een zwembroek met een stropdas gemaakt van Hawaiiketting. Op zijn buik is een bruidsjasje geschminkt. Jammer dat ons huwelijk in Moskou niet geldig is, lacht Petrova. “Misschien is dat maar beter zo”, zegt Aleksandrovitsj met een frons. Zijn kersverse bruid slaat hem op zijn achterhoofd.

Het stel komt hier al jaren. “Het is wel veranderd”, vertelt hij. “Een paar jaar geleden waren hele gedeeltes alleen voor VIP’s beschikbaar. Toen moest je een foto opsturen en werd aan de hand daarvan bepaald of je knap genoeg was om binnen te komen”, zegt hij. “Of rijk genoeg. Bij die podia zag je allemaal oligarchen met hun meisjes. Nu kan iedereen komen.

Dat is relatief, want normale Oekraïners kunnen zich de prijzen hier nauwelijks veroorloven. De jongeren die hier komen zijn over het algemeen van rijke ouders of werken er jarenlag hard voor. Ze huren een villa of een kamer bij een familie in een van de dorpjes in de buurt. Op de marktjes worden Timosjenko-maskers met bijpassende vlechtenkrans verkocht, maar niemand koopt ze. De bezoekers geven hun geld liever uit aan gebatikte lampenkappen, lachgasballonen en gele Kazantipzwembroekjes.

In de Heaven bar, voorheen VIP-gebied, staan grijsaards met zonnebrillen en twintig man bewaking. Als iemand een foto maakt, wordt hem dringend verzocht deze te wissen. Toch laten ook deze types zich op Kazantip van hun beste kant zien. “Helemaal uit Nederland? Klasse zeg. Wil je een whisky cola?” Zijn modellenvriendin lacht me vriendelijk toe.

Op de laatste avond vindt op het strand een afsluitingsceremonie plaats. De president staat in een hippiegewaad op een ijzeren boog en slaat op een gong terwijl naast hem twee meisjes met wierookstokjes wapperen. De bezoekers laten ballonnen op. Daarna begint een feest met een megalomane lasershow.

Het is opvallend hoe goed alles geregeld is op Kazantip. Er is wc papier, goed eten, de stroom valt nooit uit, geen corrupte politieagente te zien, de zon schijnt en de zee is knalblauw. Een paradijsje, je vergeet bijna even dat je in Oekraïne bent. Van der Waal is het ook opgevallen. “Als twee werelden naast elkaar. Binnen is alles goed voor elkaar, net een westers festival. Daarbuiten is het een zooitje, waar niets werkt en mensen tussen de geiten leven.”

‘Ik probeer niet met jongens te dansen’

19 juni 2012 (Trouw) – Hoe denkt, leeft en voelt de jeugd in een land als Oekraïne, klem tussen Oost en West, aan de rand van Europa? Vandaag het slot van de vierdelige serie: Zemine, een Tataarse van de Krim.

“Weet je wie er, naast Joden, nog meer sluw zijn? Tataren. Zij zijn alleen minder gevaarlijk, want ze zijn dommer”, zei een oud vrouwtje uit Kiev pas tegen me. Zemine Joesoevova schiet in de lach. “Dat soort vooroordelen hoor ik wel vaker. Ach, stereotypes heb je overal.”

Joesoefova (20) is een Krimtataarse en maakt deel uit van een gemeenschap moslims die in het zuiden van Oekraïne op het schiereiland Krim leven. Ze spreken hun eigen taal, het Krimtataars, dat een beetje op Turks lijkt. De moslims, voor het grootste deel soennieten, zijn afstammelingen van islamitische nomadenstammen die zich in de veertiende en vijftiende eeuw op het zonnige schiereiland vestigden.

Ze heeft iets Turks in haar gelaatstrekken, maar als ze je op straat voorbij loopt in haar lange bloemenjurk, kan ze ook voor een Oekraïense doorgaan. We hebben afgesproken in een restaurant in Simferopol waar de serveersters traditionele Krimtataarse hoofddoeken dragen, met een hoedje eronder. Joesoefova draagt er geen. “Nog niet, pas als ik er echt klaar voor ben. Ik moet me nog meer in de cultuur, de taal en de Koran verdiepen.”

Het moet moeilijk zijn om moslim te zijn in het xenofobe Oekraïne. Joesoefova vindt het wel meevallen. “Alle religies floreren nu, want het mag weer. Bovendien wonen wij hier allemaal bij elkaar dus kunnen we gewoon aan onze regels houden. Voor mijn oma was het veel moeilijker. Zij werd in 1944 gedeporteerd naar Oezbekistan.”

Dat gebeurde na de Tweede Wereldoorlog. “Onze mannen kwamen terug van het front waar ze vochten in het Rode leger en werden direct met hun families op de trein gezet naar het oosten. Ze hadden 15 minuten om hun spullen te pakken en werden meer dan twee weken in een trein opgesloten. Zonder vers water en er was maar een wc per treinstel. Bijna een derde van hen is onderweg gestorven aan allerlei gruwelijke ziektes.”

Stalin beschuldigde de Tataren van samenwerking met de Duitsers. Joesovova weet wel beter. “Sovjet-propaganda. Krim was een interessante positie voor zijn vloot en hij moest plek creëren. Ons volk was een gemakkelijk doelwit. We werden binnen enkele dagen met honderdduizenden gedeporteerd.”

Haar ouders zijn in Oezbekistan geboren. “In een armoedig hutje. Er was daar niets toen mijn grootouders daar aankwamen. Geen huizen, elektriciteit niets. Oma vertelt dat het er altijd sneeuwde. Door de vele wolven was het moeilijk hout te vinden. Pas na een paar jaar konden onze mensen iets opbouwen. Toch wilden ze altijd terug naar Oekraïne. Dat was ons huis.”

In 1991 keerden Joesoefovas ouders terug, met zo’n 250.000 andere Krimtataren. “Evenveel mensen moesten daar blijven, en leven er nog steeds in ballingschap. Degene die naar de Krim terugkeerden, vonden hun huizen door Russen bewoond. We wisten dat hiertegen vechten weinig zin had en hebben toen een dorp gesticht in het deze regio, Buuk-Onlar heet het.

Deze verhuizing is essentieel geweest voor haar identiteit, denkt Joesoefova. “Ik heb Tataarse taal en cultuur kunnen studeren en weet veel meer van onze cultuur dan bijvoorbeeld mijn ouders. Daar leef ik ook meer voor dan zij, door bijvoorbeeld als onderzoeker bij onze eigen radiozender te werken. De huidige generatie zorgt ervoor dat onze cultuur weer floreert.”

Later die dag neemt ze me mee naar een jongerenbijeenkomst van de lokale Tataarse autoriteiten. Daar verzamelt vandaag de commissie die herdenkingsdagen organiseert. Joesoefova luistert geboeid als de lokale leider vertelt waarom de islam op dit moment zo hard groeit over de hele wereld. “De christenen vercommercialiseren hun kerk. De priesters verrijken zichzelf. Ze krijgen waarschijnlijk betaald per lid dus proberen iedereen de kerk binnen te lokken. De Islam is het enige geloof dat puur gebleven is. Daarom heeft zelfs Neil Armstrong zich tot ons bekeerd”, preekt de man. De jongeren knikken.

Joesoefova is het met hem eens, maar denkt dat het opbloeien van religies ook te maken heeft met nieuw verworven vrijheden. “De huidige generatie is veel fanatieker dan de vorige. Mijn ouders zijn opgegroeid in de Sovjet-Unie dus mijn moeder draagt geen hoofddoek. In Oezbekistan werden ze op school gedwongen tijdens de Ramadan te eten, zelfs varken. Logisch dat ze daar nu minder waarde aan hechten. Hoewel ze het wel met alles eens is dat ik doe.”

De religieuze opleving zie je ook bij andere kerken. “Bij de oosters orthodoxe kerk en bij de katholieken zijn ook veel fanatieke jongeren. Dat brengt geen wrijving tussen religies teweeg, juist begrip. Het zijn allemaal jongeren met principes, dat is goed want zij begrijpen ook mijn keuzes beter. Op een paar haters na dan, maar dat zijn uitzonderingen.”

Joesoefova ziet überhaupt weinig verschillen tussen haarzelf en andere Oekraïense meisjes. “Goed, ik drink geen alcohol en rook niet, maar verder ben ik hetzelfde. Ik keek bijvoorbeeld vroeger gewoon naar Argentijnse soaps als Rebelde Way, zoals iedereen hier.”

Of wij ook zulke korte rokjes aan mogen?” Ze lacht. “Ik doe het niet maar mijn vriendinnen wel hoor.” Ook qua huwelijksplanning verschilt ze weinig met haar landgenoten. “Ik wil graag binnen nu en vier jaar trouwen. Niet dat ik actief op zoek ben, maar hou wel mijn ogen open voor een leuke jongen in de gemeenschap.”

Maar dat gaat wel anders dan op de wilde Oekraïense feestjes waar de wodka rijkelijk vloeit, want in de Krimtataarse gemeenschap dansen de vrouwen en mannen apart.” Onder jongeren worden wel andere feesten georganiseerd, vertelt ze na lang aandringen. “Daar dansen ze wel samen.” Ze wordt rood, “Maar ik probeer dat niet te doen.”

Mag ik jou ook wat vragen?” Joesoefova kijkt verlegen. “Hoe weet jij dat wij gescheiden dansen en wat ramadan betekent?” Als ik haar vertel dat er in Nederland op school godsdienstlessen over gaan en de kranten er vol mee staan, valt haar mond open. “Ik heb wel een paar vrienden die niet Krimtataars zijn. Maar die zijn niet geïnteresseerd in mijn geloof. Ik vertel daar niet over en zij vragen er niet naar. Wat dacht je dan dat ze met mij de ramadan zouden vieren? Ik zou dat best leuk vinden, maar dat zouden ze nooit doen.”

Hoewel ze het geen discriminatie wil noemen, kent ze wel wat voorbeelden waarbij Krimtataren werden benadeeld. “Mijn zus kreeg een baan niet, omdat ze Krimtataarse is. Ze is chemicus dus solliciteerde bij een farmaceutisch bedrijf. Ze was door naar de volgende ronde, maar kreeg ineens te horen dat ze afgevallen was. Via via kwam ze erachter dat het vanwege haar achtergrond was. Maar in haar gezicht zeiden ze dat ze te weinig ervaring had.”

Joesovova glimlacht. “Ze was wel boos ja. Maar erger is dat we nergens gebedsruimtes hebben en onze feestdagen gesaboteerd worden. We verzamelen ieder jaar bij de Sjatirdag-berg om de deportaties te herdenken. Vorig jaar heeft iemand er een kruis neergezet. Dat is natuurlijk beledigend, maar we halen het niet weg. We weten dat we een minderheid zijn in een niet-islamitisch land, dus daar gedragen we ons ook naar.”

Maar is het niet beter om te vechten voor je minderheidsrechten? “Misschien. Het zou voor iedereen het beste zijn als de Krim onafhankelijk zou worden. Op het eiland accepteren de niet-moslims ons. Als we onafhankelijk zouden zijn hoeven we onszelf niet langer over te leveren aan de grillen van politici daar ver weg in Kiev, zij zijn alleen maar bezig met hun eigen belangen en talenkwesties.”

Joesoefova is even stil. “Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht. Jij noemt het discriminatie, maar wij accepteren dit gewoon. Het belangrijkste voor mij is mijn geloof, maar op de tweede plaats staat wel mijn land. Natuurlijk kan ik ook naar Turkije verhuizen. Mijn ouders hadden ook in Oezbekistan kunnen blijven, maar dit is waar we thuis horen.”

Deze serie kwam tot stand met een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl)