Vast in een minirepubliek, maar spijt hebben ze niet

(Trouw) – Het conflict in Oekraïne heeft inmiddels aan bijna 10.000 mensen het leven gekost, zo maakte de VN deze week bekend. Het geweld laaide de afgelopen week weer op. Correspondent Fleur de Weerd portretteerde een separatistengezin in Donetsk, dat teleurgesteld is in de huidige impasse, maar toch geen spijt heeft.

Ze hadden zich hun leven anders voorgesteld toen ze stemden voor aansluiting bij Rusland. Nu leven ze in een geïsoleerd gebied met slechte wegen, nauwelijks handel, een avondklok en overal militairen. Maar ze staan achter hun beslissing.

>Lees verder

De prijs van vooruitgang

 (Trouw, de verdieping) – Oekraïense economen zijn voorstander van het EU-associatieverdrag. Maar ze zijn verdeeld over de vraag of het Oekraïne daadwerkelijk welvarender maakt. ‘Zijn we er wel klaar voor?’

In Droezi, een hip cafeetje in Kiev met veel superfood op de kaart zit econoom Taras Katsjka, ombudsman voor belastingzaken en mede-auteur van het EU-associatieverdrag. Glunderend vertelt hij. “Het verdrag biedt ons enorme mogelijkheden. Het opent niet alleen de Europese markt voor ons, maar ook die in China en het Midden-Oosten. Het is alsof de EU garant voor ons staat en iedereen met ons zaken wil doen.”

>Lees verder

Ligt een Oekraïens faillissement op de loer?

14 december (Trouw) – Terwijl het centrum van Kiev telkens weer volloopt met demonstranten, valt onder economen steeds vaker het woord faillissement als er over Oekraïne wordt gesproken. Vijf vragen over waarom het land aan de rand van de financiële afgrond staat.

Wat zijn de financiële problemen van Oekraïne?

Zoals een huishouden dat meer geld uitgeeft dan er binnenkomt, importeert Oekraïne al jaren meer dan het exporteert. Op dit moment heeft het land een tekort van 13,4 miljard dollar op de lopende rekening. Al jarenlang leent Oekraïne in het buitenland om dit tekort recht te trekken. Al deze leningen hebben het land een schuldenberg van 137 miljard dollar (99 miljard euro) opgeleverd, de rente en aflossing hierover zijn volgend jaar 23 miljard dollar. Het dichten van de gaten wordt moeilijker. “Beleggers hebben minder vertrouwen in Oekraïne. Daarom lopen de rentes voor leningen aan Oekraïne op”, zegt analist Arjen van Dijkhuizen van ABN Amro. Doormodderen kan niet lang meer. “Ze moeten snel orde op zaken gaan stellen”, aldus van Dijkhuizen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Slecht economisch beleid en mismanagement, zijn termen die analisten gebruiken. “Het land is corrupt en politici gaan meer voor hun eigen belang dan voor dat van het land”, zegt analist Ashwin Matabadal van de Rabobank. “Politieke clans blokkeren noodzakelijke hervormingen”, voegt Van Dijkhuizen toe.

Zo geeft de overheid het volk bijvoorbeeld goedkoop gas door het flink te subsidiëren. Maar intussen kopen ze duur gas in Rusland. Ook de koppeling van de munteenheid grivna aan de dollar is problematisch. De koers is te hoog, waardoor de export duur is. De import is relatief goedkoop en dat houdt de binnenlandse prijzen laag.

Hoe groot is de kans op een faillissement?

President Janoekovitsj heeft genoeg buitenlandse reserve om zijn land dit jaar voor een faillissement te behoeden. Maar volgend jaar zijn er weer verschillende deadlines.

De meningen verschillen of een faillissement er daadwerkelijk aan zit te komen. Op de financiële markten wordt het risico heel hoog ingeschat, zeggen de analisten.

Volgens Kilian Wawoe, een voormalig bankier die veel in Oekraïne werkt, houden ook veel bankiers ter plekke daar rekening mee. “Zij zien geen andere uitweg. Maar anderen denken dat er hulp komt.”

Wie zou er hulp kunnen bieden?

Grofweg kan Janoekovitsj bij drie partijen aankloppen. Bij China, dat in ruil voor steun grondstoffen zoals metaal wil. Bij Rusland, dat onder meer zeggenschap wil over de gasleiding die door Oekraïne naar Europa loopt. Of bij het IMF. Van die laatste kreeg Oekraïne altijd al leningen, maar het IMF draaide in 2011 de kraan dicht.

Als Janoekovitsj geld van het IMF wil, zal hij moeten hervormen. Veel analisten denken dat hij uiteindelijk overstag zal gaan. Zo ook Rabo-analist Matabadal. “Omdat zij als enige de Oekraïense economie weer gezond willen maken. Ik denk dat Janoekovitsj de drie tegen elkaar uitspeelt om de voorwaarden te versoepelen en dan voor het IMF gaat.”

Maar dat zal niet zomaar lukken. Het IMF eist bijvoorbeeld dat de gassubsidie wordt afgeschaft. Een andere eis is dat Oekraïne de grivna loskoppelt van de dollar. Dit betekent devaluatie. Goed voor de export, maar de prijzen in het land zullen stijgen. Beide maatregelen zijn politiek moeilijk door te voeren, want op korte termijn funest voor de arme Oekraïense burgers.

En wordt Rusland dan niet boos?

Dat zit er dik in. Hoe dat eruitziet bleek in augustus toen Rusland een week lang goederen uit Oekraïne tegenhield vanwege het aanstaande akkoord met de EU.

Wawoe denkt dat veel mensen, ook de demonstranten, zich niet realiseren hoe belangrijk Rusland is voor de Oekraïense economie. “Er zitten hier amper nog Europese bankiers, de banken worden allemaal door Russen en Oekraïners overgenomen. Als de export naar Rusland wegvalt, verliezen 1 miljoen mensen hun baan. Het is een enorm fragiele situatie.”

Goedkoop merk spint garen bij crisis

12 november 2013 (Trouw) – Het ziet er aan de oppervlakte wellicht gezellig uit, maar er woedt een bloedige strijd in de Nederlandse winkelstraten. Niet alleen de lage koopkracht en de opkomst van webwinkels, maar ook de expansiedrift van internationale prijsvechters zoals H&M en Primark drukt de kleintjes uit de markt. Grote winkels, lage prijzen en assortimenten die van week tot week veranderen, zijn in de strijd om de consument steeds belangrijker geworden.

‘Fast fashion’ heet de boosdoener in modejargon. Zara en H&M hebben de snelheid in mode geïntroduceerd, vertelt Dirk Mulder van ING die voor de bank een rapport schreef over de veranderende modemarkt. “Ze hebben de keten efficiënter gemaakt. Ze hebben niet alleen winkels, maar ook ontwerpers en fabrieken in eigen bezit of dicht aan zich gebonden. Hierdoor kunnen ze trends oppikken en snel van collectie wisselen.”

De tijden van alleen een zomer- en wintercollectie zijn voorbij, volgens de econoom. “Zara kan binnen 15 dagen een nieuw kledingstuk in de schappen hebben liggen. Je moet er op tijd bij zijn, want er hangt zo weer iets anders. Hierdoor ontstaat bij consumenten een gevoel van exclusiviteit. Je moet telkens binnenlopen, omdat je anders iets mist. Zo heeft Zara de uitverkoop min of meer afgeschaft.” En lokale concurrenten hebben het nakijken

De omzet van kledingwinkels in Nederland is dit jaar voor de tweede keer flink gedaald. Volgens ING zal ook volgend jaar de omzet afnemen. Daarmee zal in 2014 het totale verlies in omzet voor kledingwinkels ten opzichte van 2007 op 15 procent uitkomen.

De cijfers bevestigen hoe heftig het eraan toegaat. Wanneer we 2012 met 2007 vergelijken, is het aantal opheffingen van kledingwinkels verdubbeld (2530 in 2012 tegen 1336 in 2007). Tegelijkertijd zijn er zo veel nieuwe winkels bijgekomen dat het totale aantal winkels in Nederland gelijk is gebleven.

De snelle modemerken weten namelijk de crisis in hun voordeel te laten werken. Consumenten willen juist nu goedkope kleding. Vooral het middensegment in de markt heeft onder de bezuinigingsdrift te lijden. Merken als Primark – dat het hardst groeit in Nederland – profiteren van de faillissementen. Door de toenemende leegstand in de steden kunnen zij goedkoop voet aan de grond krijgen of uitbreiden. En er komen steeds nieuwe merken bij: de populaire Amerikaanse en Britse merken Forever 21 en Topshop hebben aangekondigd volgend jaar in Nederland winkels te gaan openen.

Het extreme karakter van de snelle ketens heeft echter ook een keerzijde. Snel kleding produceren tegen zeer lage kosten legt een grote druk op de productieketen. Zeker in landen als China en Bangladesh, waar werknemers tegen lage lonen vele uren draaien om deadlines te halen. “De hoge eisen in combinatie met grote aantallen leveranciers en onderaannemers in arme landen kan ertoe leiden dat ethische grenzen worden overschreden”, schrijft ING. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot rampen, zoals het instorten in april dit jaar van een fabriek in Bangladesh. “Als de fast fashion zo blijft groeien zal dat druk zetten op het milieu, op grondstoffen en arbeidsomstandigheden”, aldus Mulder.

Het is goed mogelijk dat de invloed van de megawinkels inderdaad blijft groeien, denkt hij. Dit is dan ook een van de toekomstscenario’s voor 2025, die hij in het rapport beschrijft. Het tweede scenario is iets vrolijker: ‘consuminderen’ wordt de nieuwe trend. De consument realiseert zich dat goedkope kleding geen beste effecten heeft en is bereid een hogere prijs te betalen.

De waarheid zal volgens Mulder ergens in het midden liggen. Goedkoop blijft aantrekkelijk, maar hij ziet tegelijkertijd dat in Amerika en Engeland de goedkope megamerken in populariteit dalen. “We horen steeds meer van consumenten dat ze kleding willen, die niet na twee keer dragen uit elkaar valt. Ik verwacht dat net zoals bij voedsel, consumenten steeds kritischer en bewuster worden.”

‘We zitten nog maar in 1931’

4 augusts 2011 (Trouw) – De grote depressie is pas net begonnen. De eurocrisis en de angstige beurzen zijn reden voor vooraanstaande economen als Paul Krugman om de vergelijking met rampjaar 1937 te maken, toen de crisis van de jaren dertig een dieptepunt bereikte. Maar economisch historicus Jan Luiten van Zanden is nog pessimistischer. “We zitten nog maar in 1931.” Lees verder

Marketingterror werkt: Zalando

21 juli 2011 (Trouw) – Wie één keer schoenen in de webshop bekijkt, wordt vervolgens door het schoeisel overal op het internet achtervolgd. Muiltjes of gympen verschijnen op Facebookpagina’s en naast e-mailboxen. “Zalando stalkt me op internet”, klinken de klachten op Twitter. “Ach, ze bezorgen wel binnen 3 dagen”, reageert een ander. Lees verder