Met schuldgevoel, maar toch weg uit Oekraïne

24 februari 2016 (de Groene Amsterdammer) – Twee jaar na de revolutie in Kiev is van de belofte van een betere toekomst niet veel terechtgekomen. Nog steeds is Oekraïne in de greep van corruptie en passiviteit. En nog steeds willen veel jongeren het land verlaten.

Mijn Oekraïense vriendin Julia Yatsenko (30) zit in haar appartement in Berlijn en zucht. ‘Ik ben blij dat ik weg ben. Weg van de oorlog. Het is beter zo. Echt.’ Haar ogen zijn gericht op haar laptopscherm, dat is gevuld met analyses van de nieuwste regeringscrisis en van het spaak lopen van de hervormingen in Oekraïne. ‘Daarom dus’, zegt ze. ‘En toch voel ik me schuldig dat ik ben gegaan.’

>Lees verder

Advertenties

‘Wij willen alleen rust, en toeristen’

1 maart 2014 (Trouw) Rusland lijkt vastberaden om de Krim niet aan Oekraïne te gunnen. Maar wat willen de gewone Russen die hier wonen?

Terwijl in de centrum de Sovjetvlaggen wapperen en de winkels gesloten zijn, gaat het leven in de buitenwijken van Simferopol gewoon door. In megawinkelcentrum Asjan klinkt harde Ruspop door de speakers en glanst de marmeren vloer zoals altijd.

Maar er zijn ook verschillen. Zo is het ongewoon druk omdat veel mensen vrij hebben vanwege de politieke situatie. En vallen de woorden ‘Maidan’, ‘fascisten’ en ‘autonomie’ vaker dan normaal.

In een overdekt café Panini House in de doorloop bij een telefoonwinkel zitten Gostia Igrisj (20) en Dennis Vaduslavovitsj (21) hamburgers te eten. Ze studeren beide aan de agrarische universiteit in Simferopol. “Het is gek”, zegt Vaduslavovitsj. “Normaal zou ik zeggen dat ik Krimbewoner ben, maar nu zeg ik liever dat ik Russisch ben.”

“Dat komt omdat hij zich wil distantiëren van de rest van Oekraïne”, zegt Igrisj. “We willen toch geen deel uitmaken van een land dat door radicalen bestuurd wordt?”

“Nee zeg”, zegt Vaduslavovitsj hoofdschuddend.

Toch staan beiden niet te demonstreren in het centrum. “Daar heb ik geen zin in”, zegt Vaduslavovitsj. “Ik begrijp het ook niet helemaal. Rustig blijven past beter bij ons op de Krim. Die demonstranten lijken nu een beetje op die gekken uit Lviv. Uit het referendum gaat toch wel komen dat we meer autonomie krijgen, waarom zou je daar gaan staan?” Igrisj knikt.

Oorlogstaal
Een paar meter verderop is een echtpaar het minder eens. Zij is Oekraïense en hij Rus en de situatie op het schiereiland heeft de verhoudingen in hun relatie op scherp gezet, vertelt Tonia Vavlenko (26).  “Natuurlijk doe ik ook afstand van extreemrechtse partijen zoals Svoboda”, zegt ze tegen haar man. “Maar je weet ook wel dat niet iedereen zo radicaal is in Kiev. Ik word zo moe van die oorlogstaal. We horen bij de Krim. En de Krim hoort bij Oekraïne.”

“Dat weet ik nog niet zo zeker”, zegt Vladimir Vavlenko. “Ik vertrouw de Oekraïners hier wel, maar die uit Lviv niet. Wat als die radicalen meer macht krijgen dan je denkt?”

Dat is ook de zorg van de eigenaar van het café, die een tafel verderop achter zijn laptop aan zijn boekhouding werkt, en zich ermee bemoeit. “Natuurlijk zijn er niet alleen fascisten in Kiev,” zegt deze Artjom Spevtsjoek (37). “Maar we zouden kunnen lijden onder een nieuwe regering. Dat is geen rare gedachte, het is namelijk eerder gebeurd.”

Vavlenko en Spevtsjoek verwijzen naar de periode na de oranjerevolutie, toen President Joesjenko een Oekrainificatie-beleid doorvoerde. Het Oekraïens werd hierdoor de belangrijkste taal in heel het land. “Dat voelde als onderdrukking”, zegt Spevtsjoek. “Iedereen spreekt hier Russisch. En ineens moesten we films in het Oekraïens kijken en alle documenten in het Oekraïens invullen. Het is niet dat we het Oekraïens zo haten, ik spreek het vloeiend. Maar gaat om het gevoel dat zij in Kiev ons iets opleggen.”

Tweede Kosovo
Precies, zegt Vladimir Vavlenko tegen zijn vrouw. “Wat als dit nu weer gebeurt. Wat als Kiev een pact met Europa sluiten? Ik wil niet bij Europa horen, dan komen er misschien wel geen Russische toeristen meer naar de Krim.” Zijn vrouw Tonia denkt even na. “Ik wil ook geen Europese Krim. Maar ik weet ook niet wat we moeten doen om ervoor te zorgen om te blijven zoals het nu is. Als we voor meer autonomie stemmen zou dit goed kunnen betekenen dat we richting Rusland drijven, want we zijn te klein om het echt alleen te doen.”

Ze zucht. “Waren we maar groter, dan hadden we nu dit probleem niet.”

Zo denken meer mensen erover. Omdat de Krim vanwege de positie geopolitiek interessant is en vanwege de grootte afhankelijk, is het gebied een speelbal geworden. Iets waar de schiereilandbewoners niet zo van houden. ‘Laat ons toch met rust, het was goed zoals het was’ is een veel gehoorde uitspraak. Of: ‘Als we maar geen tweede Kosovo worden.’

Dat laatste is onwaarschijnlijk, aldus café-eigenaar Spevtsjoek. “Mensen laten zich bang maken door de aanwezige militairen, maar we zijn er zelf ook bij. Krimbewoners zijn vreedzame mensen. Het is chaos, en dan gaan dingen die normaal niet zo belangrijk zijn – zoals taal en etniciteit – ineens een rol spelen. Maar we zullen niet de wapens opnemen tegen elkaar. We willen hetzelfde: rust en veel toeristen in de zomer.”

Blote borsten tegen sekstoerisme

20 april 2012 (Trouw) – Haar ontblote borsten staan recht vooruit terwijl ze het bord ‘Oekraïne is geen bordeel’ omhoog houdt. Ze heeft naaldhakken van zeker 15 centimeter, haar platinablonde haar valt perfect geföhnd over haar schouders. Tegenover haar staan zeker dertig fotojournalisten  die het contrast tussen het meisje met haar bloemenkrans en het Kievse asfalt vast te proberen te leggen.Een oudere vrouw met een hoofddoek en een pot augurken loopt voorbij en kijkt naar de grond. Lees verder

Mugabe en de effectiviteit van geweld

3 augustus 2011 (8weekly) – Gewelddadig monddood maken is effectiever dan massamoord. Dat moet de Zimbabwaanse dictator Robert Mugabe hebben gedacht toen hij in 2008 de volgelingen van zijn ZANU-partij aanzette om de politieke oppositie op de meest gruwelijk wijze te vervolgen.Schrijver Peter Godwin keert in 2008 terug naar zijn geboorteland Zimbabwe, waar op dat moment een dictator wanhopig weigert zijn verkiezingsnederlaag te accepteren. Zijn De beul van Zimbabwe gaat over de systematische marteling van duizenden Zimbabwanen.

De 83-jarige Mugabe was al dertig jaar aan de macht toen hij in maart 2008 een politieke nederlaag leed. Een tijd lang stelde hij de uitslag uit. Daarna begon hij deze te ontkennen en droeg hij aanhangers van zijn ZANU-partij op afvallige Zimbabwanen op te jagen. Tienduizenden leden en sympathisanten van oppositiepartij MDC werden gemarteld, verkracht en enkelen vermoord.

Journalisten waren niet welkom in Zimbabwe, maar Peter Godwin ging toch. De schrijver groeide op in het voormalige Rhodesië. Zoals hij zelf – ietwat langdradig en dramatisch – beschrijft, hebben hij en zijn familie een haat-liefdeverhouding met het land: ‘Ik ben op weg naar huis, naar Zimbabwe, om er op het politieke graf van Robert Mugabe te dansen.’

Die persoonlijke band heeft ertoe geleid dat het boek beter als een persoonlijke en literaire beschrijving kan worden beschouwd dan als een journalistiek werk. Beschrijvingen als deze onderstrepen dat:

Op een of andere manier lijkt het palet van wonden op de huid van een zwarte man veel gewelddadiger: onder de gescheurde donkere huid ligt het gelige stremsel van onderhuids vet, het door spierweefsel roodgekleurd kraakbeen en nog dieper de schokkende witheid van de botten.

‘De koeien riepen om mij’

Godwin doet gedetailleerd verslag van de chaos die hij aantreft. Anders dan de (Nederlandse) titel en ondertitel doen vermoeden, gaat het boek weinig over Mugabe zelf, maar veelover de angstige sfeer en verbeten slachtoffers van deze dictator. Zoals boer Denias Dombo, wiens benen en armen volledig in het gips zitten als Godwin zijn getuigenis afneemt in een privé-ziekenhuis in Harare.

Dombo vroeg als secretaris van oppositiepartij MDC aan de politie toestemming om partijbijeenkomsten te houden en als vergelding werd zijn boerderij in brand gestoken. Toen hij aangifte deed – hij had tussen de brandstichters ZANU-parlementsleden herkend – was hij zelf aan de beurt. Hij werd gruwelijk gemarteld en moest toezien hoe de daders zijn vermeende dood bezongen en zijn vee slachtten. ‘Ze hakten de pezen van hun achterpoten kapot, snikt hij. Ik kon horen hoe de koeien om mij riepen, maar kon niets doen.’

Dombo’s verhaal is gruwelijk. Tegelijkertijd typeert het de verbetenheid en het geduld van Mugabes slachtoffers. Zij dragen hun lot met geduld en zelfs af en toe met humor.

Immuun voor geweld

Godwins verhaal is een waardevol ooggetuigenverslag uit een gevaarlijk land in een gevaarlijke periode. De getuigenverklaringen van slachtoffers die hun ledematen verloren door toedoen Mugabes aanhangers worden in zo’n dramatiek en kwantiteit opgevoerd, dat ze aan kracht verliezen. Er is een grens aan de hoeveelheid huilende mensen zonder ledematen die je kunt verwerken. Hoe dramatisch ook, je raakt er immuun voor.

Dit geldt niet alleen voor de lezer, maar ook voor de internationale gemeenschap. Deze reageerde namelijk net zo afgestompt en liet de dictator begaan. Godwin mag met zijn overdadige stijl en liefde voor onnodig detail dan wel niet de beste pleitbezorger zijn voor het Zimbabwaanse volk, hij toont wel de effectiviteit aan van de tactiek van Afrika’s oudste dictator.