Henk wil cum laude afstuderen en fulltime voor zijn moeder zorgen

(Trouw) Henk van Oldenbeek (23) baalt. Hij komt net thuis van een tentamen en het was moeilijk. “Cognitief denkvermogen”, zegt hij terwijl hij in het hoekje van de bank in de woonkamer gaat zitten. “Maar eigenlijk ben ik zo iemand die ontevreden is als hij minder dan een acht heeft”, voegt hij er grijnzend aan toe. “Ik wil cum laude afstuderen. Beide studies.” Lees verder

Advertenties

Vast in een minirepubliek, maar spijt hebben ze niet

(Trouw) – Het conflict in Oekraïne heeft inmiddels aan bijna 10.000 mensen het leven gekost, zo maakte de VN deze week bekend. Het geweld laaide de afgelopen week weer op. Correspondent Fleur de Weerd portretteerde een separatistengezin in Donetsk, dat teleurgesteld is in de huidige impasse, maar toch geen spijt heeft.

Ze hadden zich hun leven anders voorgesteld toen ze stemden voor aansluiting bij Rusland. Nu leven ze in een geïsoleerd gebied met slechte wegen, nauwelijks handel, een avondklok en overal militairen. Maar ze staan achter hun beslissing.

>Lees verder

Wat Oekraïne kan leren van Spanje na Franco

30 juni 2014 (Trouw) – Telkens als er een nieuwe president in Oekraïne aan de macht komt, worden de lesboekjes over geschiedenis aangepast. Oekraïnes bekendste historicus Jaroslav Gritsak wil hier van af. “Tot nu toe was geschiedenis altijd politiek: er moest iets mee bewezen worden. Het is nu tijd andere historische vragen te gaan stellen.”

Wat is er mis met het oude geschiedenisverhaal?

“Neem president Joesjenko – die na de Oranjerevolutie in 2004 aantrad. Hij geloofde dat een natie één geschiedenisverhaal nodig had en verklaarde daarop omstreden helden uit het westen tot nationale helden. Maar dat is helemaal verkeerd. Ons land heeft al een identiteit, je moet niet proberen het een nieuwe op te leggen. Je moet de verschillen accepteren.

“Het conflict van nu toont aan dat dit tot dusver niet gebeurde. De focus van de geschiedenis lag te vaak op het midden en het westen van het land. Mensen in het oosten en zuiden, in Odessa, Dnjepropetrovsk en Charkov voelen zich niet betrokken. Dus moeten we nu een nieuwe geschiedenis vertellen, waar we ook hun verleden bij betrekken.”

Kunt u een voorbeeld noemen?

Franco“Industrialisatie in de Sovjettijd. Daar gaat het nooit over in onze lesboekjes en discussies. We hebben het altijd over de geschiedenis van het boerenland en de boerencultuur. Die wordt zeer uitvergroot omdat de Oekraïners van boeren afstammen en hier heel trots op zijn, vooral in het westen. Maar de industrialisatie is zeker zo belangrijk geweest voor de ontwikkeling van ons land. Bovendien ontlenen regio’s als Loegansk en Donetsk er een groot deel van hun identiteit aan.

“De ware uitdaging is om mensen de vrijheid te geven hun eigen herinneringen te koesteren, of ze nou kloppen of niet. De overheid moet niet telkens over de geschiedenis discussiëren, vooral niet nu. Ik zeg tegen de nieuwe regering: zet de geschiedenis even in de koelkast.”

Dat klinkt raar uit de mond van een historicus.

“Het is gebaseerd op realisme. Het is van groot belang dat we ons nu op andere zaken richten. Neem het voorbeeld van Spanje na generaal Franco. Dat land was ook verdeeld. Je had de Basken en de Catalanen. Zij waren zoals de mensen in de Krim en Donetsk voor ons.

“Maar de nieuwe regering stelde de discussie uit, omdat het land hierdoor alleen maar verdeeld zou raken. Dus kwam er een nationale amnesie: iedereen mocht het zijne vinden, maar de staat kwam er niet tussen. De verschillende bevolkingsgroepen mochten hun eigen feestdagen invoeren, maar de staat hield afstand. Dit hebben ze dertig jaar volgehouden en het is goed gegaan. Als je Spanjaarden vraagt wat de gelukkigste tijd in hun historie was, zeggen ze ‘de tijd na Franco.'”

Zo goed gaat het niet in Spanje. De verschillen bestaan nog steeds en worden zelfs weer belangrijker.

“Dat komt door de economische crisis, die brengt het slechtste in mensen naar boven. Maar goed, je hebt gelijk, perfect is het model niet. Het is wel werkbaar. Oekraïne moet zich eerst richten op het opnieuw opbouwen van het land. Pas later, als de tijd rijp is en er een nieuwe generatie is die meer afstand heeft, kun je er voorzichtig over beginnen.”

Maar intussen moet er op school geschiedenisles worden gegeven. Waar moet het in de les minder over gaan, en waarover méér?

“Het gaat op dit moment wel erg veel over Kiev Roes, een relatief ontwikkeld rijk in de Middeleeuwen met Kiev als hoofdstad. Hier wordt eeuwig over getwist: was dit het begin van de staat Oekraïne of juist van de staat van de Russen? Het is een discussie die nergens op slaat. We gaan ons toch ook niet afvragen of het Heilige Roomse Rijk het begin is van Frankrijk of van Italië?

“Ook gaat het altijd over taal. De Russen zeggen dat Oekraïens slechts een dialect is en geen echte taal. En Oekraïners doen alles om te bewijzen dat het wél een taal is, die zelfs ouder is dan Russisch.

“We moeten weg van dit soort discussies. Het grootste verschil tussen Russen en Oekraïners zit niet in de taal maar in politieke tradities – daar moet het over gaan. Waarom is Poetin voor Rusland een natuurlijke leider en werd Janoekovitsj hier als uitzondering gezien? Waarom zouden de Oekraïners een leider als Poetin hier niet accepteren? En waarom werden de protesten in Moskou niet zo groot als bij ons in Kiev?

“Ook moeten we meer praten over geweld. Dat klinkt misschien raar, maar het grootste deel van onze geschiedenis is erg gewelddadig. Oekraïne is veel bezet geweest en er zijn bloedige oorlogen uitgevochten op onze grond. Waarom is dat zo en wat is de invloed ervan?”

In de oude geschiedschrijving waren helden erg belangrijk. Dat merk je nog steeds: Stepan Bandera (die streed voor Oekraïne’s onafhankelijkheid, en samenwerkte met de nazi’s) is een held in het westen maar wordt gehaat in het oosten. Met Lenin is het precies andersom. Moet je af van dit soort heldenverering?

“Ik denk dat je het voor nu moet toestaan. Laat iedere regio zijn eigen helden hebben, hoe omstreden ook. En denk ook na over gemeenschappelijke, neutrale helden. Zoals Taras Sjevtsjenko, de schrijver, dichter en tekenaar die voor het eerst hoogstaand in het Oekraïens schreef en overal wordt geaccepteerd. Het is altijd beter om meerdere helden toe te laten.

“Kijk, het gaat erom dat je mensen niet moet vertellen wat de waarheid is. Je moet accepteren dat ze dingen zeggen of geloven die niet kloppen. Lenins intenties waren misschien niet slecht, maar de uitkomst was anders. En toch moet je hem niet veroordelen. Accepteer hem als hun held en leer zijn aanhangers kritischer te zijn. Uiteindelijk zullen ze dan misschien ook accepteren dat andere mensen anders naar hem kijken.”

 

Wie is Jaroslav Gritsak?

Hoogleraar Jaroslav Gritsak (54) is een van de bekendste historici van Oekraïne. Hij studeerde en promoveerde in het West-Oekraïense Lviv en is sinds 1992 directeur van het geschiedenisdepartement van de Ivan Franko Universiteit in die stad.

Gritsaks onderzoek richt zich vooral op Oost-Europa in de negentiende en twintigste eeuw. Hij heeft onder meer lesgegeven aan de Columbia Universiteit in New York, aan Harvard en aan de Centraal-Europese universiteit in Boedapest. Hij won prijzen met essays over natievorming in Oekraïne en zijn boek over de Oekraïense schrijver Ivan Franko.

Interview: Hoe radicaal is Maidan?

27 februari 2014 (Trouw/ de Tijd) – De angst regeert in het oosten en zuiden van Oekraïne. De neonazi’s in de hoofdstad zouden hun land willen veranderen in een fascistische heilstaat, zeggen veel mensen. Andere Oekraïners spreken liefdevoller over Maidan. Maar overal is er wantrouwen jegens radicale elementen binnen de protestbeweging. Deze angst is niet helemaal uit de lucht gegrepen, zegt Alina Poliakova, een Oekraïens-Amerikaanse socioloog aan de universiteit van Bern die al enkele jaren onderzoek doet naar extremisme in haar geboorteland.

Wie zijn de ‘radicalen’ op Maidan precies? 

“Svoboda is een van de belangrijkste krachten op het plein. Dit is een politieke partij die sinds twee jaar in het nationaal parlement zit en de laatste jaren steeds bredere steun bij het volk geniet. Vooral in het westen is de partij populair, daar regeert ze zelfs in enkele steden.

“De partij is racistisch, homofoob en antisemitisch. Tot 2004 heette de partij nog sociaal-nationalistische partij van Oekraïne, een bewuste verwijzing naar het Duitse fascisme. Hun held is Stefan Bandera, die in de jaren veertig samenwerkte met de nazi’s vanwege Stalins onderdrukking. Voordat ze in het parlement kwamen, zei huidig Svoboda-leider Oleg Tjanibok nog dat hij etnische paspoorten wilde invoeren. Sinds ze in het parlement zitten, spreekt hij gematigder taal.

“Naast Svoboda zijn er op het plein veel subculturen die naar eigen zeggen onafhankelijk opereren. De bekendste is Pravi Sector (‘Rechtse Sector’). Dit is een verzameling van een aantal nationalistische groepen: ultranationalisten, hooligans, paramilitaire splinterbewegingen en neonazi’s. Hun leden zijn relatief jong.”

Hoe verschilt Svoboda van Pravi Sector?

“Het grootse verschil is dat Svoboda een imago op te houden heeft om de steun van gematigde kiezers niet te verliezen. Daarom ‘gedragen’ zij zich tegenover de buitenwereld, en houden zich aan de regels van de institutionele politiek. Als er geweld gebruikt wordt, geeft de partij de subculturen de schuld. Maar in werkelijkheid kun je ze niet los zien en werken ze veel samen. Zo probeert de partij van twee walletjes te eten.”

Maar als Svoboda extreem-rechts is, waarom zwaaien de aanhangers dan met EU-vlaggen?

“In Oekraïne is dit niet per se tegenstrijdig. In zeker zin kopieert Svoboda strategieën van de populistische rechtse partijen in Oostenrijk en Frankrijk. Alleen wil Svoboda juist Europese integratie. Ze ziet de EU als een instrument om populariteit te winnen. Daarnaast is het een logische partner. Voor Svoboda staat de partij van de regio’s – Janoekovitsj’ partij – voor het voortzetten van Sovjet- of pro-Russisch beleid. En daar zijn zij fel tegenstander van.

“Dit pro-Europese geldt trouwens alleen voor de partij Svoboda. Pravi Sector wijst samenwerking met de EU af. Die beweging is anti-autoritair. Wat dat betreft lijken zij meer op extreem-rechtse bewegingen in West-Europa.”

In Kiev lijkt zowel Svoboda als Pravi Sector op dit moment steun te hebben van het bevolking. Denk u dat hierdoor hun politieke macht groeit?

“Laat ik het zo zeggen: als Svoboda-leider Tianibok zich kandidaat stelt voor het presidentschap, zal hij het niet winnen. Mensen in Oost-Oekraïne vertrouwen hem niet. Om historische, culturele en taalkundige redenen zal Svoboda nooit een meerderheid krijgen. Ook in Kiev niet. De bewondering van Kievenaren voor hun opoffering tijdens de rellen zal slijten en de bevolking zal langs de façade kijken.

“In 2012 won Svoboda weliswaar 10,4 procent van de stemmen in de nationale parlementsverkiezingen. Maar dat betekent niet dat de bevolking achter hun radicale ideeën staat. Mensen stemden op Svoboda als tegenstem. Janoekovitsj heeft Svoboda groot gemaakt. Maar zonder hem als vijand, is het maar de vraag of ze groot blijven.”

De barricaden in Kiev staan nog overeind

24 februari 2014 (Trouw) – De politieke klasse van Oekraïne is in verwarring. Maar het centrale plein Maidan in Kiev is een soort staat in een staat geworden, met goed georganiseerde structuren. President Janoekovitsj is weg, de actievoerders voorlopig nog niet.

Vandaag heeft hij geen knuppel bij zich. Dat is niet nodig, zegt Valentin Onisjenko, een rechtenstudent van 21. “Er zijn weinig bendes in de stad. Janoekovitsj kan ze niet meer betalen. Wat we nu vooral nodig hebben is slaap”, zegt hij lachend.

En dan serieus: “Maar onze systemen staan nog overeind, iedereen kan opgeroepen worden als het nodig is.”

Onisjenko is een van de honderden Oekraïeners die deel uitmaken van de Samooborona, ofwel de zelfverdediging van Maidan. Deze ordetroepen beschermden de afgelopen weken de demonstranten tegen de politie. Dit weekend joegen ze op door de overheid ingehuurde bendes uit Oost-Oekraïne. “Via een speciale radio-app kregen we door waar ze waren, en gingen erop af. Ik heb een jongen ontwapend. Hij had een revolver bij zich. Dat was best eng”, aldus de 21-jarige.

Niet alleen het systeem van de Samooborona, ook de barricades staan nog overeind. De strijd is voor de demonstranten nog niet over, vertelt een jongen die het presidentieel paleis beschermt tegen plunderaars. “We blijven totdat we alles veilig over kunnen dragen aan leiders die we vertrouwen.” Achter hem maakt een groepje buurtbewoners een park schoon

Zelforganiserend vermogen
Als je in Kiev rondloopt, kan het je niet ontgaan: het zelforganiserend vermogen van de demonstranten is groot. Naast ordetroepen zijn er ziekenhuizen, een informatiecentrum en diverse voedseluitdeelpunten. Voor de politie de tenten in brand stak was er zelfs een universiteit en een kerk. “Maidan is een staat in een staat”, wordt op het podium gezegd.

Op materiaal na – veel tenten en het podium komen van politieke partijen en rijke zakenlieden – is nagenoeg alles hier door de bevolking bedacht. Artsen hebben verlof genomen, een communicatiebureau heeft een perscentrum opgezet, bouwbedrijven brachten materiaal en helmen, en technici hebben een radiocentrum ingericht.

Ook sociale media zijn essentieel, zegt Onisjenko. “Jongeren maakten websites en om geld op te halen. Maar ook alle crisiscommunicatie ging via internet. Berichten over benodigde materialen, vermistenlijsten, waarschuwingen en nieuws, alles staat online. Ik weet niet wat we gedaan hadden als Janoekovitsj het internet had uitgezet.”

Hoe goed alles gecoördineerd werd, merkte Onisjenko toen hij werd neergeschoten. “Dat was ergens in januari, ik weet niet meer precies wanneer. Er werd met scherp geschoten, maar ze raakten gelukkig mijn broekriem”, zegt hij.

“Ik werd wakker in een geheim hoofdkwartier in een tandartspraktijk, een paar honderd meter van Maidan. Om me heen zaten mensen berichten te schrijven en commando’s door te geven via internetradio.

“Ook Afghanistan-veteranen – een sterk met elkaar verbonden groep in Oekraïne – speelden een belangrijke rol. Zij zetten in november de ordetroepen op en gaven lessen zelfverdediging. Ook nu leiden zij de Samooborona.

Nadat hij neergeschoten werd, sloot Onisjenko zich bij hen aan. “Ik ben trots, maar het is ook wat dubbel”, zegt hij. Er zitten namelijk veel rechtsextremisten bij de troepen. “Ik kan niet tegen racisme, ook omdat mijn opa Joods is.” Hij is even stil. “Maar we hebben ze ook nodig. Door hun ideologie, die ik weliswaar veracht, zijn ze hecht. Ik ben wel eens een dagje thuis gebleven, zij niet, want dat kunnen ze hun kameraden niet aandoen. Dit zijn de jongens die gestorven zijn voor het land.”

Precies om die reden zijn veel radicale leiders op dit moment populairder dan oppositie-politici. Oppositieleiders werden dit weekend weggejoeld. Alleen de zojuist vrijgelaten Timosjenkjo mocht op het podium blijven, maar ook zij werd niet warm ontvangen.

Ook Onisjenko is geen groot fan van haar. “Maar in een ding heeft ze wel gelijk. Ze zei dat we niet moesten weggaan totdat alle verantwoordelijken gestraft en vervangen zijn. Dat klopt: wij blijven hier. En zelfs als het plein over een paar maanden weer leeg is, zijn wij een macht om rekening mee te houden.”

Interview: Is Ukraine too divided to have a future as one country?

17 february 2014 – For months there have been protests in Ukraine. People from across the country are occupying governmental buildings and demanding the departure of President Yanukovych . Although protesters from various parties are now united with one purpose, looking towards the future the old question arises: is Ukraine too divided to have a future as one country?

According to the Kremlin, the answer is yes . The links between Eastern Ukraine and Russia are closer than that between East and West Ukraine, political advisor Gergej Glazujev told Ukrainian newspaper last week.

Nonsense, says Ukrainian strategist and political scientist Yevhen Hlibovytsky, who is part of a multi-disciplinary group of experts who researched cultural differences in Ukrainian regions. “There is a difference between the east and the west, but that does not the mean the country is heading towards a split. There are more things that unite Ukrainians than those that divide them, but apparently unity isn’t sexy enough, apocalyptic scenarios sell better.”

Is Ukraine on the verge of falling apart?

“I don’t think that is likely. The differences between East and West lie in language, religion, and views on the history of the XX century, but the importance of these differences is seriously overestimated. When asked if quality of schooling or language would be a decisive factor to pick a school for their children, parents choose quality. Surveys of the publics show that Ukrainians care about prices, inflation and jobs more than identity issues.

“Resolving security threats – from physical safety to uninterrupted winter heating and economic stability— is more important in the eyes of Ukrainians. However, these issues are mostly unaddressed by the corrupt political elites in both the government and the opposition, who have learned how to score votes by stirring identity politics rather than confronting real long term challenges to Ukraine.

“A common political charade is to cast the media spotlight on some controversial law or high profile discrimination case several months before elections. This polarizes voters and hijacks the elections agenda, moving it away from the important issues. Ukrainian democracy is immature, big media is weak and corrupt, so the society has limited ability to impose an agenda.”

“From the inside, division is not in question. Polls show that about 80 percent of the population ascribes themselves as having a Ukrainian identity – which consists of both Ukrainian and Russian speakers. A small minority – just over 10 percent – say they have a Soviet identity. These people mainly live in the areas next to the Russian border, in Donbass and Crimea. The real fault line goes along the cultural perceptions, not language or religion as we are often told.”

Do these regions threaten separatism or open affiliation with Russia?

“Not unless there is a deep third party involvement. Donbass is unhappy about Maidan, but doesn’t have the passion of Maidan. The government has to pay people to participate in anti-Maidan rallies. It is difficult to find genuine support for such an impotent government with so many inadequate policies. As a local self-made hero Yanukovych has support in his home region, but it is not passionate.”

“Crimea is the only potentially troublesome region. They already have a form of autonomy, with their own government. Pro-Russian sentiment is strong there. However, when Russia tried to overtake the Ukrainian Tuzla island in 2003 to control the Azov sea strait, the Crimeans were appalled. Though some Crimeans would like to be part of Russia, many are indifferent or care about their jobs and social wellbeing foremost. The Crimean Tatars, indigenous Muslims on the peninsula, (about 12% of Crimean population) are passionately pro-Ukrainian.”

Is there such a thing as a Ukrainian national identity ?

“Ethnically, yes, no doubt. Politically, the Ukrainian identity is more inclusive and includes people of other nationalities living in Ukraine. The first two victims at Maidan were an Armenian and a Belorussian. Research shows that the distance in values between people of East and West of Ukraine is less than the difference with neighbors across the border in any direction.”

“Ukrainians are similarly insecure as a result of the terrible loss of life in the XX century. Stalin deliberately starved millions of people in the famine and Hitler’s war in the east was fought mostly on Ukrainian territory. Soviet repressions and Chernobyl also contributed to this insecurity.”

“Unlike Russians, who view their government as an ultimate authority that cannot be defied, Ukrainians treat their governments like bad weather: if you don’t like it, it will pass. In Russia the authorities make the final decisions, in Ukraine the grass-root does. Russians have historic experience of successful use of violence, and Ukrainians view violence as a path to suffering. ”

Do you recognize some of these values in the protests ?

“Yes, I do. Euromaidan started as a small non-violent protest by students, who were in favor of association with the EU. It became a big movement when Yanukovych’s police violently dispersed the sleeping youth at 4 am, under the excuse they had to clean up the square to install the Christmas tree. The next day tens of thousands, then hundreds of thousands of Ukrainians angry about government unaccountability took to the streets.

“The protest has catalyzed many processes in Ukraine. Civil society is evolving fast and it claims that it wants to control the political agenda. The protesters are becoming more realistic in their understanding of the EU. In the beginning many viewed the EU as a single actor like Russia, and expected the EU to act in some way. Now the EU is perceived more as a group of actors, with different, sometimes contradicting needs. This pushes the protest away from looking for a shortcut solution by striking some kind of perfect deal, and towards a longer more systemic change. There is a growing understanding that all the homework in democracy building will have to be done inside the country. No shortcuts. Then, if Ukraine succeeds, it may become an attractive model for other former Soviet countries.”

But Putin does not like to see this happen. What will he do ?

“I think it is unlikely that he will invade. I cannot totally rule out some provocations in Crimea. Russia can act as a spoiler, but it does not have the resources to sustain Ukraine in a Belorussian way. It is less willing to play along with a nation of 45 million people. I am not sure if corrupt Russian officials are willing to gamble access to their fortunes in the West, which would probably be blocked in the event of invasion, at least if the West sticks to its declared integrity.”

“At the same time Ukraine is very important for Putin. If Ukraine loses, Russia will remain the center of gravity in the former USSR. Should Ukraine manage to break away and modernize itself successfully, other post-Soviet countries may find this path attractive too. The Kremlin has many friends in Ukrainian politics, media, and business, and finding vulnerabilities will not be too difficult for the Russians. For the Ukrainians this will be an important resilience test.”

BIO:

Yevhen Hlibovytsky, 39, is a founder of pro.mova, an independent think tank that conducts research on cultural values in the post-Soviet countries and inside Ukraine. He is a member of the visionary multi-disciplinary Nestor group. His educational background is in political science, professional background (until 2005) in political journalism. In 2002 he was one of the co-founders of the independent television channel Kanal 5. This year he was involved in the establishment of the station HromadskeTV, a prototype of Public Service Broadcast in Ukraine. He is a lecturer at the UkrainianCatholicUniversity in Lviv and Kyiv-Mohyla

BusinessSchool.

‘Ze knijpen ons uit als een nat t-shirt’

15 november 2013 (Trouw) – Het is de keerzijde van de internationalisering van de wereldhandel: in Bangladesh werken mensen voor een paar tientjes per maand onder erbarmelijke omstandigheden. Hoe kledingbedrijven, inkopers en importeurs precies werken in Bangladesh, blijft vaak schimmig. Trouw vond twee betrokkenen bereid hun verhaal te doen.

Ibadad van Rijckevorsel (48) komt uit Bangladesh en werd als kind geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Hij werkt sinds 2006 als onafhankelijk inkoper in zijn geboorteland. “Ik ben de tussenpersoon tussen kledingbedrijven in Nederland en fabrieken in Bangladesh. Bedrijven benaderen mij om hun productie in Bangladesh te begeleiden. Ik zoek voor hen een fabriek uit, onderhandel over de prijs en bestel de kleding. Tijdens de productie houd ik de fabriek in de gaten.”

U werkte vroeger voor prijsvechters. Wat zag u bij de fabrieken die u toen bezocht?

“Ik ben bijvoorbeeld bij Tazreen geweest, de fabriek die in 2012 afbrandde. Ik heb daar geen orders geplaatst, omdat van de eigenaar bekend was dat hij zijn mensen sloeg. De kledingbedrijven die in deze fabriek orders plaatsten (onder meer C&A, red.), moeten geweten hebben dat het daar niet deugde. En het door de vingers hebben gezien.

Waar zit volgens u het probleem?

“Er zijn slechte fabrieken en slechte eigenaars, maar een heel groot deel van het probleem ligt bij kledingbedrijven in Amerika en Europa. Zij willen zo goedkoop mogelijk inkopen en zetten inkopers en fabrieken onder druk. Door een onredelijke prijs te eisen.

“Kijk, voor een T-shirt moet veel gedaan worden. Garen spinnen, verven, breien, naaien, accessoires erbij et cetera. Kledingbedrijven kennen die kosten en berekenen dat het voor een fabriek bijvoorbeeld minimaal 1,50 euro kost om een kledingstuk te maken. Vervolgens proberen ze het voor 1,30 euro in te kopen. Als je zo’n prijs eist, weet je dat er ergens iets illegaals moet gebeuren. Haal je die twintig cent eraf, dan krijgt iemand ergens te weinig loon, zijn er slechte werkomstandigheden of zijn er kinderen aan het werk.”

Spreekt u uit ervaring?

“Ja, een Nederlands bedrijf – ik kan de naam niet noemen – wilde kleding onder de kostprijs bestellen, maar stelde wel de eis dat die in een fabriek gemaakt werd die allerlei veiligheidscertificaten had. Dat kan niet voor die prijs, zei ik. Ik heb ze verteld dat als zij dit toch willen, ze illegale activiteiten in de hand werken. Toen ben ik dat bedrijf als klant kwijtgeraakt en heb besloten niet meer met dat soort prijsvechters te werken.”

Kledingmerken zeggen dat fabrieken orders doorverkopen zonder hun medeweten.

“Misschien zonder het medeweten van het management in Nederland, maar iemand anders in het bedrijf weet het wel. Kijk, als jij als kledingbedrijf ergens een order plaatst, wil je bij die fabriek de orderportefeuille inzien. Dan weet je dat die fabriek al voor 200 of 300 procent opdrachten heeft aangenomen. Je weet dus dat hij orders doorverkoopt en dat jij fout zit. Iedereen hier in Bangladesh weet dat. Maar als zo’n onderaannemerfabriek instort, kan het Europese bedrijf zijn handen in onschuld wassen.”

Maken alle bedrijven die in Bangladesh produceren zich schuldig aan dit soort praktijken?

“Nee, zeker niet. De prijsvechters, de textielsupers zijn het ergste, maar ook zij maken zich er niet allemaal schuldig aan. Als jij in de winkel iets voor een paar euro koopt, moet je gaan nadenken. Middenmerken zoals H&M, C&A, Zara doen het al een stuk beter. Maar je kunt het nooit weten. Ook dure merken hadden orders lopen in Tazreen en Rana Plaza, de fabriek die afgelopen voorjaar instortte.”

Bijna alle kledingbedrijven claimen dat ze maatschappelijk verantwoord bezig zijn.

“Dat zijn ze alleen als ze de kostprijs betalen. Die claims zijn vaak niets waard. Bij de meeste bedrijven vallen inkopers helemaal niet onder het beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat zou ook tegen hun beloningssysteem ingaan. Inkopers krijgen meestal een prestatiebonus als ze geld van de prijs af weten te krijgen.”

Yahia Khan (63) was eigenaar van een kledingfabriek. In 2005 ging hij met pensioen en daarom kan hij vrijuit praten over de problemen in de sector. “Die zijn er veel. Als iets misgaat zoals bij Rana Plaza is iedereen verantwoordelijk: kledingbedrijven, consumenten in het Westen, fabriekseigenaren hier. Maar het eerste wat je moet beseffen is dat de kledingindustrie een zegen voor het land is. Je moet je voorstellen: de naaister van nu werkte vroeger als huisslaaf. ’s Avonds verdiende ze wat bij in de prostitutie. Sinds ze een echte baan heeft, is haar leven volledig veranderd. Ik heb het zelf vaak genoeg gezien. Vanaf het eerste salaris is zo’n meisje niet langer het bange schepsel dat ze eerst was. Met alle gevolgen van dien: binnen een mum van tijd is de helft van hen gescheiden van hun echtgenoot. Ze willen ineens zelf kiezen met welke man ze zijn.

“Deze nieuwe onafhankelijkheid van arbeiders heeft een sneeuwbal van economische vooruitgang in gang gezet. De vrouwen zijn blij met hun geld en kopen nieuwe jurken. Dat is goed voor de winkels. De lokale industrie ontplooit zich, met andere woorden: iedereen is gelukkig. Zelfs de dieven.”

Totdat er een fabriek instort.

“Industrialisatie komt nu eenmaal met horten en stoten op gang. Bangladesh was dertig jaar geleden een volledig agrarische samenleving. Dat betekent dat de eerste fabriekseigenaren, zoals ik dus, helemaal niet wisten hoe handel werkte. We wilden gewoon winst maken.

“En dus niet mensen uitbuiten. Dat idee krijg je wel eens als je de kranten leest. Ik kan je vertellen: de meeste Bengaalse fabriekseigenaren zijn gewone ondernemers en begonnen met hun eigen geld. Ze dragen zelf de risico’s. Iedereen wil productie draaien en geld verdienen, maar je bent ook maar een radertje in de machine van de keten.”

Dus eigenaren zijn de echte slachtoffers?

“Nee, dat zijn de arbeiders. Maar ik probeer ook onze kant van het verhaal te laten zien. Het is heus niet zo dat fabriekseigenaren geen loon willen uitbetalen of een gebouw niet willen opknappen. Vaak kunnen ze dat gewoon niet. Bijvoorbeeld als ze een order hebben gekregen en worden opgehouden door een demonstratie, elektriciteitsuitval, enorme files of arbeiders die niet komen opdagen. Dan komt de vracht niet op tijd binnen en krijgt de eigenaar geen geld. Op zo’n moment kan hij zijn mensen eenvoudig niet betalen. Dit soort overmacht komt vaak voor in een land als dit.

“Het grootste probleem is de bureaucratie. Een net woord voor de corruptie. In dit land wordt alles daardoor opgehouden, je moet altijd weer onverwacht ergens bijbetalen: in de haven, voor vergunningen, aan corrupte ambtenaren.

“Daarnaast worden fabriekseigenaren onder druk gezet door kledingbedrijven. Inkopers zijn de sluwste mensen die er bestaan. Zij knijpen fabriekseigenaren uit als een nat T-shirt. ‘De markt is heel slecht, haal vijf procent van je prijs af’, zeggen ze dan. Als fabriekseigenaar wil je die order graag, want je moet je mensen betalen. Dus ga je akkoord.”

Het minimumloon in Bangladesh is 28 euro per maand. Arbeiders willen meer. Wat vindt u?

“Dat is zeker een goed plan. Ook omdat de hele economie ervan zal profiteren. Maar vanuit de fabriekseigenaren kan ik ook zeggen dat ze dat alleen kunnen betalen als de inkopers de prijzen omhoog schroeven. Kledingbedrijven zullen dit bedrag extra moeten betalen op de bestellingen.

“Of fabriekseigenaren niet uit eigen zak hogere lonen kunnen betalen? Goed punt. Veel eigenaren kopen huizen in het buitenland. Maar ze zijn niet allemaal zo rijk. Je moet bovendien ook kijken naar waarom ze hun geld wegsluizen: omdat ze bang zijn dat iemand het hier van ze zal afpakken. Heel onhandig. Daardoor gaat iedereen ze automatisch als criminelen zien. Toch begrijp ik ze wel. De overheidsregels zijn zo vaag dat ze je altijd in de tang hebben als ze je willen aanpakken.

“Fabriekseigenaren moeten inzien dat ze hun geld beter kunnen investeren in de lange termijn. Maar ze zullen niet veranderen totdat het systeem verbetert en ze niet meer bang hoeven te zijn dat de overheid hun geld afpakt. Tot die tijd denken ze, zoals iedereen in een corrupte samenleving, alleen aan zichzelf.”

‘Beter af dan rijstplukkers’

28 oktober 2013 (Trouw) – Sinds de ramp een half jaar geleden in de Rana Plaza-fabriek in Dhaka wordt vol medelijden over de arbeiders in de Bengaalse kledingindustrie gesproken. Deze hoofdzakelijk laagopgeleide vrouwen werken lange dagen in vaak onveilige fabrieken en krijgen daar weinig voor betaald. Het minimumloon voor een 48-urige werkweek is 28 euro. Uitbuiting, zeggen internationale hulporganisaties. Maar de naaisters zelf denken daar vaak anders over.

Voor de 17-jarige Shapna bijvoorbeeld kan haar baan niet stuk. Ze werkt nu zeven maanden als naaister in kledingfabriek Uri Garments in Dhaka. Een hele verbetering met haar leven in Dinajpur, in het noorden van Bangladesh. “In mijn dorp moest ik mijn moeder met het huishouden helpen. Hier ben ik onafhankelijk. Ik kan zelfs mijn eigen kleding kopen. Nazmul praat mee over de prijs, maar de kleur kies ik.”

Nazmul (18) is haar man. De twee zitten op een bed in de hut van groene golfplaten die ze samen huren. Hij werkt in een andere kledingfabriek, waar hij losse draadjes van kleding afknipt.

Als hen gevraagd wordt hun inkomsten en uitgaven op een rij te zetten, blijkt dat ze niet echt inzicht hebben in hun financiële situatie. Samen verdienen ze 9000 Bengaalse taka, 90 euro per maand. Dit krijgen ze contant uitbetaald in de fabriek.

Nazmul bepaalt hoe het inkomen wordt uitgegeven. Hij beheert het geld en koopt iedere dag de groenten bij de kraampjes in de straat. Als er aan het einde van de maand geld over is, sturen ze wat naar zijn familie. Als er te weinig is – of als de baas niet uitbetaalt – lenen ze geld van neven in de stad. “Maar liever niet”, vertelt Shapna. “Het duurt meestal maanden voordat we het terug kunnen betalen, daar word ik altijd erg somber van.”

Bij ‘grote uitgaven’ zoals kleding wordt er eerst overlegd. “Omdat het een huwelijk uit liefde is”, flapt Shapna eruit. Haar echtgenoot kijkt verlegen naar de deur. “Dat is ook de reden dat we nu in Dhaka wonen. Onze vaders – dat zijn broers – waren tegen onze relatie. Dus zijn we stiekem getrouwd en gevlucht.”

In de discussie over lonen in Bangladesh geldt een minimumloon van 28 euro als te laag om een menswaardig bestaan van te leiden. Shapna nuanceert dat. “We verdienen meer dan rijstplukkers. Mijn vader werkt bij een boer en moet het hele gezin van 2 euro per dag onderhouden. Mijn moeder doet de kippen en de groentetuin. Hun huis is van tin met een vloer van aangestampte modder.” Ze wijst naar de vloer van haar hut: daar ligt plastic vloerbedekking.

Natuurlijk willen ze meer geld dan nu. Zoals alle arbeiders hier stappen Shapna en haar man direct over naar een andere fabriek als die meer betaalt. Dat is net zoiets als onderhandelen op de markt, legt ze uit: “Je moet altijd proberen iets meer te krijgen.”

Ze komen net rond. Het woord verzekering kennen ze niet. Noch het woord bankrekening. En medische kosten? “Nog nooit gehad. Vroeger als we ziek waren, hielpen de buren ons”, aldus Shapna.

Werkpapieren hebben ze wel, vertelt Nazmul trots. De vakbond is in de fabriek langsgeweest en had ze aangeraden een mapje bij te houden. Hij laat een geplastificeerd mapje zien.

“Insjallah”, zegt Shapna. “Over dat soort dingen maak ik me niet druk, we moeten gewoon blijven werken dan komt het wel goed. Mijn enige zorg is dat ik kinderen krijg. Dan kan ik niet meer werken en moet ik terug naar het dorp. Nazmul zal me geld sturen. Dat zal wel moeilijk zijn omdat ik hier vrijer ben geworden. Dus misschien blijf ik wel werken en stuur de kinderen naar het dorp. Zo doet iedereen het toch?”