De prijs van vooruitgang


 (Trouw, de verdieping) – Oekraïense economen zijn voorstander van het EU-associatieverdrag. Maar ze zijn verdeeld over de vraag of het Oekraïne daadwerkelijk welvarender maakt. ‘Zijn we er wel klaar voor?’

In Droezi, een hip cafeetje in Kiev met veel superfood op de kaart zit econoom Taras Katsjka, ombudsman voor belastingzaken en mede-auteur van het EU-associatieverdrag. Glunderend vertelt hij. “Het verdrag biedt ons enorme mogelijkheden. Het opent niet alleen de Europese markt voor ons, maar ook die in China en het Midden-Oosten. Het is alsof de EU garant voor ons staat en iedereen met ons zaken wil doen.”

In de donkere kelderbar Baraban zit zakenman Gennadi Kanisjtsjenko. Hij kijkt mistroostig in zijn glas. “Het klopt, dit verdrag kan van ons het China van Europa maken. Maar moeten we dat wel willen? Zijn we er wel klaar voor? En gaan onze oligarchen het toelaten?”

De mannen vertegenwoordigen de twee kampen van economen en zakenlieden in heel Oekraïne. Bijna allemaal zijn die voor economische samenwerking met Europa. De economie van Oekraïne is immers zo klein als die van de provincie Noord-Holland en corruptie tiert welig. Daarnaast heeft het land erg veel last van het conflict met Rusland: de handel met de oosterbuur is enorm gekrompen in de afgelopen twee jaar. Met andere woorden: eigenlijk kan het alleen maar beter worden.

Toch verschillen ze van mening over het associatieverdrag, waarover Nederland volgende week stemt in een referendum. Ze zijn niet zozeer tegen, maar denken anders over de gevolgen. Bijvoorbeeld over de moeizame transitie en mogelijke veranderingen.

In een derde café in Kiev, een kitscherige bakkerswinkel met zuurstokroze gebakjes in de etalage, zit Andriy Boytsun, econoom en als onderzoeksdirecteur verbonden aan het Centrum voor Economische Strategie in Kiev. Ook werkt hij als onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Hij kent zowel de Europese als de Oekraïense economische situatie goed. “Misschien is het handig om bij het begin te beginnen en uit te leggen wat er in het verdrag staat”, zegt hij. Je kan het grofweg opdelen, legt Boytsun uit. In het eerste deel, het vrijhandelsdeel, staat hoe de import- en exporttarieven worden verlaagd voor zowel Oekraïense als Europese bedrijven zodat de handel over en weer voordeliger wordt. Het tweede deel is politieker, maar met grote economische gevolgen. Hierin wordt duidelijk welke hervormingen Oekraïne moet doorvoeren om te zorgen dat de markt voldoet aan de Europese normen.

Zo wil de EU bijvoorbeeld dat het Oekraïense rechtssysteem verandert. Het moet minder corrupt worden om Europese investeringen te beschermen. Immers, het kan niet gebeuren dat een Nederlands bedrijf duizenden euro’s investeert in een bedrijf dat er met het geld vandoor gaat en een rechter omkoopt, legt Boytsun uit. “Deze hervormingen zijn niet het meest aangenaam, maar wel het nuttigst”, zegt de Oekraïner in het Nederlands, met een Vlaams accent.

Op dit moment is het moeilijk om zaken te doen in Oekraïne. Onderneemster Tetjana Djadjetsjko weet daar alles van. Zij heeft een kleine geitenkaasmakerij en een cafeetje in een buitenwijk van Kiev. De beste manier om de Oekraïense economie te beschrijven? “Met een woord: wild”, zegt ze lachend. “Kleine en middelgrote bedrijven worden tegengewerkt door de bureaucratie. Toen ik begon met mijn bedrijf, verklaarde iedereen me voor gek.”

Schaduweconomie

Veel overheidsregels zijn zo ingewikkeld dat een bedrijf bijna wel corrupt moet zijn om te kunnen overleven, legt ze uit. Rechters zijn omkoopbaar en Oekraïne kent een schaduweconomie. De politieke elite komt dat goed uit, want die bestaat voor een groot deel uit zakenlieden. Zij profiteren van die schaduweconomie doordat ze makkelijk geld kunnen wegsluizen. Ook geeft het mensen in hoge functies extra macht: ze kunnen makkelijk van ongewenste concurrentie afkomen.

Bijna alle ondernemers die Djadjetsjko kent worden gechanteerd en moeten bescherming afkopen bij lokale politici. “In het dorpje waar ik vandaan kom in West-Oekraïne had onze burgermeester de bijnaam ‘de helft-man’. Omdat hij altijd de helft van je winst opeiste, anders stuurde hij de politie op je af. Als je een bedrijf hebt, ben je altijd bang dat een machtig iemand zich tegen je keert en je bedrijf overneemt.”

Het verdrag is veelbelovend voor kleine ondernemers, denkt Djadjetsjko. “Veel mensen willen wel ondernemen, maar durven niet. Als de regels worden aangepast voor kleine bedrijven en de rechtsstaat wordt aangepakt, zul je zien dat iedereen voor zichzelf begint.”

Daar denken ondernemers in het hele land zo over, zegt de Oekraïense directeur van het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord, Igor Tininika. In een sportbar in Odessa, Zuid-Oekraïne, vertelt hij dat hij de corruptie zat is en dat het verdrag veel mogelijkheden biedt. “Op dit moment is het moeilijk zakendoen voor buitenlandse bedrijven zoals wij. De overheid gebruikt vreemde kostenberekeningen uit de sovjettijd die het onmogelijk maken om te concurreren voor internationale bedrijven die niet corrupt willen zijn. Als de regels worden geharmoniseerd met internationale standaarden liggen hier enorme kansen. Dat kan goed uitpakken voor Oekraïne.”

Helemaal mee eens, zegt ombudsman Katsjka. De man die het verdrag ‘zijn meesterwerk’ noemt, is zeer optimistisch. “Ten eerste hebben we enorme potentie. Veel Oekraïners hebben een negatief beeld van zichzelf en vrezen dat ze niet kunnen concurreren met Europese bedrijven, maar daar klopt niets van. We zijn hoogopgeleid en kunnen ons snel aanpassen.

“Ten tweede opent dit verdrag nieuwe deuren. Dat zien we nu al. Toen Europa de deuren voor ons opende, deden de Chinezen hetzelfde. Afrika en het Midden-Oosten zullen volgen. Ten derde zal het verdrag meer concurrentie mogelijk maken binnen Oekraïne. Monopolieposities worden doorbroken waardoor prijzen voor consumenten, bijvoorbeeld medicijnen, dalen.”

Een fijn verhaal, maar als je rondkijkt in Oekraïne mag je je afvragen of dit niet wat te optimistisch is. De mijnen en fabrieken in het oosten van het land zien eruit alsof ze niet zijn gemoderniseerd sinds de jaren zestig. De boerderijen doen in weinig denken aan die in Nederland: in veel dorpjes bewerken boeren hun land nog met paard en wagen. En dan rijst de vraag: kunnen deze mensen concurreren met de Europese collega’s met hun hypermoderne materiaal?

Odessiet Tininika schudt zijn hoofd. “Dat is zeker een nadeel. Oekraïense boeren krijgen het zwaar. Onze boerenbedrijven zijn klein en werken met ouderwets materiaal. Het is onvermijdelijk dat Europese agrarische bedrijven de hele sector overnemen. Er gaan banen verdwijnen, omdat zij veel met machines werken.”

“Hetzelfde geldt voor de mijnen”, voorspelt econoom Boytsun. “Vele zullen moeten sluiten. Tragisch, maar tegelijkertijd onvermijdelijk. Kleine boeren en mijnwerkers verdwijnen overal. Ook in Nederland en België. Het is een prijs die betaald moet worden voor vooruitgang.” Het blijft niet bij de arbeidersklasse, denken zij. Ook de middenklasse krijgt het te verduren, voorspellen de twee. “Je zag het ook gebeuren in Polen en de Baltische staten: in de eerste jaren van transformatie gingen de levensstandaarden enorm achteruit. Dit wordt een grote klap voor de middenklasse die op dit moment nog redelijk goed kan rondkomen”, zegt de zakenman uit.

Salarissen topfuncties

De bevolking kan ook om andere redenen gaan morren, denkt Boytsun. Bijvoorbeeld vanwege privatiseringen. Oekraïners zijn algemeen van mening dat staatsbedrijven van het volk zijn en moeten blijven, terwijl privatiseren noodzakelijk is, zegt hij.

Ook het ophogen van salarissen in topfuncties wordt een bittere pil. Op dit moment zijn staatssalarissen zeer laag. Officieel verdienen zowel topambtenaren als CEO’s van staatsbedrijven maar enkele honderden euro’s per maand, om vervolgens hun machtspositie te misbruiken en tienduizenden euro’s aan omkoopsommen binnen te halen.

Het verhogen van de salarissen van deze mensen is nodig om dit soort praktijken te stoppen, zegt Boytsun. “Noodzakelijk, dat weet elke econoom. Maar zeer lastig te verkopen aan de bevolking. Leg een leraar die honderd euro per maand verdient maar eens uit dat het salaris van de baas van een gasbedrijf naar tienduizenden euro per maand wordt verhoogd.”

Maar dit is niet de grootste zorg van ondernemers. Hier komt auto-onderdelenfabrikant Kanisjtsjenko terug in het verhaal. “Het is allemaal waar. Alle argumenten om voor te zijn kloppen”, zegt hij in de donkere bar in Kiev. “We hebben potentie, we hebben geen keus en we kunnen alleen maar vooruit. Maar de hamvraag is: welke blokkades werpt de politieke bovenklasse dit keer op?”

Je hoeft maar even naar de koppen in de Oekraïense kranten te kijken om te zien wat hij bedoelt. De Oekraïense politieke elite – vol met rijke zakenlieden en oligarchen – werkt al maanden hervormingen voor meer transparantie en minder corruptie tegen. Vorige week nog stond in de Oekraïense kranten dat de openbaar aanklager het anti-corruptiebureau wilde vervolgen omdat hij claimt dat het corrupt is. Uiteindelijk liep de affaire met een sisser af en werd de aanklager ontslagen. Toch geeft het aan hoe schaamteloos de politieke elite opereert. Onwerkelijke en kafkaësk voor een Nederlander, maar voor Oekraïners is het dagelijkse koek. Ze zijn bang dat er weinig van het verdrag terechtkomt omdat de elite, als puntje bij paaltje komt, geen macht zal inleveren.

Kanisjtsjenko zucht. “Onze politieke leiders vinden het eerste deel van het verdrag prima. Van vrijhandel kunnen hun bedrijven profiteren. Maar dit geldt niet voor het tweede deel: de hervormingen. Minder corruptie betekent voor hen minder mogelijkheden om geld te verduisteren. Daarom zullen ze de geëiste hervormingen blokkeren en vertragen waar ze maar kunnen.”

Hij is niet de enige die zich zorgen maakt. “Er worden telkens halve hervormingen ingevoerd omdat de politieke klasse zijn belangen wil beschermen”, zegt ook Boytsun. “Het is een vicieuze cirkel die alleen doorbroken kan worden met externe druk. Uit Europa dus. Maar het is de vraag of de Europese Unie er genoeg prioriteit aan geeft.”

Al met al schetsen ze een weinig optimistische beeld. Maar als hen gevraagd wordt of ze zich dan niet beter tegen het verdrag kunnen keren, trekt alleen auto-onderdelenfabrikant Kanisjtsjenko een vertwijfeld gezicht. “Eerlijk gezegd weet ik het niet meer zo goed”, zegt hij en kijkt naar de tafel. “Soms vraag ik me af of het niet te vroeg is voor het verdrag. Ik geloof wel dat we de goede kant op gaan, maar misschien moeten we met vrijhandel wachten tot we de boel wat meer op orde hebben.”

De rest van de geïnterviewden twijfelen echter niet. “Nee we moeten wel”, zeggen zij. “Natuurlijk is het lastig, transformatie kost tijd en we zijn in een oorlog verwikkeld”, geeft zelfs ombudsman Katsjka toe. “Maar er is geen alternatief. Zelfs als we voor Rusland zouden kiezen – in het huidige politieke klimaat ondenkbaar – komen we economisch niet uit de crisis. Hoe lastig het allemaal ook wordt, op de lange termijn is dit echt het beste voor Oekraïne.”

De andere economen en de ondernemers zijn het met hem eens. “We komen er wel doorheen”, zegt Djadjetsjko. “We hebben geen keus, we moeten het proberen”, zegt Boytsun. “Maar het wordt spannend wat er allemaal van terechtkomt”, zegt Tinnika.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s