Smokkelen voor de Oekraïense nep-Ikea


(Trouw De Verdieping) – In haar boek ‘Het land dat maar niet wil lukken’ voert oud-Trouw-correspondent Fleur de Weerd markante Oekraïners op. Zo neemt radio-dj Sasja haar mee op smokkelpad. Een voorpublicatie.

omslagSasja Kipa is de populairste jongen van de stad. De 26-jarige is lang, draagt een grote bril met zwart montuur, bretels en presenteert een dagelijks programma op de lokale radio. Overal waar hij gaat, stoppen mensen om hem een hand te geven. Maar als ik hem vraag naar zijn populariteit, vertrouwt hij me toe dat hij het ermee gehad heeft. “Oezjhorod is als een Amerikaanse high school uit de film. Leuk hoor, al die aandacht, maar het verveelt gauw”, zegt hij.

Hij is dan ook heel blij dat er een westerse journalist te gast is, ‘helemaal uit Nederland’. Meteen word ik uitgenodigd om in zijn radioshow te komen vertellen over mijn werk.

Oezjhorod ligt aan de grens met Hongarije, Slowakije, Polen en Roemenië. Door de ligging in de bergen is het gebied een beetje afgeschermd van de rest van Oekraïne. Hoewel de regio bekendstaat om zijn natuur en vakantiedorpen, haalt Oezjhorod vooral de landelijke kranten vanwege smokkelaars, jeugdcriminaliteit en algehele uitzichtloosheid. De stad trekt veel Europese toeristen, die hier nep-merkkleding kopen die ze in eigen land niet kunnen krijgen vanwege de strenge regelgeving van de Europese Unie.

EU-grens
Als ik Sasja vertel dat ik graag wat meer over de regio wil weten, brengt hij me in contact met socioloog Fedir Sjandor. Na zijn telefoontje kan ik meteen terecht. Een kwartier later zit ik op zijn kantoor en steekt de professor van wal. “Het aantal mensen dat migreert is nergens zo groot als hier, omdat we zo dicht op de EU-grens wonen. Een derde van de werkende bevolking werkt in het buitenland”, zegt hij trots.

Ik schat hem in als een voorstander van de Europese Unie, maar ik heb het mis. “De EU heeft niet alleen een goede invloed op de regio”, vertelt hij. “De enorme migratie veroorzaakt ook problemen. Veel gezinnen zijn verscheurd. De moeder werkt in Portugal of Turkije als schoonmaakster en de vader zit werkloos thuis in Oekraïne. Hierdoor is er weinig aandacht voor de kinderen, die gemakkelijk van het rechte pad afraken.”

Hij kijkt me fel aan. “We zitten niet te wachten op aansluiting bij de Europese Unie, zoals jij misschien denkt. Duizenden mensen hebben een aantekening in hun paspoort die het mogelijk maakt zonder visum de grens over te kunnen, negentig dagen per jaar. Hierdoor hebben we een bloeiende grenseconomie. Mensen verkopen hier Europese auto’s, koffie en wijn. En in de EU verkopen ze goederen die hier goedkoper zijn, zoals benzine, sigaretten en alcohol. Als we lid worden van de EU raken we onze voorrangspositie kwijt.”

Als ik een half uur later weer buiten sta, staat Sasja al te wachten. Ik vertel hem over het gesprek en de radio-dj knikt. “Mensen zijn trots op hun regio en verdienen veel geld aan smokkel.” Dat ik me verbaas over de anti-Europese houding die de socioloog beschreef, vindt Sasja grappig. “Mijn vrienden willen juist graag bij de EU hoor. We willen af van de corruptie en merkkleding kopen zonder gedoe aan de grens.”

Omdat iedereen graag westerse spullen wil, is er ook een Ikea, vertelt hij.

Daar kijk ik van op, in Kiev had ik gehoord dat er geen Ikea is in Oekraïne. Vanwege de corruptie. “Gemeenteambtenaren en politieagenten bedenken telkens weer nieuwe bouwvoorschriften in de hoop dat het bedrijf hen zal omkopen. Ikea weigert dat”, had een Britse vriend die uitbreidingsonderzoek deed voor het bedrijf, me verteld.

Ikea family
Dit betekent natuurlijk niet dat de Oekraïners zich de Zweedse meubels laten ontzeggen. In de buitenwijken van Kiev zitten enkele nep-Ikea-bureautjes, waar je spullen van de Zweedse meubelgigant kunt bestellen. En in Oezjhorod – niet voor niets een smokkelparadijs – is een nep-Ikea met een heuse showroom.

Van de buitenkant is het een vrij onopvallend pand. Op de gevel staat in de herkenbare blauwe letters ‘Ikea family’. Binnen lijkt het meer op een leeg kantoor dat ingericht is door iemand met een grote voorliefde voor gekleurd plastic. De meubels zijn in groepen neergezet en er hangt een Hongaarse Ikea-poster die de uitverkoop aankondigt aan de anders kale muur.

“Mooi, hè?” zegt Natalie enthousiast. De 23-jarige blondine met felroze lipgloss is de verloofde van de eigenaar. Haar vriend is er vandaag niet, hij is meubels halen in Slowakije. Maar Natalie wil graag over hun winkel praten, die ze met een grote glimlach als ‘ons kindje’ aanduidt.

Verliefd
Ik had gedacht dat het lastig zou zijn met dit soort winkeliers te spreken. Wat ze doen is immers tegen de regels. Maar Natalie vindt het geen enkel probleem erover te vertellen. Zij en haar verloofde zitten al anderhalf jaar in het vak, vertelt ze. Het begon allemaal toen ze op bezoek waren in Bratislava en een Ikea binnenliepen. Ze waren meteen verliefd. “De kleuren, de kwaliteit en dan toch zo’n goede prijs”, zegt ze. “Dat vind je niet in de Oekraïense meubelwinkels.” Vooral kinderspullen en kandelaars in roze en wit doen het hier goed, vertelt ze. “En natuurlijk”, ze loopt naar een roze vakjeskast toe, “de Expedit.”

De werkwijze van het bedrijf is simpel maar effectief. Een paar keer per maand rijdt Natalie of haar vriend met een busje naar Slowakije of Hongarije. Ze kopen daar spullen en rijden daarmee terug naar Oekraïne. Net voor de grens stoppen ze bij een café waar ze mensen oppikken. Jackets heten zij, mensen die zich laten inhuren om te smokkelen. Je mag per persoon vijftien kilo aan spullen meenemen, of voor vijfhonderd euro, vertelt Natalie. Als ze jackets meenemen, kan de hele bus dus vol.

“Vindt de grenspolitie dit niet verdacht?” vraag ik. Natalie kijkt verbaasd. “Nee hoor, we doen toch niets verkeerd? We laten gewoon het bonnetje zien als ze dat willen.” Ik kijk haar op mijn beurt verbaasd aan. Om te bewijzen hoe goed haar intenties zijn, begint het meisje te vertellen over de voorwaarden. In haar winkel kun je spullen tot tien dagen na aankoop met kassabon ruilen, ‘net als in het echt’.

Prachtige spullen
“En wat denk je dat Ikea hiervan vindt?” vraag ik ten slotte aan Natalie. Ze denkt even na. “Ik denk dat ze blij zijn. Ik heb gehoord dat ze niet in Oekraïne willen zitten. Doordat wij een winkel voor ze openen, hoeven ze niet in Oekraïne te investeren, maar maken ze toch winst.” De klanten in de winkel knikken haar bemoedigend toe. “Prachtige spullen, heel Europees”, zegt een mevrouw met een roze douchemat in haar handen.

Die avond heeft Sasja speciaal voor mij een feestje georganiseerd met zijn radiovrienden. De jongeren vragen me alles over hippe kleren in Nederland en we slaan het ene glas wodka na het andere achterover. De radiopresentator vertelt over mijn verbazing in de nep-Ikea, en zijn vrienden moeten er hard om lachen.

In een hoek zitten twee jongens een beetje apart van de groep. Ze dragen leren jasjes en lijken er niet echt bij te horen. Ik ga bij ze zitten en vraag wie ze zijn en wat voor werk ze doen. Met een mengeling van verbazing en boosheid kijken ze me aan. ‘Consultancy,’ zegt de een en fluistert dan iets in het oor van de ander. Zonder iets tegen me te zeggen lopen ze weg.

Als ik Sasja erover vertel, lacht hij. “Waarschijnlijk horen ze bij de lokale maffia. Iedereen weet het, maar niemand vraagt ernaar.” Ik kijk hem aan. Wat een stad is dit toch. Dan borrelt er een idee bij me op. Ik vraag Sasja of hij de volgende dag met me mee wil smokkelen. Hij is gelijk enthousiast.

Wodka en sigaretten

De volgende ochtend is hij iets minder blij. Met een flinke kater staan we om vijf uur op om op het station van Oezjhorod de eerste bus naar Slowakije te halen. Het is een drukte van belang en overal wordt gezeuld met meubels, drank en sigaretten. Twee vrouwtjes van in de vijftig staan gezellig met elkaar te praten bij onze bus. Als we instappen schieten ze ons meteen aan. “Wil je sigaretten en drank voor me meenemen?” vraagt een van hen.

Als we ja zeggen, rent ze gauw naar de kiosk om de smokkelwaar te kopen. We krijgen ieder twee pakjes Marlboro en een fles wodka. Ze instrueert ons het in onze tas te doen en als we over de grens zijn aan haar terug te geven. Dan herhaalt het proces zich telkens als er nieuwe passagiers instappen. Bijna iedereen neemt wel iets aan van de vrouwen, en de chauffeur kijkt niet op of om. Als de bus toetert, stappen de vrouwen in. Ze betalen hem niet.

Onderweg spreken we de vrouw aan en vertelt ze dat ze Nina heet. Ze is 56, met pensioen en gaat een paar keer per week de grens over met smokkelwaar om wat bij te verdienen. Meestal is dit maar een paar euro per dag. Vroeger was het meer, maar alle Slowaken met geld zijn verder naar het Westen verhuisd, legt ze uit. “Maar je moet toch wat met je dag”, lacht ze. “De buschauffeur tolereert ons, voor een praatje en een sigaret.”

Naar de fles
Bij de grens kijken de Slowaakse agenten niet verrast op als ze een bus vol mensen met twee pakjes sigaretten en een fles drank aantreffen. Ze begroeten de smokkeldames vrolijk, alsof ze elkaar al jaren kennen. In Slowakije aangekomen geven we de flessen en sigaretten terug aan Nina en wensen haar een goede dag.

We kijken om ons heen. We zijn in het grensplaatsje Vysné. Meer dan een paar huizen, een koe op de weg, een bord met welkom in de EU en een winkeltje is het niet. Hoewel het nog geen acht uur is, zitten er al een paar mannen lallend op het terras bij het winkeltje. De serveerster haalt haar schouders op. “Vroeger was er nog wat te beleven in ons dorp, maar nu trekt iedereen naar de grote steden om geld te verdienen. Zij die overblijven, grijpen naar de fles”, zegt ze, en wijst naar de mannen.

We lopen terug naar een sfeerloze kroeg, een paar meter van de grens. Terwijl we hier wachten boven een bak oploskoffie, vertelt Sasja me dat hij van plan is een visum aan te vragen in Duitsland. “Mijn moeder wil dat ik ga. Zij zegt telkens: ‘Nu ben je nog niet verpest door de corruptie’.”

De jongen kijkt naar de grond. “Er zijn mensen in de stad die denken dat ik mijn baantje bij de radio te danken heb aan steekpenningen. Op zich niet raar, want iedereen betaalt hier om werk te krijgen, maar ik heb dat nog nooit gedaan. Probeer het alleen maar eens te bewijzen.”

Geen vragen
Ik kijk naar de deur, waar op dat moment een jong stel binnenloopt dat zoekend rondkijkt. Ze zijn waarschijnlijk op zoek naar jackets. “Mogen we meerijden?” Ze blijken Oekraïens. Als ik vertel dat ik een stuk schrijf over smokkelen, kijken ze elkaar vertwijfeld aan. “Als je geen vragen stelt”, zegt de jongen dan.

Onderweg praat hij met zijn vriendin over haar moeder en ontwijkt hij onze blikken. Als Sasja hem onderbreekt en vraagt wat ze vandaag in Slowakije hebben gedaan, zegt hij dat ze daar vanochtend ‘koekjes hebben gekocht die je in Oekraïne niet hebt’. Sasja gebaart me niet verder te vragen. De rest van het korte ritje blijft het stil. Als we de grens over zijn, willen de twee zo snel mogelijk van ons af en zetten ze ons eruit bij een verlaten winkelcentrum buiten het centrum.

“Ik ben benieuwd wat ze echt smokkelden”, zegt Sasja als we op zoek gaan naar een bushalte. “Het is bizar hoe vaak het gebeurt, die twee hadden mijn vrienden kunnen zijn.” Hij is even stil. “Eigenlijk best deprimerend. Misschien moet ik me toch maar eens verdiepen in Duitsland.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s