‘Beter af dan rijstplukkers’


28 oktober 2013 (Trouw) – Sinds de ramp een half jaar geleden in de Rana Plaza-fabriek in Dhaka wordt vol medelijden over de arbeiders in de Bengaalse kledingindustrie gesproken. Deze hoofdzakelijk laagopgeleide vrouwen werken lange dagen in vaak onveilige fabrieken en krijgen daar weinig voor betaald. Het minimumloon voor een 48-urige werkweek is 28 euro. Uitbuiting, zeggen internationale hulporganisaties. Maar de naaisters zelf denken daar vaak anders over.

Voor de 17-jarige Shapna bijvoorbeeld kan haar baan niet stuk. Ze werkt nu zeven maanden als naaister in kledingfabriek Uri Garments in Dhaka. Een hele verbetering met haar leven in Dinajpur, in het noorden van Bangladesh. “In mijn dorp moest ik mijn moeder met het huishouden helpen. Hier ben ik onafhankelijk. Ik kan zelfs mijn eigen kleding kopen. Nazmul praat mee over de prijs, maar de kleur kies ik.”

Nazmul (18) is haar man. De twee zitten op een bed in de hut van groene golfplaten die ze samen huren. Hij werkt in een andere kledingfabriek, waar hij losse draadjes van kleding afknipt.

Als hen gevraagd wordt hun inkomsten en uitgaven op een rij te zetten, blijkt dat ze niet echt inzicht hebben in hun financiële situatie. Samen verdienen ze 9000 Bengaalse taka, 90 euro per maand. Dit krijgen ze contant uitbetaald in de fabriek.

Nazmul bepaalt hoe het inkomen wordt uitgegeven. Hij beheert het geld en koopt iedere dag de groenten bij de kraampjes in de straat. Als er aan het einde van de maand geld over is, sturen ze wat naar zijn familie. Als er te weinig is – of als de baas niet uitbetaalt – lenen ze geld van neven in de stad. “Maar liever niet”, vertelt Shapna. “Het duurt meestal maanden voordat we het terug kunnen betalen, daar word ik altijd erg somber van.”

Bij ‘grote uitgaven’ zoals kleding wordt er eerst overlegd. “Omdat het een huwelijk uit liefde is”, flapt Shapna eruit. Haar echtgenoot kijkt verlegen naar de deur. “Dat is ook de reden dat we nu in Dhaka wonen. Onze vaders – dat zijn broers – waren tegen onze relatie. Dus zijn we stiekem getrouwd en gevlucht.”

In de discussie over lonen in Bangladesh geldt een minimumloon van 28 euro als te laag om een menswaardig bestaan van te leiden. Shapna nuanceert dat. “We verdienen meer dan rijstplukkers. Mijn vader werkt bij een boer en moet het hele gezin van 2 euro per dag onderhouden. Mijn moeder doet de kippen en de groentetuin. Hun huis is van tin met een vloer van aangestampte modder.” Ze wijst naar de vloer van haar hut: daar ligt plastic vloerbedekking.

Natuurlijk willen ze meer geld dan nu. Zoals alle arbeiders hier stappen Shapna en haar man direct over naar een andere fabriek als die meer betaalt. Dat is net zoiets als onderhandelen op de markt, legt ze uit: “Je moet altijd proberen iets meer te krijgen.”

Ze komen net rond. Het woord verzekering kennen ze niet. Noch het woord bankrekening. En medische kosten? “Nog nooit gehad. Vroeger als we ziek waren, hielpen de buren ons”, aldus Shapna.

Werkpapieren hebben ze wel, vertelt Nazmul trots. De vakbond is in de fabriek langsgeweest en had ze aangeraden een mapje bij te houden. Hij laat een geplastificeerd mapje zien.

“Insjallah”, zegt Shapna. “Over dat soort dingen maak ik me niet druk, we moeten gewoon blijven werken dan komt het wel goed. Mijn enige zorg is dat ik kinderen krijg. Dan kan ik niet meer werken en moet ik terug naar het dorp. Nazmul zal me geld sturen. Dat zal wel moeilijk zijn omdat ik hier vrijer ben geworden. Dus misschien blijf ik wel werken en stuur de kinderen naar het dorp. Zo doet iedereen het toch?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s