Met kleine handen gaat het beter


26 oktober 2013 (Trouw) – Op de onverharde weg die naar de fabriek leidt, ruikt het naar uitwerpselen en currykruiden. Het is 35 graden en een riool hebben ze in deze buitenwijk van Dhaka niet.

Op de vierde verdieping van een leegstaand flatgebouw is de geur verdrongen door die van zweet. Er zitten zo’n 75 naaisters, knippers en tekenaars in een ruimte van zo’n 50 vierkante meter broeken in elkaar te zetten. Een jongetje van een jaar of tien wordt door de lijnmanager achter een naaimachine vandaan gesleurd als ze ziet dat hij me opvalt.

De lijnmanager heet Lutifa. Ze heeft een gele sari aan en zet me gelijk aan het werk als ik haar vraag me te behandelen als een Bengaalse op haar eerste dag. Ze legt uit hoe het flapje op de achterzak van een broek gevouwen moet worden. “Met je vinger hierin duwen zodat het een puntig zakje wordt.” Ze wijst dan naar de pubermeisjes op de grond die geroutineerd tien zakjes per minuut vouwen.

De meisjes kijken nieuwsgierig toe. “Haar vingers zijn te groot”, zegt een meisje van een jaar of 12. Ze houdt haar hand naast die van mij. “Met kleine handen gaat het beter.” Lutifa kijkt gepikeerd.

De fabriek heet Bismillah Garments en de manager Mohammad Sahadat Hossain (33). Hij zit achter zijn bureau in een hokje op dezelfde verdieping. “We maken broeken voor India en Doebai. Niet voor Europa, daarvoor moet je groter zijn en meer kunnen produceren per dag. Daar zijn we nog niet klaar voor. Maar we willen wel, want dat zou ons meer aanzien en winst opleveren.”

Als je het nieuws moet geloven, staat de Bengaalse kledingindustrie internationaal onder druk door slechte veiligheids- en werkomstandigheden. In april kwamen 1133 mensen om het leven bij de ramp in de Rana Plaza-fabriek. Maar als je uit het raam kijkt bij Bismillah zie je overal fabrieken in aanbouw: de vraag naar goedkope kleren neemt alleen maar toe.

Het minimumloon in Bangladesh is op dit moment 28 euro per maand. Bij Bismillah verdienen de arbeiders meer. Een volleerd naaister verdient 40 euro per maand en een beginner 30. Daarvoor werken ze zestig uur per week, elke dag tien uur. Vrijdag is een vrije dag. Voor overuren krijgen ze 5 eurocent per uur. En bij zwangerschap of ziekte niets.

C Fleur de Weerd

C Fleur de Weerd

Er wordt in lijnen gewerkt. Dat betekent dat groepjes naaisters samen een broek maken. De eerste tekent, de tweede knipt, de derde zoomt, de vierde naait ze aan elkaar, enzovoort. Airco is er niet, aan het plafond hangen twee ventilatoren. Voor de ramen zitten tralies en er is maar een uitgang: die leidt naar een smal trappenhuis zonder reling waar het hele gebouw gebruik van maakt. Er hangt één brandblusser aan de muur.

Hossain geeft hier al tien jaar leiding. Hij is zelf als knipper begonnen en heeft zich omhoog gewerkt. Zijn fabriek is een van de 5000 kledingfabrieken in Bangladesh, althans volgens de officiële cijfers van werkgeversorganisatie BGMEA. Waarschijnlijk zijn het er twee keer zo veel. De industrie is goed voor 77 procent van de export van het land en er werken zeker vijf miljoen mensen.

Bismillah Garments is een fabriek die niet voor het Westen produceert en dus op vele punten slechter dan de fabrieken waar de kleren voor bijvoorbeeld Nederlandse winkels gemaakt worden, vertelt Shahida Sarkar van vakbond NGWWF.

“Met de veiligheid is het hier niet goed gesteld”, fluistert de vakbondsvrouw. “Dat trappenhuis kan echt niet. Maar het is logisch dat ze dat niet aanpakken, er is niemand die dat afdwingt. Kledingbedrijven uit India en Doebai zullen heus geen inspecteurs sturen die op brandveiligheid controleren. Bij fabrieken die voor het Westen produceren, ziet dat er anders uit. Zij moeten zich aan allerlei regels houden en dus is de veiligheid daar meestal beter.”

Maar niet alles is in de ‘westerse’ fabrieken beter. Over het algemeen is de werkdruk daar hoger en de sfeer slechter, zegt Sarkar. “Een fabriek als deze heeft niet zo’n strenge leverdeadline, dus is er minder stress. Er wordt niet geschreeuwd en geslagen.”

Ze wijst om zich heen. De arbeiders maken af en toe een praatje met elkaar. Als de stroom weer eens uitvalt, drommen ze met z’n allen samen om met hun ouderwetse mobieltjes foto’s te maken van de buitenlandse gast.

Hossain bevestigt het verhaal van de vakbondsvrouw. “We willen de veiligheid wel verbeteren, maar dat is geen eis van de inkopers. We werken ook zonder exportvergunning. Dat maakt de inkopers weinig uit. Als ze een inspecteur sturen, kijkt die alleen naar de kwaliteit van de kleren.”

In een fabriek een paar kilometer verderop gaat het er anders aan toe. Op een verdieping van zo’n 100 vierkante meter werken tweehonderd mensen in stilte.

De naam van de fabriek mag niet in de krant, want er wordt hier geproduceerd voor een Frans kledingmerk. “Praten op de werkvloer is bij ons niet toegestaan, want anders haal ik mijn deadlines niet”, zegt de manager die we Hassan noemen. “En dan verliezen de naaisters hun werk.”

Hassans fabriek heeft wel een exportvergunning. “Daar komt een hoop stress en gedoe bij kijken. Ik moet ambtenaren omkopen voor de juiste papieren, dat kost me duizenden euro’s per jaar. Bovendien komt er om de zoveel tijd een inspecteur die alles platlegt en eist dat ik van alles aanpas. Het wordt er wel beter van, maar het komt ook allemaal voor mijn rekening.”

Zijn fabriek ziet er op het eerste gezicht niet anders uit dan die van Hossain.

Maar als je goed kijkt, zie je toch verschillen: er hangen meerdere brandblussers, er zijn twee brandtrappen en er staat een klachtenbox op elke verdieping. Maar wel in het midden van de zaal, je kunt er niets in doen zonder dat anderen dat zien.

In beide fabrieken zijn jonge kinderen aan het werk. In Bismillah ontkent Hossain dit, maar Hassan is wel eerlijk. “Hier werken kinderen ja. Jullie in het Westen begrijpen dat waarschijnlijk niet, maar hier is werken een kans voor die meisjes. Voor het eerst in decennia krijgen boerenkinderen de mogelijkheid een vak te leren. Het bedrijf waarvoor ik produceer, weet er trouwens ook van. Ze tolereren het, zolang ik het op papier maar uitsluit.”

Intussen krijg ik in Bismillah naailes van Lutifa. Ze zet me op een laag bankje achter een naaimachine. Het pedaal is op enorm hoge snelheid ingesteld, zodat je al meteen de hele zoom van de broek hebt genaaid als je hem enkele tellen inhoudt. “Niet goed”, zucht Lutifa, als ik na een paar uur nog geen rechte lijn weet te naaien.

Het werk is niet per se zwaar, omdat ik telkens iets anders te doen krijg. Maar fysiotherapeuten wijzen op het gevaar voor de werkers die urenlang in dezelfde houding zitten. “Hun rug is vaak op hun dertigste kapot”, aldus fysiotherapeut Manushan Jonno, die actievoert voor betere werkomstandigheden. “Hoe groter en industriëler de fabriek, hoe slechter de gezondheid van de werkers.”

“Het lastige is dat veel mensen oprecht blij zijn met hun werk. Vooral voor vrouwen is het de manier om onafhankelijk te zijn en van het streng islamitische platteland te ontsnappen. Daar werden ze pas echt uitgebuit. Met zulke nieuwe verworvenheden gaan ze niet gauw klagen”, zegt Jonno.

Het meisje in een roze jurk naast me klaagt inderdaad niet. Ze giechelt als ze me ziet hannesen. Ze heet Sonia en steekt geoefend een draad door haar naald. “Ik ben zeventien en werk hier nu drie maanden. Mijn vader heeft een T-shirtwinkel en kon geen school meer voor ons betalen nadat we hadden leren lezen en schrijven. Maar dat is niet erg, mijn broertje en zusje werken ook hier. Wel zo gezellig.”

Intussen wordt Lutifa steeds onrustiger. Ik mag met niemand meer praten. Als de fotograaf op het jongetje inzoomt, wordt het haar te veel. “Nu moeten jullie weg, want de productie komt in gevaar.”

Hossain laat ons uit, maar niet voordat hij ons zijn toekomstdroom laat zien: een nieuwe fabriek twee straten verderop. De ruimte is zeker 150 vierkante meter en glanzend wit geverfd. Hij loopt door de zaal en spreid zijn armen. “Groot hè?” Dan trekt hij me mee naar het raam en wijst naar buiten. Daar is een inkeping te zien in de tralies, met daaronder een brandtrap. “Voor de veiligheid”, zegt hij breed lachend. “Hiermee gaan we zeker een exportvergunning bemachtigen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s