‘Een duivels dilemma, dat is het’


26 oktober 2013 (Trouw) – Na de ramp in de Rana Plaza-fabriek is de discussie losgebarsten over het gebrek aan fatsoenlijke productievoorwaarden en lonen in lage- lonenlanden zoals Bangladesh. Vanuit de industrie is gereageerd: zeker negentig kledingbedrijven ondertekenden een bindend verdrag om de veiligheid van Bengaalse fabrieken te verbeteren. We vragen Jef Wintermans, directeur van Modint, de Nederlandse brancheorganisatie voor textielbedrijven, wat kledingbedrijven doen en hoe ver hun verantwoordelijkheid reikt.

Hoe fair trade zijn de Nederlandse textiel- en kledingbedrijven in Bangladesh?

“Er gebeurt meer achter de schermen dan zichtbaar is. Zeker de helft van de bedrijven is op de een of andere manier bezig de handel of een onderdeel ervan te verduurzamen. Ze zijn aangesloten bij een organisatie als Fair Wear, laten inspecties doen, werken met een van de 150 keurmerken of hebben eigen programma’s om de werkomstandigheden te verbeteren. Maar veel bedrijven maken dit niet openbaar.”

Waarom niet? Ze hebben toch baat bij een goede reputatie?

“Ten eerste omdat hun doelgroep de consument is. Niet de kritische burger die ‘s avonds naar ‘Pauw & Witteman’ kijkt, maar de klant die bepaalt of hij deze jas wil kopen. De informatie die een bedrijf de klant geeft, moet in hun ogen over mode gaan.

“Daarnaast zijn bedrijven bang dat als ze dit openbaar maken ze worden afgerekend op wat ze níet doen. Als ze zeggen dat ze met biologisch katoen werken, wijzen critici meteen op chemicaliën in de verf en op kinderarbeid. Of ze onderzoeken of de schapen die de wol leveren wel goed worden behandeld.”

Honderdvijftig keurmerken, dat klinkt niet alsof er één plan is.

“Voor bedrijven is de veelheid van systemen ook een crime. In sectoren waar de vijf of tien grootste spelers meer dan de helft van de markt bedienen, is het mogelijk verduurzamingsafspraken te maken waaraan iedereen zich committeert. In de textiel- en kleding- industrie zijn zelfs de groten te klein om dit te regelen. Het is een enorm concurrerende markt, dus als jij wel meedoet en anderen niet kun je als bedrijf snel je deuren sluiten.”

Wat zijn de belangrijkste misstanden in Bangladesh?

“Dezelfde als 130 jaar geleden in de Nederlandse industrie: te lange werkdagen, te lage lonen, slechte veiligheid. Maar de globalisering en de technologie hebben ertoe geleid dat burgers in het Westen nu kritische vragen stellen of organisaties als de Schone Kleren Campagne steunen. De reflex van kledingbedrijven was lange tijd ‘bemoei je niet met mijn zaak’ of ‘maar we hebben wel aan alle regels voldaan’. Nu de publieke opinie zich tegen hen keert, zien ze in dat ze daar iets mee moeten.”

Wat moet er gebeuren?

“In Bangladesh vormen veiligheid en gezondheid op de werkplek de grootste problemen. Wij zijn voor een internationale aanpak vanuit de industrie in samenwerking met de Bengaalse bonden en de regering. Maar ik wil wel gezegd hebben dat de Nederlandse industrie een zeer beperkte invloed heeft op het geheel. We zien de problemen, maar maken tegelijkertijd maar 1 procent uit van de kledingindustrie.”

Daar kun je je achter verschuilen. Waarom openen de Nederlandse bedrijven niet samen een ‘goede’ fabriek?

“Zo werkt de markt nog niet. De concurrentie is te groot. Bedrijven zijn vooral bezig met hun eigen voortbestaan. Dat is hun eerste prioriteit. Vooral nu ze zo’n last hebben van de crisis.

“Daarom is het veiligheidsakkoord uit juni ook revolutionair. Negentig bedrijven van alle continenten trekken samen hun portemonnee voor een beter inspectiesysteem en verplichten zich voor vijf jaar in Bangladesh te blijven produceren, zoiets is nog nooit vertoond.”

Maar negentig bedrijven van de duizenden is toch niet veel.

“Het zijn wel de grootste bedrijven die hieraan meedoen (H&M, Primark, Zara, C&A, V&D, red.). Ze hebben iets getekend wat juridisch bindend is en waarvan ze nog niet weten wat de consequenties zullen zijn.”

Enkele bedrijven die kleren lieten maken bij Rana Plaza zeiden dat ze niet wisten dat het daar onveilig was. Was dat naïef of nalatig?

“Ik vind het wat ver gaan om dat nalatig te noemen. Voor wat er ter plekke in jouw bedrijf gebeurt, heb je een grotere verantwoordelijkheid dan voor wat er bij een toeleverancier elders gebeurt.”

Bengaalse fabriekseigenaren zeggen dat inkopers een prestatiebonus krijgen op hoeveel ze van de prijs af onderhandelen. Staat eerlijk inkopen haaks op winst maken?

“Het is een duivels dilemma. Als de inkoper zo’n bonus krijgt, zal dat de verduurzaming niet ten goede komen inderdaad. Maar aan de andere kant doet een inkoper het natuurlijk verkeerd als hij niet de laagste prijs betaalt, dat is immers zijn werk.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s