Slechts een fractie uitgekeerd


26 oktober 2013 (Trouw) – Salma Nobi (22) ligt op een tweepersoonsbed en kan zich niet bewegen. “Ik heb net een operatie aan mijn onderste wervel gehad.” Ze liep een rugbreuk op toen op 24 april de Rana Plaza-fabriek bij Dhaka instortte. “Ik had net een mouw gezoomd, toen het gebeurde. Ik hoorde een hard, krakend geluid. Vanaf dat moment weet ik niets meer.” Na drie uur kwam ze weer bij. “Mensen schreeuwden en ik zag de supervisor met een zaklamp. Ik zat vast onder een grote doos vol kleren. Toen haalde iemand me eruit, ik weet niet wie.”
Een half jaar later woont Nobi bij haar broer, omdat ze haar huur niet meer kan betalen. Het bed waarin ze ligt te herstellen, staat in een armoedig hutje dat ze deelt met drie anderen. “Naast mijn operatie heb ik van de staat 100 euro gekregen. En van Primark 150 euro. Mijn achtergestelde loon krijg ik nog, dat is ook ongeveer 100 euro. Maar ik krijg het alleen als ik het persoonlijk kom halen, zegt mijn baas.” Ze probeert haar hoofd te draaien. “Dat is niet zo gemakkelijk in mijn positie. Ik weet niet eens of ik ooit weer kan lopen.”
Het instorten van de Rana Plaza-fabriek bij Dhaka, een half jaar geleden, was de grootste ramp in de geschiedenis van de kleding- industrie in Bangladesh. Er vielen 1133 doden en ongeveer 200 gewonden. Door een menselijke fout, want er waren de dag ervoor constructiefouten ontdekt, en toch moesten de arbeiders komen werken van het management.
Nadat de eigenaren en managers waren opgepakt, werd al snel de vraag gesteld hoe de slachtoffers konden worden geholpen. De mensen die hier werkten, waren hoofdzakelijk arme vrouwen afkomstig uit dorpen uit het hele land. De Bengaalse overheid beloofde in de medische behoeften te voorzien en zei per overleden arbeider aan de familie 1000 euro uit te keren. Overlevenden zouden ook gecompenseerd worden en aan nieuwe banen geholpen. Werkgeversorganisatie BGMEA zei fondsen op te richten en lonen door te betalen. Modemerken spraken hun afschuw uit en Primark beloofde compensatie voor de slachtoffers en hun kinderen.
Zes maanden later gaan we terug naar de plek van de ramp om te kijken wat daarvan terecht is gekomen. Achter de kale plek waar eerst het Rana Plaza-gebouw stond, ligt nog steeds een enorme hoop met stenen, rollen stof en machines. Ervoor zijn nieuwe winkeltjes ontstaan. Een jongen verkoopt achter een zelfgefabriceerde kraam naar curry geurende kormarolletjes, zijn buurman felgekleurde babykleertjes. Om de hoek staat een man in een portiek lijm te snuiven.
C Fleur de Weerd

C Fleur de Weerd

Een vergelijkbare chaotische situatie als rond dit gebouw van de ramp zie je terug in de compensatie aan de slachtoffers. “Slechts enkele beloften zijn nagekomen. Bovendien is er amper overzicht en niemand neemt de verantwoordelijkheid”, aldus Khondaker Golam Moazzem, hoofdonderzoeker van de onafhankelijke Bengaalse denktank Centre for Policy Dialogue (CPD) dat een rapport schreef over de stand van zaken. “Er is een bedrag van 55 miljoen euro nodig, daarvan is slechts een fractie uitgekeerd.”

Volgens de denktank hebben slechts veertig families van overleden werkers van de Bengaalse overheid de hele compensatie gekregen. Werkgevers hebben slachtoffers niet het loon uitbetaald, waar ze volgens de wet recht op hebben. Onder slachtoffers gaan er geruchten dat zowel bij de overheid als de werkgeversorganisaties speciaal opgerichte fondsen niet worden gebruikt waarvoor ze bedoeld waren.
Van de 28 kledingmerken die volgens vakbond IndustriALL met de fabriek zaken deden, is enkel Primark over de brug gekomen met geld. Het Ierse kledingbedrijf heeft zeker 3300 arbeiders van zes maanden loon voorzien. Andere kledingbedrijven ontkennen betrokkenheid of zeggen niet met geld te willen strooien.
Corruptie maakt het moeilijk om duidelijkheid te scheppen. Zo is het bijvoorbeeld bijna onmogelijk om vast te stellen hoeveel mensen daadwerkelijk aan het werk waren in de fabriek. Fabrieken registreren nauwelijks wie er werkt en in de ziekenhuizen was de chaos direct na de ramp te groot. Volgens werkgeversorganisatie BGMEA waren er maar 2759 mensen aan het werk terwijl het centrum op basis van lijsten van ziekenhuizen en journalisten uitkomt op 3900.
Daarbij komt dat de slachtoffers nauwelijks weet hebben van hun rechten. Nobi kan niet lezen en heeft geen bankrekening, dus moet volledig vertrouwen op wat de mensen om haar heen zeggen. “Ik heb via via gehoord dat we het salaris nog krijgen. Dat ik die 150 euro van Primark heb gehad, hoor ik net pas. Eigenlijk dacht ik dat ik dat van de bank had gekregen, want daar moest mijn familie het geld ophalen.”
Een groep slachtoffers verdient volgens CPD speciale aandacht: families van vermiste Bengalen. Deze mensen krijgen niets van de overheid. Shapla Hossain (40) bijvoorbeeld. Ze spreekt ons aan bij de ruïne van Rana Plaza en trekt meteen een foto van haar broer Salieman tevoorschijn. “Zijn lichaam is niet gevonden of zit tussen dat van de ongeïdentificeerde lichamen, en ook de DNA-test heeft nog niets opgeleverd.” Ze heeft 150 euro van Primark gekregen, omdat ze het bewijs op papier heeft dat hij daar echt werkte. “Verder niets. Het is vooral vreselijk voor zijn kinderen.”
Hossain heeft alle papieren van haar broer bij zich. Maar ze wil wel erg graag haar verhaal vertellen. We waren door de vakbond al gewaarschuwd dat er ook mensen zijn die misbruik proberen te maken van een rampsituatie. Ze zeggen zelf in de fabriek te hebben gewerkt of een familielid te zijn verloren. Hoewel er 332 lichamen niet zijn gevonden, claimen 550 families een vermist familielid. Het is lastig vast te stellen of Hossain de waarheid spreekt.
Terwijl de overheid beloofd had de medische kosten te dekken, beginnen steeds meer ziekenhuizen kosten op slachtoffers te verhalen. Slachtoffers in Dhaka Medical College and Hospital bevestigen dit. “Je merkt dat ziekenhuizen geen zin meer in ons hebben”, vertelt de 18-jarige Rehanna vanuit een ziekenhuisbed. “Ik krijg trouwens überhaupt niets van de overheid, omdat ik pas in het ziekenhuis koudvuur opliep.” Ze wijst naar de stompen onder haar jurk waar eerst haar benen zaten. “Ik hoop dat ik in elk geval wel een rolstoel krijg.”
De slachtoffers hebben moeite rond te komen met de kleine bedragen die ze hebben gekregen. Nobi’s 250 euro is al op. “Aan eten, huur en vervoer naar het ziekenhuis”, vertelt ze. Hoe nu verder weet ze niet. Ze kijkt naar haar broer die aan de rand van het bed zit. “Ik wil niet terug naar mijn ouders in het dorp, want ze zijn streng islamitisch. Maar ik vraag me af of ik veel keus heb. Ik zou het liefst hier een eigen atelier beginnen, maar zou niet weten waar ik dat geld vandaan haal.”
Ook Rehanna ziet geen andere uitweg. “Ik onderhield steeds mijn moeder, maar nu draaien we de rollen om.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s