Voor loonoverleg was een grote ramp nodig


24 oktober 2013 (Trouw) –  Een half jaar geleden stortte in Dhaka kledingfabriek Rana Plaza in. Op het moment dat het gebouw van zeven verdiepingen – waarvan twee illegaal gebouwd – op de flat ernaast viel, waren er binnen zeker drieduizend mensen aan het werk. In totaal kwamen 1133 arbeiders en hulpverleners om.

De ramp bracht veel teweeg in de internationale kledingindustrie. Er werd een akkoord gesloten tussen honderd kledingbedrijven om met de Bengaalse overheid veiligheidsinspecties te gaan uitvoeren. Een stap in de goede richting, maar het gaat niet ver genoeg, aldus hulporganisatie de Schone Kleren Campagne (SKC), die ook aandacht wil voor de lage lonen in de sector.

Op dit moment is het minimumloon 28 euro per maand. Hiervoor werken naaisters zes dagen per week, acht uur per dag. Officieel, want ze maken bijna elke dag overuren. Soms werken ze tot diep in de nacht door om een order af te maken. Geen werktijden om kinderen op te voeden, dus de meeste arbeiders – voor 80 procent vrouw – laten hun kroost achter bij ouders in de provincie.

SKC voert in Utrecht en Amsterdam actie voor een hoger minimumloon. Ook de Nederlandse overheid zet hierop in door adviesbureau Berenschot het zogenoemde ‘leefbaar loon’ uit te laten rekenen. Dat is een salaris waarmee een arbeider onder meer voedzaam eten, onderwijs en medische hulp voor zichzelf en zijn gezin kan betalen.

In samenwerking met professor Doug Miller van de Northumbria universiteit in Groot-Brittannië bedacht het adviesbureau een rekensom en kwam op een bedrag van 82 euro. Er circuleren verschillende getallen. “Het gaat niet alleen om het cijfer, het idee erachter is belangrijker”, aldus Irina van der Sluijs van Berenschot. “Het minimumloon wordt door werkgevers in Bangladesh vaak als maximum gezien. Arbeiders moeten heel veel overwerken om een beetje normaal salaris te verdienen. Deze discussie gaat over de absolute bodem.”

De meeste Bengaalse fabriekseigenaren vinden leefbaar loon een belachelijk idee. De H&M’s en C&A’s zijn hier omdat het een lagelonenland is, zeggen zij. Als we de lonen verhogen, gaan ze naar goedkopere landen in Afrika. De werkgevers maken zich zorgen dat zij voor de loonsverhoging opdraaien.

Maar ook in de industrie wordt het als een utopie gezien: als je de lonen ophoogt, kun je net zo goed de kleding in eigen land laten maken. Zelfs goedwillende bedrijven zijn kopschuw. Zij zeggen dat ze niet weten waar te beginnen en wijzen naar de Bengaalse overheid. “Het is al jarenlang een patstelling”, verzucht Van der Sluijs. Wat dat betreft is Rana Plaza wel ergens goed voor geweest. Op dit moment vergadert een commissie van overheid, werkgevers en vakbonden over een nieuw minimumloon. Begin deze week zeiden fabriekseigenaren tegen journalisten ter plekke dat ze verwachten dat het ergens tussen de 45 en 55 euro per maand uit zal komen en volgend jaar wordt ingevoerd. Maar ook dat zij het alleen kunnen invoeren als de kledingbedrijven meebetalen, de orders voor volgend jaar liggen namelijk al vast.

Voor de toekomst is het volgens Berenschot belangrijk dat de loononderhandelingen structureel gaan plaatsvinden. “Er is een systeem nodig waarbij vakbonden, werkgevers en overheid ieder jaar om de tafel gaan zitten, zodat iedereen in de industrie weet waar hij aan toe is. Erg lastig in Bangladesh, want de partijen zijn gepolitiseerd en de machtsverhoudingen scheef. Op dit moment is iedereen betrokken en doet iedereen zijn best om de reputatieschade goed te maken. Het is de vraag of dit zo blijft als de aandacht wegebt.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s