Blij met de mijn en de corrupte president


15 juni (Trouw) – Hoe denkt, leeft en voelt de jeugd in een land als Oekraïne, klem tussen Oost en West, aan de rand van Europa? Vandaag deel 3 van de vierdelige serie: Andrej, mijnwerker uit Novodonetsk.

De enige man in de familie zonder zwarte nagels is zoontje Maksim. “Grote kans dat hij later in de mijn gaat werken”, zegt Andrej Jaremtsjak (23) terwijl hij glimlachend de peuter nakijkt die een stuk taart van tafel grist. “Liever niet natuurlijk, maar ik zou het goed begrijpen als ook hij voor zekerheid kiest.”

Jaremtsjak is een mijnwerker in Novodonetsk, Oost-Oekraïne. Dit gebied is economisch sterk afhankelijk van mijnen, veel dorpen zijn zelfs helemaal om een steenkolenmijn  heen gebouwd. Vijf dagen in de week zaagt Jaremtsjak op bijna een kilometer diep steenkolen uit de grond. “Ik bestuur de boormachinewagen, dus bepaal wat en waar er geboord wordt. Het is precisiewerk en ik moet constant opletten, maar daarom betalen ze me beter dan de normale mijnwerkers.”

In huize-Jaremtsjak zijn de meubels pluizig, de lampen met goud behangen en hangen overal schilderijen met landschappen in parelmoerglans. Vrouw Olena zit in een paarse jurk met flink decolleté tussen twee grootmoeders en een overgrootmoeder op de bank. Dochter Natasja (6) duwt haar oma weg als die haar roze glitterjurkje naar beneden trekt.

In Oekraïne is jong kinderen krijgen gebruikelijk. “Ola en ik hebben er elkaar leren kennen in de lokale mijnbar”, vertelt Jaremtsjak. “We zijn getrouwd en kregen vlak daarna onze dochter. Jong beginnen is goed. De grootouders kunnen oppassen, en hebben op hun beurt kleinkinderen die hen later in huis zullen nemen als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Daarnaast is hetook gezellig, mijn vrouw gaat vaak winkelen met mijn oma.”

Maar vroeg kinderen betekent ook vroeg beginnen met werken. “Ik ben terechtgekomen in dezelfde mijn waar mijn vader en Ola’s vader werken. Studeren was te duur. Ach, het was altijd al duidelijk dat ik dit werk zou gaan doen. Mijn vrouw werkt er ook trouwens, ze doet proeven in het lab. Maar nu even niet, want ze heeft verlof vanwege onze Maksim.”

“We hebben het goed voor elkaar”, zegt de mijnwerker en kijkt naar het raam van waaruit een groen speelveldje te zien is. “Mijn vader heeft zijn gezin in dit dorp gevestigd, omdat hij zag het goedkoop was. We hebben het huis van hem gekregen toen we trouwden. We wonen ruim en de kinderen vinden het hier heerlijk. Het leven is goed zolang de mijnen open blijven.”

Naast zijn familie is zijn werk alles voor Jaremtsjak. Hij vertelt er trots over. “Het is daar beneden heel warm. Bovendien moeten we bijna 5 km lopen onder de grond voordat we bij het boorgebied zijn aangekomen.” Dat is zwaar, maar hij weet waar hij het voor doet. “Met dit werk mag je na 20 jaar met pensioen. Bovendien zou ik niet weten wat ik anders zou willen doen. Vroeger wilde ik kosmonaut worden, maar nu ben ik daar wel overheen.”

Hij kent iedereen die er werkt en iedereen die hij kent, werkt er. “Het is mijn mijn. Natuurlijk is er wel gevaar voor methaangasexplosies, maar het valt mee vergeleken met andere mijnen hier in de buurt. De onze is namelijk volledig geautomatiseerd. Maar het is geen plek voor luie mensen en als je er werkt kun je alleen alcohol drinken in het weekend.”

“Waarom? Omdat dat met de druk een hartinfarct kan veroorzaken. Maar ach, fouten worden altijd gemaakt. We hebben slechte bescherming voor handen en ogen. Mijn opa en die van Ola zijn in mijn mijn gestorven. Maar ik voel me er niet onveilig verder. Het hoort er gewoon bij.”

De rustige familievader houdt er niet van zich ergens zorgen om te maken. Politiek zegt hem weinig vertelt hij. Maar als hem naar de Oranjerevolutie gevraagd wordt, slaat de stemming om. De demonstraties tegen de valse verkiezingsoverwinning van Janoekovitsj in 2004 hadden niets met een revolutie te maken, snuift hij. Zijn vrouw knikt ferm. “Een truc van Timosjenko. Ze heeft daarmee het land in tweeën gespleten. Daarvoor was er niets aan de hand.”

Jaremtsjak heeft het gehad met al zijn leeftijdsgenoten met wilde dromen. “Ik hoor vaak van mensen van mijn leeftijd dat ze het land uit willen. Vrienden van mij nemen de grootste rotbanen aan om maar niet in de mijn te hoeven werken. Ze leren Engels en denken dat ze daarmee in Amerika werk kunnen vinden. Een illusie, want zij kunnen net zo goed het land niet uit als wij. De regering geeft geen visa en in Europa zitten ze niet op ons te wachten. Al dat verwende gedoe, daar doet mijn familie niet aan mee.”

Sinds revolutiejaar 2004 kan hij niet meer door een deur met mensen in het westen. “In de westelijke stad Lviv zijn ze boos als ik Russisch spreek. Ik ben er een keer geweest. Nou daar moet je bij mij niet mee aankomen, want wij betalen hun voortbestaan. Ze denken dat ze Europees zijn. Dat zouden ze willen. Wij zijn degene die voor alle Oekraïners werken. Wij hoeven niet als migrant naar Italië of Turkije om onze families te onderhouden, zoals ze daar wel doen. Als dit soort namaak-Europeanen tegen mij zeggen dat onze mijnen dicht moeten hou ik het niet meer.” Hij eet nog een gedroogd visje en neemt Maksim op schoot.

“Eigenlijk voel ik me niet echt een Oekraïner. Het staat wel in mijn paspoort, maar ik voel me meer een Rus, of een inwoner van Donetsk.” Dat is ook de reden waarom hij president Janoekovitj steunt. “Hij mag dan wel corrupt zijn, want dat zijn ze allemaal. Hij brengt tenminste wel stabiliteit en heeft wel meer voor deze regio gedaan dan voor andere.”

Toen na de revolutie Timosjenko premier was, ging dat wel anders. “Zij wilde de mijnen bankroet maken en zei dat ze een overbodig overblijfsel uit de Sovjet-Unie waren. In de buurt liet ze de buurt wijngaarden en fabrieken sluiten omdat ze haar eigen bedrijf wilden vestigen. Dat zegt wel genoeg over haar.”

Hij schudt zijn hoofd. “In de Sovjet-Unie was het beter geregeld. Toen was er minder corruptie en minder armoede. Janoekovitsj laat ons tenminste de mijnen openhouden. Kool zou niet de toekomst zijn. Dat kan wel zo zijn, maar er is nog zeker twintig jaar werk in onze mijnen, terwijl er enorme werkloosheid is. Onder deze president ben ik tenminste zeker dat mijn familie kan eten.”

Deze serie kwam tot stand met een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl)

One thought on “Blij met de mijn en de corrupte president

  1. Pingback: Links 10 – 16 juni | De Buitenlandredactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s