‘We zitten nog maar in 1931’


4 augusts 2011 (Trouw) – De grote depressie is pas net begonnen. De eurocrisis en de angstige beurzen zijn reden voor vooraanstaande economen als Paul Krugman om de vergelijking met rampjaar 1937 te maken, toen de crisis van de jaren dertig een dieptepunt bereikte. Maar economisch historicus Jan Luiten van Zanden is nog pessimistischer. “We zitten nog maar in 1931.”

We kunnen beter een paar jaar terug gaan op de tijdladder, zegt de professor aan de Universiteit van Utrecht. “In 1929 was de Amerikaanse beurskrach, maar de echte problemen begonnen in 1931 toen het Verenigd Koninkrijk de gouden standaard losliet. Dat was een systeem van vaste wisselkoersen, waarin alle landen hun munt aan goud koppelden. Het VK werd door de markten gedwongen om het goud los te laten. In een kettingreactie gingen ook andere landen hun munt loskoppelen of juist niet. Er ontstond een internationale chaos.”

Die internationale chaos lijkt volgens Van Zanden op die van nu. “We zitten mogelijk in een dubbele dip, net zoals in 1931. De eerste klap hebben we gehad in 2008-2009 en nu zijn we aangekomen in de fase waarbij de internationale verhoudingen verslechteren. De euro en dollar staan er slecht voor en het vertrouwen is laag. Mogelijk staan we aan het begin van een nieuwe diepe depressie.”

De wereld heeft kennelijk weinig geleerd van de jaren dertig. De historicus wijst op de systeemfouten die vanaf het begin al in de euro zaten. “We hadden er van moeten leren en het monetaire systeem stabieler moeten maken. De euro leed aan een systeemfout: om een gemeenschappelijke munt goed te beheren heb je gemeenschappelijke besluiten nodig. Maar de besluitvorming bleef gedecentraliseerd. De besluiten worden in Parijs, Londen en Berlijn genomen, niet in Brussel.”

Ook de problemen met de zuidelijke staten hadden we kunnen verwachten. “Voor de euro kwam, had je landen met een lage en landen met een hoge inflatie. De zuidelijke landen zaten hoog en wij in het Noorden laag. Door deze landen samen in een systeem te voegen zijn de zuidelijke landen duur geworden. Wij – en met name Duitsland – hebben hier enorm van geprofiteerd. Maar omdat de prijzen en lonen in landen als Italië en Griekenland zo zijn gestegen komen zij nu in de problemen.”

Het is te laat om deze fundamentele missers goed te maken, denkt de historicus. “De Europese landen doen dan wel hun best om de crisis de bezweren, maar het is de vraag of ze de euro nog kunnen redden.”

En bezuinigen dan? Met al hun tekorten en staatsschulden zit er voor de zuidelijke landen niets anders op, aldus Van Zanden. “Maar het probleem is dat iedereen nu bezuinigt. De Noord-Europese landen zouden eigenlijk hun economie een impuls moeten geven, maar ze doen het niet. Ik acht de kans dat ons kabinet dit gaat doen erg klein en dat geldt ook voor Duitsland. Brussel zou dit van bovenaf moeten aansturen, maar dat is vanwege de decentralisatie weer onmogelijk.”

Het economische nieuws van de afgelopen dagen is volgens de historicus dan ook niet uit te leggen als een tijdelijke dip. “De markten blijven zich maar keren tegen de zwakkere euro-landen. Dat de beurzen nu ook nog eens zo slecht reageren op het relatief goede nieuws van het verhogen van het schuldplafond in de Verenigde Staten toont wel dat het einde nog lang niet in zicht is.”

Van Zanden is niet erg positief over de toekomst en ondersteunt dit met een historische wetmatigheid. “Alle grote economische crises in de geschiedenis vinden plaats in september en oktober. Het wachten is dus op het najaar.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s