Ojee, er belt een Duitser


Bellen met Duitsers, moeilijker dan gedacht

In de cursus ‘telefoneren met Duitse zakenpartners’ leren Nederlanders hoe ze aan de telefoon het beste kunnen omgaan met Duitsers. Tutoyeren is uit den boze. En alsjeblieft nooit ‘bitte’ vergeten.

In de Utrechtse vestiging van de Kamer van Koophandel is een klein dozijn cursisten bij elkaar gekomen om in een eendaagse cursus hun telefoonduits bij te spijkeren. En daar valt een hoop aan te verbeteren. Ze zitten een beetje zenuwachtig in de luxe vergaderzaal. Als de docente Beate Heethuis-Fahlbusch meteen voorstelt om in het Duits over te gaan, moeten ze er toch echt aan geloven: “jetzt geht’s los.”

“Hoe nemen jullie in het Nederlands de telefoon op?” vraagt de docente. De meeste deelnemers antwoorden dat ze enkel hun voornaam noemen. “In Duitsland noemt men altijd ook de achternaam”. Echt? Wat onpersoonlijk. “Zo zijn de Duitsers nu eenmaal. Gedistantieerd.” licht de cursusleidster toe.

Een schattig Hollands accent

Volgens organisator Marlies Komorowski denken veel Nederlanders dat hun Duits goed is. “Dat valt in een telefoongesprek dan toch tegen. Dan vragen ze bijvoorbeeld: Kunnen Sie mich zurückbellen? Maar ‘bellen’ betekent in het Duits ‘blaffen’. De misverstanden liggen voor het oprapen.”

De organisatrice vertelt dat het doel van de cursus ‘Telefoneren met Duitse zakenpartners’ niet is om het taalgebruik van de deelnemers te perfectioneren. “Als je met een Nederlands accent spreekt aan de telefoon zal de Duitser het alleen maar schattig vinden. Voorwaarde is wel dat je verstaanbaar bent.“

De cursus is bedoeld voor werknemers die veel met Duitsers in contact komen. Het zijn over het algemeen Nederlanders die na hun middelbare school geen Duits onderwijs meer hebben gevolgd. Hun kennis wordt ververst en uitgebreid met praktische woordenschat: “Guten Tag. Jan de Vries. Autovermietung. Was kann ich für Sie tun?”

Duitsers met hun steenkolenengels

Cursiste Miranda, supervisor bij Sixt Autoverhuur, heeft een Duitse bazin: “Als mijn chef op vakantie is en er belt iemand vanuit de directie uit Rostock, dan moet ik het afhandelen.“ Op het steenkolenengels van de gemiddelde Duitser kun je ook niet rekenen.

Volgens een van haar collega’s reageren Duitsers altijd heel nors als ze probeert in hun taal de verzoeken te behandelen. “Het duurt ze veel te lang en ze switchen naar Engels”. De docente fronst. Het moet wel erg onverstaanbaar zijn, willen Duitsers zo reageren.

“De Nederlands-Duitse handelskamer voldoet met deze cursus aan een groeiende behoefte aan Nederlands-Duitse vakkennis in het bedrijfleven,” zegt organisator Komorowski. “Al onze cursussen zijn drukbezocht.” In trek zijn vooral economische thema’s op het gebied van marketing en sales.

Rollenspel De cursisten hebben het niet gemakkelijk.

De cursisten oefenen met elkaar op schoolse wijze. Braaf lezen ze de zinnen voor. “Jij neemt de hoorn op en vertelt mij dat de professor ziek is.” Hans, in het dagelijks leven een inkoopspecialist bij HaHeBo, is een voorbeeldige secretaresse: “Kann ich Ihnen vielleicht helfen?” Nou liever niet: “Ich möchte ihn gern persönlich sprechen”.

De deelnemers zijn enthousiast over de cursus. Zelfs in de pauze wordt er Duits gepraat. Miranda vindt het jammer dat haar baas er niet bij is. “Ze kon al te goed Duits en mocht niet meedoen van de organisatie.”

Ook beleefdheidsvormen worden behandeld. De taaldocente vraagt: “Wat is het verschil tussen aanspreekvormen ‘Du’ en ‘Sie’?” Het antwoord komt van financieel medewerker Vincent: “Dat heb ik op vakantie geleerd. ‘Sie’ is voor vrouwen en ‘du’ voor mannen.” Er wordt gelachen. “Oh nee”, verbetert hij zich snel “ik bedoel ‘er’ en kleine ‘sie’ natuurlijk.”

Beleefde mensen, die Duitsers

Duitsers zijn erg beleefde mensen. Volgens cursusleidster Heethuis-Fahlbusch zijn er een paar woorden waarmee je bij Duitsers altijd scoort. Wees vooral niet zuinig met ‘bitte’, ‘Guten Tag’ en antwoord op ‘Vielen Dank’ altijd met: ‘Danke Ihnen’.

Moet je echt tegen iedere Duitser ‘u’ zeggen? Op de cursus leren de deelnemers dat er slechts drie uitzonderingen zijn: kinderen, vrienden en familie. Op de werkvloer tutoyeren onze oosterburen liever niet. Dit is een fundamenteel verschil tussen Duitsers en Nederlanders. Er zijn in Duitsland collega’s die elkaar na twintig jaar samenwerken nog met ‘u’ aanspreken.

“Het is wel erg kort om de enorme hoeveelheid informatie te verwerken” besluit een cursiste. “We zijn er hiermee echt nog niet. Je moet echt thuis blijven oefenen.” De docente beaamt dit. Bellen met Duitsers dus.

Zo moet het niet/ Zo moet het wel

Mit Jan de Vries. -> Hier / Sie sprechen mit Jan de Vries.
(‘mit’ bestaat niet in telefoonduits)

Ich verbinde Sie durch. -> Ich verbinde Sie.
(‘durch’ weglaten of vervangen met ‘weiter’)

Kein Problem. -> Ja natürlich / selbstverständlich.
(onbeleefd, je veronderstelt dat er een probleem zou kunnen zijn)

Wir sind klar. -> Wir sind fertig.
(‘klar’ betekent ‘helder’)

Da sprechen Sie mit. -> Am Apparat.
(daar spreekt u mee)

Ein Absprache machen. -> Einen Termin vereinbaren.
(‘Absprache’ is enkel te gebruiken als in: afspraak is afspraak)

Auf wiedersehen. -> Auf wiederhören.
(in Duitsland gebruikt men nog altijd het ouderwetse ‘tot horens’)

Dit artikel verscheen op 11 maart op http://www.duitslandweb.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s