Vast in een minirepubliek, maar spijt hebben ze niet

30 april 2016 (Trouw) – Het conflict in Oekraïne heeft inmiddels aan bijna 10.000 mensen het leven gekost, zo maakte de VN deze week bekend. Het geweld laaide de afgelopen week weer op. Correspondent Fleur de Weerd portretteerde een separatistengezin in Donetsk, dat teleurgesteld is in de huidige impasse, maar toch geen spijt heeft.

Ze hadden zich hun leven anders voorgesteld toen ze stemden voor aansluiting bij Rusland. Nu leven ze in een geïsoleerd gebied met slechte wegen, nauwelijks handel, een avondklok en overal militairen. Maar ze staan achter hun beslissing.

Anna Karsjenko (30) en Aleksander Belik (35) zitten aan de keukentafel in hun huis in een buitenwijk van Donetsk. Een flink huis, liefst drie verdiepingen van honderd vierkante meter. “Zelf gebouwd”, zegt Aleksander trots.

Geen propagandataal
Anna en Aleksander wonen in de volksrepubliek Donetsk, een van de twee oost-Oekraïense republieken die zich twee jaar geleden losscheurden van de rest van het land. Ze zijn separatisten. Maar ze lijken in niets op wat je daarbij verwacht. Het zijn geen laagopgeleide vechtersbazen. En ze slaan ook geen propagandataal uit. Ze praten beheerst en zitten het liefst thuis op de bank met hun dochtertje. Of ze werken, want ze runnen samen een internetprovider.

“De vooroordelen zijn hardnekkig”, grinnikt Aleksander. “Je hoeft hier niet in het leger, als je de waarden maar onderschrijft. Ik zou nooit een wapen vasthouden, ik ben een pacifist. En omdat we een bedrijf hebben, hoef ik dat ook niet. De republiek heeft de mensen die geld binnenbrengen hard nodig.”

Stabiel

De militaire situatie in de volksrepubliek is sinds de wapenstilstand van vorig jaar gestabiliseerd, hoewel de afgelopen dagen het strijdgewoel weer toenam. Er wordt in de stad op een paar plekken gevochten, maar van grootschalige bombardementen is geen sprake. Het leven wordt opgebouwd. Vluchtelingen komen terug. De bussen rijden, je kunt belasting betalen. In Russische roebels, de munteenheid in Donetsk. Op sommige plekken waan je je bijna in Amsterdam door alle hippe gerechten op de menukaart.

Uiterlijk bedriegt ook. De druk van de nieuwe geheime dienst is voelbaar. Ambtenaren moeten zich aansluiten bij politieke partij Republiek Donetsk – een van twee toegelaten partijen. De namen van deze mensen zijn op een website gezet. Een maatregel die hen ervan weerhoudt de republiek te verlaten, omdat de mensen linea recta op de verdachtenlijst van de geheime dienst van Oekraïne komen. Daar is separatisme strafbaar.

Geld opnemen kan niet. Topambtenaren uitgezonderd. Zij kunnen dat wel met een speciaal staatsbankpasje. Carrièremogelijkheden zijn er evenmin: bijna alle grote internationale bedrijven hebben de deuren gesloten.

Daarom hebben veel hoogopgeleide jonge Oekraïners gekozen voor een toekomst elders: in een grote stad in Rusland, of aan de andere kant van de frontlijn, in Oekraïne.

Was dat geen optie voor Anna en Aleksander? Anna schudt haar hoofd en wijst naar het huis. “Alles is hier. Familie, ons bedrijf, de vriendenkring”, zegt ze. “Hier ben ik de baas van een bedrijf, in Oekraïne of in Rusland ben ik helemaal niemand”, zegt Aleksander.

Niet makkelijk
Tegelijkertijd is het leven in de volksrepubliek niet makkelijk. Het is een beetje zoals in de jaren negentig, zegt Aleksander. “Iedereen betaalt met cash. Mensen nemen tassen geld mee over de grens om te wisselen.” Ook Aleksander doet dit regelmatig. Zijn bedrijf heeft een vestiging in Kiev. “We zijn gescheiden, maar ik krijg de internetverbinding nog wel vanuit Kiev. Ik moet iedere paar weken naar Oekraïne om daar in cash aan de belastingdienst te betalen. Zo voorkom ik dat ze kabels doorsnijden.” Is hij niet bang opgepakt te worden? “Nee hoor, ik zit niet bij de partij. Bovendien lijkt het alsof ze het wel prima vinden zolang ik betaal.” Hij haalt zijn schouders op.

Zijn vrouw vindt het exemplarisch. “Beide kanten doen alsof ze volledig gescheiden zijn, maar eigenlijk is dat onzin. Onze mijnen leveren nog steeds kolen aan Kiev. De grote bedrijven komen gewoon onze supermarkten vullen. Veel kabels zijn met andere gebieden verbonden, ze kunnen ons niet zo maar afsluiten. En: er staan zakelijke belangen op het spel.”

De stiekeme handel staat in schril contrast met de kloof die de mensen voelen met de rest van Oekraïne. Aleksander belt nog wel eens met een vriend die is vertrokken naar Marioepol. “Kom terug, zegt hij. Nee, zeg ik, kom jij maar terug. Maar we weten allebei dat we nooit meer terug kunnen. We zitten in een ander kamp. Volgens de propaganda van beide kampen zijn we staatsvijanden.”

Aleksander zucht. “Het is lastig. Hoe langer wij een republiek zijn, hoe groter de kans dat we nooit meer herenigd worden.” Zou hij dat dan willen? “Misschien. Ik had gehoopt dat we een onderdeel van Rusland zouden worden. Nu zitten we in een minirepubliek die niemand erkent zonder veel economische kansen. Maar ik heb nergens spijt van. Ik ben in Zwitserland geweest en heb gezien hoe klein de mensen daar leven. Ik leef liever hier in een groot huis met een kleine economie.”

De prijs van vooruitgang

1-4-2016 (Trouw, de verdieping) – Oekraïense economen zijn voorstander van het EU-associatieverdrag. Maar ze zijn verdeeld over de vraag of het Oekraïne daadwerkelijk welvarender maakt. ‘Zijn we er wel klaar voor?’

In Droezi, een hip cafeetje in Kiev met veel superfood op de kaart zit econoom Taras Katsjka, ombudsman voor belastingzaken en mede-auteur van het EU-associatieverdrag. Glunderend vertelt hij. “Het verdrag biedt ons enorme mogelijkheden. Het opent niet alleen de Europese markt voor ons, maar ook die in China en het Midden-Oosten. Het is alsof de EU garant voor ons staat en iedereen met ons zaken wil doen.”

In de donkere kelderbar Baraban zit zakenman Gennadi Kanisjtsjenko. Hij kijkt mistroostig in zijn glas. “Het klopt, dit verdrag kan van ons het China van Europa maken. Maar moeten we dat wel willen? Zijn we er wel klaar voor? En gaan onze oligarchen het toelaten?”

De mannen vertegenwoordigen de twee kampen van economen en zakenlieden in heel Oekraïne. Bijna allemaal zijn die voor economische samenwerking met Europa. De economie van Oekraïne is immers zo klein als die van de provincie Noord-Holland en corruptie tiert welig. Daarnaast heeft het land erg veel last van het conflict met Rusland: de handel met de oosterbuur is enorm gekrompen in de afgelopen twee jaar. Met andere woorden: eigenlijk kan het alleen maar beter worden.

Toch verschillen ze van mening over het associatieverdrag, waarover Nederland volgende week stemt in een referendum. Ze zijn niet zozeer tegen, maar denken anders over de gevolgen. Bijvoorbeeld over de moeizame transitie en mogelijke veranderingen.

In een derde café in Kiev, een kitscherige bakkerswinkel met zuurstokroze gebakjes in de etalage, zit Andriy Boytsun, econoom en als onderzoeksdirecteur verbonden aan het Centrum voor Economische Strategie in Kiev. Ook werkt hij als onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Hij kent zowel de Europese als de Oekraïense economische situatie goed. “Misschien is het handig om bij het begin te beginnen en uit te leggen wat er in het verdrag staat”, zegt hij. Je kan het grofweg opdelen, legt Boytsun uit. In het eerste deel, het vrijhandelsdeel, staat hoe de import- en exporttarieven worden verlaagd voor zowel Oekraïense als Europese bedrijven zodat de handel over en weer voordeliger wordt. Het tweede deel is politieker, maar met grote economische gevolgen. Hierin wordt duidelijk welke hervormingen Oekraïne moet doorvoeren om te zorgen dat de markt voldoet aan de Europese normen.

Zo wil de EU bijvoorbeeld dat het Oekraïense rechtssysteem verandert. Het moet minder corrupt worden om Europese investeringen te beschermen. Immers, het kan niet gebeuren dat een Nederlands bedrijf duizenden euro’s investeert in een bedrijf dat er met het geld vandoor gaat en een rechter omkoopt, legt Boytsun uit. “Deze hervormingen zijn niet het meest aangenaam, maar wel het nuttigst”, zegt de Oekraïner in het Nederlands, met een Vlaams accent.

Op dit moment is het moeilijk om zaken te doen in Oekraïne. Onderneemster Tetjana Djadjetsjko weet daar alles van. Zij heeft een kleine geitenkaasmakerij en een cafeetje in een buitenwijk van Kiev. De beste manier om de Oekraïense economie te beschrijven? “Met een woord: wild”, zegt ze lachend. “Kleine en middelgrote bedrijven worden tegengewerkt door de bureaucratie. Toen ik begon met mijn bedrijf, verklaarde iedereen me voor gek.”

Schaduweconomie

Veel overheidsregels zijn zo ingewikkeld dat een bedrijf bijna wel corrupt moet zijn om te kunnen overleven, legt ze uit. Rechters zijn omkoopbaar en Oekraïne kent een schaduweconomie. De politieke elite komt dat goed uit, want die bestaat voor een groot deel uit zakenlieden. Zij profiteren van die schaduweconomie doordat ze makkelijk geld kunnen wegsluizen. Ook geeft het mensen in hoge functies extra macht: ze kunnen makkelijk van ongewenste concurrentie afkomen.

Bijna alle ondernemers die Djadjetsjko kent worden gechanteerd en moeten bescherming afkopen bij lokale politici. “In het dorpje waar ik vandaan kom in West-Oekraïne had onze burgermeester de bijnaam ‘de helft-man’. Omdat hij altijd de helft van je winst opeiste, anders stuurde hij de politie op je af. Als je een bedrijf hebt, ben je altijd bang dat een machtig iemand zich tegen je keert en je bedrijf overneemt.”

Het verdrag is veelbelovend voor kleine ondernemers, denkt Djadjetsjko. “Veel mensen willen wel ondernemen, maar durven niet. Als de regels worden aangepast voor kleine bedrijven en de rechtsstaat wordt aangepakt, zul je zien dat iedereen voor zichzelf begint.”

Daar denken ondernemers in het hele land zo over, zegt de Oekraïense directeur van het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord, Igor Tininika. In een sportbar in Odessa, Zuid-Oekraïne, vertelt hij dat hij de corruptie zat is en dat het verdrag veel mogelijkheden biedt. “Op dit moment is het moeilijk zakendoen voor buitenlandse bedrijven zoals wij. De overheid gebruikt vreemde kostenberekeningen uit de sovjettijd die het onmogelijk maken om te concurreren voor internationale bedrijven die niet corrupt willen zijn. Als de regels worden geharmoniseerd met internationale standaarden liggen hier enorme kansen. Dat kan goed uitpakken voor Oekraïne.”

Helemaal mee eens, zegt ombudsman Katsjka. De man die het verdrag ‘zijn meesterwerk’ noemt, is zeer optimistisch. “Ten eerste hebben we enorme potentie. Veel Oekraïners hebben een negatief beeld van zichzelf en vrezen dat ze niet kunnen concurreren met Europese bedrijven, maar daar klopt niets van. We zijn hoogopgeleid en kunnen ons snel aanpassen.

“Ten tweede opent dit verdrag nieuwe deuren. Dat zien we nu al. Toen Europa de deuren voor ons opende, deden de Chinezen hetzelfde. Afrika en het Midden-Oosten zullen volgen. Ten derde zal het verdrag meer concurrentie mogelijk maken binnen Oekraïne. Monopolieposities worden doorbroken waardoor prijzen voor consumenten, bijvoorbeeld medicijnen, dalen.”

Een fijn verhaal, maar als je rondkijkt in Oekraïne mag je je afvragen of dit niet wat te optimistisch is. De mijnen en fabrieken in het oosten van het land zien eruit alsof ze niet zijn gemoderniseerd sinds de jaren zestig. De boerderijen doen in weinig denken aan die in Nederland: in veel dorpjes bewerken boeren hun land nog met paard en wagen. En dan rijst de vraag: kunnen deze mensen concurreren met de Europese collega’s met hun hypermoderne materiaal?

Odessiet Tininika schudt zijn hoofd. “Dat is zeker een nadeel. Oekraïense boeren krijgen het zwaar. Onze boerenbedrijven zijn klein en werken met ouderwets materiaal. Het is onvermijdelijk dat Europese agrarische bedrijven de hele sector overnemen. Er gaan banen verdwijnen, omdat zij veel met machines werken.”

“Hetzelfde geldt voor de mijnen”, voorspelt econoom Boytsun. “Vele zullen moeten sluiten. Tragisch, maar tegelijkertijd onvermijdelijk. Kleine boeren en mijnwerkers verdwijnen overal. Ook in Nederland en België. Het is een prijs die betaald moet worden voor vooruitgang.” Het blijft niet bij de arbeidersklasse, denken zij. Ook de middenklasse krijgt het te verduren, voorspellen de twee. “Je zag het ook gebeuren in Polen en de Baltische staten: in de eerste jaren van transformatie gingen de levensstandaarden enorm achteruit. Dit wordt een grote klap voor de middenklasse die op dit moment nog redelijk goed kan rondkomen”, zegt de zakenman uit.

Salarissen topfuncties

De bevolking kan ook om andere redenen gaan morren, denkt Boytsun. Bijvoorbeeld vanwege privatiseringen. Oekraïners zijn algemeen van mening dat staatsbedrijven van het volk zijn en moeten blijven, terwijl privatiseren noodzakelijk is, zegt hij.

Ook het ophogen van salarissen in topfuncties wordt een bittere pil. Op dit moment zijn staatssalarissen zeer laag. Officieel verdienen zowel topambtenaren als CEO’s van staatsbedrijven maar enkele honderden euro’s per maand, om vervolgens hun machtspositie te misbruiken en tienduizenden euro’s aan omkoopsommen binnen te halen.

Het verhogen van de salarissen van deze mensen is nodig om dit soort praktijken te stoppen, zegt Boytsun. “Noodzakelijk, dat weet elke econoom. Maar zeer lastig te verkopen aan de bevolking. Leg een leraar die honderd euro per maand verdient maar eens uit dat het salaris van de baas van een gasbedrijf naar tienduizenden euro per maand wordt verhoogd.”

Maar dit is niet de grootste zorg van ondernemers. Hier komt auto-onderdelenfabrikant Kanisjtsjenko terug in het verhaal. “Het is allemaal waar. Alle argumenten om voor te zijn kloppen”, zegt hij in de donkere bar in Kiev. “We hebben potentie, we hebben geen keus en we kunnen alleen maar vooruit. Maar de hamvraag is: welke blokkades werpt de politieke bovenklasse dit keer op?”

Je hoeft maar even naar de koppen in de Oekraïense kranten te kijken om te zien wat hij bedoelt. De Oekraïense politieke elite – vol met rijke zakenlieden en oligarchen – werkt al maanden hervormingen voor meer transparantie en minder corruptie tegen. Vorige week nog stond in de Oekraïense kranten dat de openbaar aanklager het anti-corruptiebureau wilde vervolgen omdat hij claimt dat het corrupt is. Uiteindelijk liep de affaire met een sisser af en werd de aanklager ontslagen. Toch geeft het aan hoe schaamteloos de politieke elite opereert. Onwerkelijke en kafkaësk voor een Nederlander, maar voor Oekraïners is het dagelijkse koek. Ze zijn bang dat er weinig van het verdrag terechtkomt omdat de elite, als puntje bij paaltje komt, geen macht zal inleveren.

Kanisjtsjenko zucht. “Onze politieke leiders vinden het eerste deel van het verdrag prima. Van vrijhandel kunnen hun bedrijven profiteren. Maar dit geldt niet voor het tweede deel: de hervormingen. Minder corruptie betekent voor hen minder mogelijkheden om geld te verduisteren. Daarom zullen ze de geëiste hervormingen blokkeren en vertragen waar ze maar kunnen.”

Hij is niet de enige die zich zorgen maakt. “Er worden telkens halve hervormingen ingevoerd omdat de politieke klasse zijn belangen wil beschermen”, zegt ook Boytsun. “Het is een vicieuze cirkel die alleen doorbroken kan worden met externe druk. Uit Europa dus. Maar het is de vraag of de Europese Unie er genoeg prioriteit aan geeft.”

Al met al schetsen ze een weinig optimistische beeld. Maar als hen gevraagd wordt of ze zich dan niet beter tegen het verdrag kunnen keren, trekt alleen auto-onderdelenfabrikant Kanisjtsjenko een vertwijfeld gezicht. “Eerlijk gezegd weet ik het niet meer zo goed”, zegt hij en kijkt naar de tafel. “Soms vraag ik me af of het niet te vroeg is voor het verdrag. Ik geloof wel dat we de goede kant op gaan, maar misschien moeten we met vrijhandel wachten tot we de boel wat meer op orde hebben.”

De rest van de geïnterviewden twijfelen echter niet. “Nee we moeten wel”, zeggen zij. “Natuurlijk is het lastig, transformatie kost tijd en we zijn in een oorlog verwikkeld”, geeft zelfs ombudsman Katsjka toe. “Maar er is geen alternatief. Zelfs als we voor Rusland zouden kiezen – in het huidige politieke klimaat ondenkbaar – komen we economisch niet uit de crisis. Hoe lastig het allemaal ook wordt, op de lange termijn is dit echt het beste voor Oekraïne.”

De andere economen en de ondernemers zijn het met hem eens. “We komen er wel doorheen”, zegt Djadjetsjko. “We hebben geen keus, we moeten het proberen”, zegt Boytsun. “Maar het wordt spannend wat er allemaal van terechtkomt”, zegt Tinnika.

Oekraïners zijn voor, maar er is ook scepsis

31 maart 2016 (Trouw) – Wie rondreist in Oekraïne kan niet om het pro-Europa-sentiment heen. Een mogelijk ‘nee’ bij het referendum in Nederland maakt dan ook veel los. Al is er ook scepsis. ‘Dit gaat banen kosten.’

Zodra ze alleen al het woord ‘referendum’ hoort, lopen de emoties op bij de Oekraïense Olena Kovaltsjoek (54). “Oh, ik heb daarover gehoord. Neem ons alstublieft. Niet voor mij, maar voor onze kinderen. Zij verdienen het om in een betere wereld op te groeien.” En ze is niet de enige. “Waarom haten jullie ons? Waarom geven jullie ons geen kans?”, reageert haar landgenoot Igor Vasilivitsj (43) uit Kramatorsk. “Wat hebben wij verkeerd gedaan?”

Als je rondreist door Oekraïne kan het je niet ontgaan: een grote meerderheid is voor toenadering tot Europa. Veel Oekraïners lijken er zelfs zeer emotioneel over. Ze zijn in conflict met Rusland verzeild geraakt omdat ze zo graag deel willen uitmaken van de EU. Ze vinden het zeer kwetsend dat veel Nederlanders nu tegen het associatieverdrag willen stemmen, vertellen ze.

Maar daarmee is niet alles gezegd. Veel van de voorstanders zijn vooral vóór vanwege de symboliek, maar weten eigenlijk niet echt wat het verdrag inhoudt. Daarnaast is er ook een flinke groep Oekraïners niet geïnteresseerd, zij zijn vooral bezig te overleven of hebben zich van politici afgekeerd. En er zijn ook nog sceptici.

Kovaltsjoek hoort duidelijk bij de eerste groep. Hoewel aan haar gevraagd wordt wat ze van het verdrag vindt, heeft ze het toch telkens weer over lidmaatschap van de Europese Unie. Als ze hoort dat dat niet in dit verdrag staat, schudt ze ongeduldig haar hoofd. “Dat doet er niet toe”, zegt ze. “Het gaat erom dat we loskomen van Rusland.”

Caféhoudster en geitenkaasmaker Tetjana Djadjetsjko weet wel dat er een verschil is. Zij hoopt dat de EU met dit verdrag in de hand iets kan doen aan de corruptie en hervormingen kan afdwingen bij de nog steeds zeer corruptie politieke leiders. Dit levert kansen op voor ondernemers. “Een eigen bedrijf beginnen was altijd heel lastig in Oekraïne, het kon gemakkelijk tegengewerkt worden door een oligarchische clan, met behulp van corrupte politie en rechters”, vertelt ze. “Dit kan alleen veranderen met hoop van de EU.”

En hoe zit het dan in het oosten van het land, dat niet door de separatisten is ingenomen, maar wel erg afhankelijk was van handel met Rusland? Hier halen de mensen hun schouders op bij de vraag of ze voor of tegen het verdrag zijn. Twee jaar geleden, toen er nog iets te kiezen was, hadden zij waarschijnlijk tegen Europese samenwerking gestemd. Maar de oorlog heeft alles veranderd, vertellen ze in Kramatorsk terwijl ze wegduiken in hun bontjassen. De politieke situatie van het land maakt handel met Rusland onmogelijk en dus willen ook zij handel met Europa, uit pure noodzaak.

Onzin, zeggen de separatisten in de Volksrepubliek Donetsk in Oost-Oekraïne, het is volgens hen overduidelijk dat Amerika Oekraïne inlijft; de EU wordt immers gezien als marionet van de Verenigde Staten. Ook veel nationalisten delen die angst. Zij vrezen dat Oekraïne de nationale identiteit kan verliezen en stellen voor dat Oekraïne zelfredzaam wordt.

Tenslotte is er een handvol economen en vakbondslieden die zeggen dat het verdag te snel komt en Oekraïne nog niet klaar is voor economische samenwerking. Zij vrezen dat veel mensen werkeloos zullen raken doordat Europese bedrijven de Oekraïense zullen overnemen.

Een ‘nee’ bij het referendum zal de Oekraïners in Donetsk en Kramatorsk misschien weinig deren, voor de jongeren en jongvolwassenen in Kiev, Odessa en Lviv is dat anders. Zij vragen iedere Nederlandse journalist hartstochtelijk om de mensen thuis te vragen Oekraïne een kans te geven.

Als ze vervolgens horen dat de Nederlandse campagnes niet alleen over Oekraïne gaan, maar veel ook over nationale politiek en EU-scepsis, vallen hun monden open. Aan de ene kant is er opluchting, aan de andere kant twijfel. “Ik hoop dat jullie realiseren dat de morele gevolgen wel voor ons zijn” zegt blogger Oleksander Mykhalson. Rusland gaat dit bovendien uitbuiten in de propaganda; hij weet het zeker.

Ook Kovaltsjoek is verbaasd. “Er zijn bij jullie mensen die niet in de EU willen? Ze zijn gek.” Even denkt ze na. “Ik heb een idee”, zegt ze dan. “Als jullie er nu uitgaan, mogen wij dan voor jullie in de plaats?”

Donetsk bereidt zich voor op een bevroren toekomst

24 maart 2016 (trouw.nl) – Rijen voor de provisorische grens, nergens een Zara of McDonald’s, geen werkende pinautomaten en grote posters met ‘dank u Rusland.’ De Volksrepubliek Donetsk heeft al flink wat weg van de andere bevroren conflictgebieden: Abchazië in Georgië en Transnistrië in Moldavië.
Een bevroren conflictgebied is een gebied dat ooit verwikkeld was in een militair conflict dat nooit formeel is beëindigd, maar voor eeuwig lijkt te zijn gepauzeerd. 

Net als Donetsk wilde Transnistrië en Abchazië zich afscheiden van hun land en werden in hun separatistische strijd geholpen door Rusland. Nu zijn het obscure staatjes die door het westen niet erkend worden en bekend staan om wapensmokkel en witwaspraktijken. Ze zijn arm, hangen vol met de nodige sovjetsymbolen en posters die de schoonheid van de regio benadrukken en er lopen veel militairen rond. 

De situatie in de volksrepubliek Donetsk doet er steeds meer aan denken. Sinds vorige winter wordt er nauwelijks nog gevochten. De hotels puilen niet langer uit met Tsjetsjeense vrijwilligers.

De soldaten bij de grenspost – een in beslag genomen tankstation – staan er ontspannen bij. Ze grinniken als ze mijn perspapieren zien. “Niets vervelends schrijven hè meisje, anders mag je niet meer weg” zegt er eentje, tikt op zijn kalasjnikov en knipoogt.

Russische producten
De rust is genoeg wedergekeerd voor de autoriteiten om een heus overheidssysteem op te bouwen. Zo is er een eigen geheime dienst, een werkende belastingdienst, rijden de bussen en zijn de schappen aardig gevuld. Met Russische producten. Oekraïense supermarkten en tankstations zijn overgenomen door de staat. In de nieuwe emblemen die over de bedrijfsnamen zijn geplakt is de vlag van de republiek verwerkt.

In plaats van een perscentrum dat willekeurig visa uitdeelt is er nu een systeem dat samenwerkt met de Russische geheime dienst. Journalisten worden flink doorgelicht voordat ze toestemming krijgen om te komen.

Betalen gaat in roebels, de horloges staan op Moskou-tijd. 

Ook de bevolking lijkt zich neer te leggen bij de ‘bevroren’ toekomst. ” Iedere dag die verstrijkt lijkt een hereniging met Oekraïne onwaarschijnlijker”, zegt ICT-er Aleksander Belik die hier woont. “Maar we staan achter onze keuze, we moeten wel.”

“Het is zoals het is”, zegt ook een vrouw in een bontjas op straat in Donetsk. “Liever in een bevroren conflict dan oorlog”, mompelt ze en loopt aan een Stalin-poster voorbij zonder hem op te merken.

Heibel in de nachttrein naar Donetsk

23 maart 2016 (trouw.nl) – “Wat! Ga je naar Donetsk? Doe het niet, meisje. Zij zullen je brainwashen. Of je gaat dood en hoe moet het dan met je zoon?”

Ik zit in de nachttrein naar Kramatorsk en wilde dat ik mijn coupégenoten nooit had verteld wat mijn plannen waren. Of dat ik een kind heb.

In de afgelopen jaren heb ik veel als correspondent in Oekraïne gewerkt en gezien hoe het land is veranderd door het conflict. Oorlog heeft de Oekraïners patriottischer gemaakt, maar ook erg gespannen. In de nachttrein ondervind ik dit aan den lijve.

Gedroogde visjes
Als ik instap in Kiev is alles nog gemoedelijk. Er zitten drie mensen in mijn coupé. Tegenover mij Svetlana, een gepensioneerde dame uit Sjavjansk. Naast me een marketingdirecteur van een groot bedrijf uit Kramatorsk, Igor. En schuin tegenover me een soldaat uit Vinnytsja, een stille man die enkel af en toe knikt en wiens naam ik ben vergeten.

Volgens goed nachttreingebruik stellen we onszelf aan elkaar voor, en praten over koetjes en kalfjes. Igor wil weten of Utrecht werkelijk zo’n mooie stad is en Svetlana vertelt dat haar dochter in Madurodam is geweest. Igor deelt gedroogde visjes uit.

Dan verandert de toon
Dan ineens kijkt Svetlana me strak aan en vraagt of ik toch niet naar Donetsk ga, de stad in het oosten die onder controle staat van separatisten. Als ik knik, slaat ze haar hand voor de mond. “Maar je bent een meisje, je gaat toch niet alleen?” vraagt ze eerst. Dan verandert haar toon. Van ‘het is daar oorlog’ en ‘geen plek voor een jonge moeder’ gaat ze in rap tempo over naar ‘maar er zijn overal mijnen’, ‘het is geen spelletje, meisje’, en, bijna huilend: “Wat moet je zoontje als je sterft. Ga alsjeblieft niet!”

Al die tijd was Igor stil, maar nu onderbreekt hij ons. “Heb je eigenlijk wel door wat daar gaande is?”, vraagt hij. “Er zitten daar Russen die ons gebied hebben geannexeerd. Jullie in Europa begrijpen dit volgens mij niet”, zegt hij met trillende stem.
Beesten
Als ik probeer uit te leggen dat ik weet wat er in Donetsk en de Krim is gebeurd, maar toch wil weten hoe de mensen daar leven, ontploft hij. “Maar als je het begrijpt, waarom ga je dan met ze praten?”, roept de marketingdirecteur. “Zij zijn niet objectief meisje, ze liegen. Het zijn beesten. En dan ga jij hun mening opschrijven, en dan zijn er nog meer Nederlanders die ons nazi’s vinden.”

Zijn hoofd wordt rood, hij luistert niet meer naar mijn antwoorden of poging om het uit te leggen. “Dit soort mensen moet je geen podium geven. Je moet niet met ze praten. Waarom haten jullie ons zo in Europa, waarom doe jij dit?”

“Het zijn terroristen”, roept de soldaat tussendoor, maar Igor hoort het niet. Hij raast door over hoe Europa de Oekraïners niet begrijpt terwijl zij een oorlog zijn begonnen om bij Europa te horen en hoe oneerlijk het allemaal is en de twee anderen beamen dit in eigen bewoordingen.

Gekwetst
Terwijl iedereen door elkaar roept, kijk ik naar de grond. Ik begrijp wel dat zij zich gekwetst voelen omdat ik met hun vijand ga praten. Maar het is ook duidelijk niet mogelijk om hun uit te leggen dat het voor een journalist noodzakelijk is om in een conflict met de mensen aan beide kanten te praten.

Als Svetlana ziet dat ik me afkeer van het gesprek, kalmeert ze. “We zijn gewoon bezorgd”, zegt ze op kalmere toon. “Om jou en om ons land. Doe ons een plezier en ga gewoon niet, meisje.”

De soldaat kijkt me aan en schudt zijn hoofd naar de andere twee alsof hij wil zeggen: ach, doe toch geen moeite.

Met schuldgevoel, maar toch weg uit Oekraïne

24 februari 2016 (de Groene Amsterdammer) – Twee jaar na de revolutie in Kiev is van de belofte van een betere toekomst niet veel terechtgekomen. Nog steeds is Oekraïne in de greep van corruptie en passiviteit. En nog steeds willen veel jongeren het land verlaten.

Mijn Oekraïense vriendin Julia Yatsenko (30) zit in haar appartement in Berlijn en zucht. ‘Ik ben blij dat ik weg ben. Weg van de oorlog. Het is beter zo. Echt.’ Haar ogen zijn gericht op haar laptopscherm, dat is gevuld met analyses van de nieuwste regeringscrisis en van het spaak lopen van de hervormingen in Oekraïne. ‘Daarom dus’, zegt ze. ‘En toch voel ik me schuldig dat ik ben gegaan.’

De nieuwsberichten uit Oekraïne stemmen niet vrolijk. Premier Jatsenjoek heeft vorige week maar net een motie van wantrouwen overleefd en de roep om zijn vertrek klinkt nog steeds. Een minister, enkele topambtenaren en een aanklager zijn opgestapt en beschuldigen de president en premier van het uitdelen van baantjes aan vrienden. De beloofde hervormingen zijn gestagneerd. Oligarchen hebben nog steeds absolute macht over de energievoorzieningen en de anti-corruptieteams klagen dat ze worden tegengewerkt.

En dus mort de bevolking. Op iedere straathoek in Kiev vind je wel iemand die zijn hoofd mismoedig schudt als de naam van de president valt. ‘Veel mensen zijn cynisch geworden’, zegt Julia. ‘Ze hebben het gevoel weer terug te zijn bij af en leggen zich erbij neer dat het nooit goed komt met Oekraïne. Ze keren de politiek de rug toe.’ Defaitisme is een sentiment dat ik van de Oekraïners goed ken. In februari 2012 verhuisde ik naar Kiev om er als correspondent te gaan werken. De eerste Oekraïners die ik leerde kennen waren de 37-jarige Tanja Danylovna en haar moeder Nina, bij wie ik de eerste maand in huis woonde. In hun krakkemikkige sovjetflat bleken alle clichés waar. De platinablonde Tanja bracht de helft van haar tijd door met het zoeken van een buitenlandse echtgenoot op internet. Toen ik naar de politieke situatie vroeg, schudde ze haar hoofd. ‘Geen enkele politicus is te vertrouwen. Ze zeggen dat ze voor aansluiting bij de EU zijn, maar alles wat ze willen is geld verdienen aan jouw stem.’ Ze stemde niet en las geen kranten, omdat ze daar alleen maar verdrietig van werd. Je krijgt er bovendien rimpels van, meende haar moeder. We kregen er bijna ruzie over. ‘Luister meisje, het heeft geen zin om je erin te verdiepen, het zijn toch allemaal leugens’, verzuchtte Tanja. ‘Help me liever een man te vinden in Europa.’ Julia schetste in die tijd een iets genuanceerder beeld. De ambitieuze econome is de dochter van een hoogleraar natuurkunde, spreekt haar talen en heeft veel van de wereld gezien. Ze voelde zich niet meer thuis in Oekraïne en was kritisch over haar landgenoten. ‘Die laten het allemaal maar gebeuren dat het land naar de knoppen gaat door corrupte politici.’ De ‘passiviteit van Oekraïners’ trok ze niet meer. ‘Alsof we nog in de Sovjet-Unie leven. Ik kan het niet meer. Daarom zoek ik een baan in Europa.’

De sovjetmentaliteit nekt de maatschappij, vond Julia. ‘Oekraïners klagen over de corruptie, maar ze doen er niets aan. Liever betalen ze smeergeld. Ze zeggen: “Een land krijgt de politici die het verdient”, en gaan dan schoenen kopen.’

De twintigers zijn niet in de sovjettijd opgevoed en zij zouden vol moeten zijn van nieuwe ideeën, democratie, misschien zelfs tolerantie. Maar overal waar ik kwam wilden de jongeren migreren. In het Oost-Oekraïense Charkov vertelde een studente hoe het er aan de universiteiten aan toe gaat. ‘We leren alleen maar feitjes opdreunen. En onze docenten omkopen.’ Toen ze in de Verenigde Staten ging studeren merkte ze pas dat het ook anders kon. ‘Ik sloeg volledig dicht toen een docent me vroeg wat ik ergens van vond. Pas nadat ik me een paar weken verbaasd had over al die mondige studenten ben ik gaan nadenken. Wat vind ik eigenlijk van wat ik hier lees? Dat klinkt voor jou misschien raar, maar wij stellen onszelf nooit die vraag.’

Het was vooral de corruptie die verlammend werkte. Openbare aanbestedingen werden per definitie gegund aan vrienden. Een baan kregen jongeren meestal via-via. Of zoals Sasja Kypa, een 26-jarige radiopresentator uit Oezjhorod, een plaatsje bij de grens met Slowakije, het verwoordde: ‘Niemand gelooft dat ik deze baan gekregen heb omdat ik iets kan. Moet je je voorstellen hoe demotiverend het is om dat telkens te horen. Mijn moeder zegt dat ik hier moet weggaan. Ze is bang dat ik op een gegeven moment wel iemand omkoop voor een baan en het systeem word ingezogen.’

Sasja wilde naar Duitsland emigreren. Valentin, een twintigjarige rechtenstudent die soms voor me tolkte, wilde Israël proberen, want hij heeft joodse wortels. Een Russische die ik leerde kennen op de Krim probeerde een beurs te krijgen om te studeren in Engeland. Stuk voor stuk wilden ze vertrekken vanwege de corruptie en de passiviteit van hun landgenoten.

Een deel van de bevolking wilde de SovjetUnie terug. In Kiev ontmoette ik jongens die nog steeds dachten dat ze carrière konden maken door lid te worden van de communistische partij en shirts van Stalin te dragen. In het minuscule dorpje Stepanivka verlangden de mensen terug naar de goede oude tijd, terwijl ze bedroefd keken naar de leegstaande kolchozen. ‘Vroeger was er genoeg geld, maar was er niets te kopen. Nu liggen de winkels vol, maar heeft niemand geld’, verzuchtte boerin Galina (65). Haar kleinzoon zat werkloos in de tuin en begon aan zijn zesde biertje. Het was pas tien uur ’s ochtends.

Veel mensen gaven het kapitalisme de schuld van alles. Joden en de cia zouden achter de corruptie zitten. In Makejevka, een voorstad van Donetsk, leerde ik Aleksey Ignatenko kennen, een fotograaf bij wie ik een week logeerde. Hij was gespierd, had net als alle mannen hier gemillimeterd haar en droeg een trainingspak. In zijn huis viel mijn mond open. Overal hingen gebatikte doeken aan de muur, er stonden boeddha’s en er hingen gekleurde dromenvangerachtige takkenbouwsels. Aleksey en zijn vrouw waren net zo anti-Amerikaans als de mijnwerkers in hun straat, maar verbonden er andere consequenties aan. Ze wilden naar India verhuizen.

Met Aleksey reed ik in zijn auto langs een groep jongens in versleten trainingspakken, zwarte overjassen en met bivakmutsen op. Een jongen die niet ouder was dan veertien had een grote wond op zijn voorhoofd. Naast hem lag iemand buiten bewustzijn op de grond. Uit een raam van een ruïne kwam een dikke rookwolk. ‘Iemand is aan het koken. Of ze hebben een laboratorium waar ze die troep maken die ze gebruiken’, zei Aleksey. Deze gopniks zijn de hele dag dronken of high, vertelde hij. ‘Als ze geld nodig hebben, stelen ze of laten ze zich inhuren als knokploeg. Zie je die ene daar gehurkt zitten? Zo zitten ze ook in de gevangenis, daar heeft hij het waarschijnlijk geleerd.’

In het najaar van 2012 keerde ik terug in de volle overtuiging dat er weinig hoop was op een betere toekomst in Oekraïne. De zwaarmoedigheid was zo groot dat zelfs buitenlanders zich er moeilijk aan konden onttrekken. Groot was dan ook mijn verbazing toen een jaar later de revolutie uitbrak. De Kievenaren verzetten zich tegen de man die symbool stond voor alles wat was misgegaan in hun land: president Janoekovitsj. KIEV IS IN februari 2014 een andere stad, een window of opportunity . Alle mogelijkheden liggen open. Anders dan tijdens de oranjerevolutie in 2004 leunen de Kievenaren nu niet op een volgende politicus die later net zo erg blijkt te zijn als zijn voorganger. Deze keer komt de verandering uit de mensen zelf, zeggen ze. Ze laten me zien wat ze allemaal hebben opgezet: een eigen communicatienetwerk op de sociale media, een school, een kerk, een perscentrum en zelfs een eigen politiemacht die ervoor zorgt dat de sfeer onder de demonstranten goed blijft.

‘Er zijn mensen voor en mensen tegen samenwerking met Europa’, zegt studente Victoria Matsenko (22) die zich opwarmt bij een vuurtje. ‘Maar welke koers Oekraïne gaat varen is nu niet het belangrijkste. Het belangrijkste is dat het volk het lot in handen neemt. Samen tegen de corruptie.’

Kiev, 22 februari. Anti-regeringsdemonstranten clashen met veiligheidstroepen op het Onafhankelijkheidsplein

Als een paar weken later Rusland de Krim bezet, is de shock groot. Maar binnen de kortste keren is het ‘een oorlog van het volk’. Er worden miljoenen opgehaald voor het leger, en iedereen doet mee. Of zoals politicoloog Andreas Umland het beschrijft op de website van denktank Atlantic Council: ‘Het conflict heeft de Oekraïense politieke nation buildingeen boost gegeven door gevoelens van nationale solidariteit en patriottisme los te maken.’

Julia wil nu toch in Oekraïne blijven. ‘Het zou raar voelen om nu te gaan. Er zijn zo veel kansen om nu iets te veranderen.’ Via sociale media spoort ze haar vrienden in binnen- en buitenland aan om geld te doneren voor het Oekraïense leger. Een goede vriend van haar – ‘hij was altijd erg passief ’ – denkt er nu over om de politiek in te gaan. ‘Dat snap ik’, zegt Julia: ‘Je kunt nu echt wat betekenen.’ Een andere vriend meldt zich aan bij het leger. Julia is geroerd. ‘Hij vecht voor ons land.’

Het conflict zet levens op z’n kop. Rechtenstudent Valentin gaat als tolk werken voor buitenlandse journalisten in het oorlogsgebied. In Oezjhorod werkt Sasja mee aan het installeren van een nieuw gemeentebestuur vol jonge enthousiastelingen. ‘We zijn aangestoken door de revolutie. Jongeren hebben de gemeente overgenomen en we gaan het nu op onze manier doen.’

Zelfs in het dorpje Stepanivka kan boerin Galina niet negatief blijven. ‘We hopen dat het nu beter wordt. Het was nodig dat de revolutie kwam’, zegt ze.

‘Elke revolutie eet zijn eigen kinderen op’, waarschuwt een ervaren Amerikaanse oorlogsjournalist in een Kievs café. ‘Ik hoop dat het anders is natuurlijk’, zegt hij als hij de verschrikte blikken van de Oekraïense journalisten ziet.

MAAR HELAAS. Twee jaar nadat activisten in Kiev in gevecht gingen met de politie en zeker honderd van hen werden doodgeschoten door scherpschutters zijn de verantwoordelijken van het bloedbad nog niet berecht. Op Facebook zie ik dat Tanja is verhuisd naar Engeland. Ze heeft een echtgenoot gevonden. Valentin heeft zijn papieren voor een studiebeurs in Frankrijk ingevuld en hoopt dat hij niet wordt opgeroepen voor het leger. En Makejevka ligt nu in de -volksrepubliek Donetsk. Aleksey mailt: ‘Het is geen India geworden, maar Thailand. Jammer, maar we zijn al lang blij dat we op tijd weg waren.’

Het nieuwe bestuur van Oezjhorod is afgezet en vervangen door het oude, vertelt Sasja terneergeslagen. ‘De rechter heeft bepaald dat de overname tegen de wet in ging. De oude corrupte burgemeester is weer terug en alles is als vanouds. Er worden wel nieuwe politieagenten aangenomen, maar het is symboolpolitiek: ook die banen kun je gewoon kopen.’ Jongeren door het hele land – met uitzondering van het conflictgebied in het oosten – zeggen hetzelfde: ze zitten er doorheen. In Lviv, -Dnipropetrovsk, Oeman en Charkov, steeds minder mensen gaan als vrijwilliger aan het werk. Op Facebook schrijft Victoria dat ze achteraf ‘misschien iets te veel verwachtte’ van de revolutie. ‘Ik heb een tijdlang geld opgehaald, maar zie nu in dat ik alleen het verschil niet kon maken.’

Julia is verhuisd naar Duitsland, waar ze een mba-opleiding volgt. ‘Ik zag de teleurstelling om me heen grijpen en kwam tot de conclusie dat ik het leven dat ik wil in Oekraïne nu niet kan leiden. Je kunt nog steeds niet hogerop komen zonder corrupt te zijn. Ik wil in een land wonen waar je voor een baan wordt aangenomen vanwege je kennis en vaardigheden. Niet vanwege je connecties.’ De sfeer in Kiev is deprimerend, vindt ze. ‘De mensen zijn of radicaal of cynisch geworden. De radicalen willen alle Russen doden en hebben een blind geloof in de nieuwe regering. Ik kan ze wel door elkaar schudden. Hebben ze dan niets geleerd?’ De rest van de bevolking is niet veel beter: ‘Mensen willen weg. Zij die dat niet kunnen, hebben zich voor de oorlog afgesloten en gaan winkelen of internetdaten, alsof er niets aan de hand is.’

OEKRAÏENSE VRIENDEN verwijten mij dat westerse journalisten de verkeerde termen gebruiken. ‘Separatisten is niet het juiste woord, het zijn terroristen.’ Als ik probeer uit te leggen dat dit hoort bij neutrale berichtgeving worden ze boos. ‘Werk je voor Poetin, of zo?!’

‘Dit is toch niet waar we de revolutie voor zijn begonnen?’ verzucht Julia, ‘om net zo zwart-wit te denken als tijdens de Sovjet-Unie?’ Sommige activisten lijken zich zelfs te schamen voor hun inzet anderhalf jaar geleden. Toen zag ik Dmytro Zagrebelny (34) nog vol vuur spreken over de revolutie, nu woont hij in Libanon en ontkent hij dat hij ooit activist was. ‘Ik was alleen getuige, heb de media geholpen en een paar keer voor de activisten soep gekookt.’ Hij traint nu als vrijwilliger journalisten in Libanon. De Oekraïners zijn even opgeschud en keren weer terug in hun oude doen, meent hij: ‘De maatschappij leeft nog steeds met een blinddoek op, mensen weigeren meer te bereiken in hun leven of iets volwassens te doen.’

De ophef in de Oekraïense media rond de journalist Andrey Kulikov staat hem nog helder voor de geest. Kulikov reisde af naar Donetsk om te zien wat daar gebeurde en nam deel aan een tv-show met separatisten. Vervolgens werd hij op Facebook verguisd omdat hij had ‘gepraat met terroristen’. Dmytro briest als hij erover vertelt. ‘Andere journalisten hebben over hem geklaagd! Dat vind ik bizar, het is zijn taak om naar het oosten te gaan. Bijna geen enkele Oekraïense krant heeft journalisten in het oosten. Ze nemen klakkeloos de overheidspropaganda over en presenteren die als feiten!’

Niet iedereen is het met Julia en Dmytro eens. Vanuit Kiev krijgen ze een sneer van een dame die met hen op de barricade stond: Kateryna Chmill (30). Deze Kievse noemt zich vol trots activiste. Ze heeft geen goed woord over voor mensen die het land verlaten. ‘Oekraïners geven te snel op. Ze willen meteen resultaat zien, het liefst in hun portemonnee. Zo’n tachtig procent van de bevolking is zo. Ouderen en jongeren. Ze zijn misschien een keer op Maidan geweest en hebben op Porosjenko gestemd en verwachten nu dat de hervorming vanzelf komt. Hij is een oligarch, wat denken jullie nou?’

Kateryna is ook sceptisch over het associatieverdrag met de EU. ‘Het verdrag geeft ons kansen, maar het is onze verantwoordelijkheid die te benutten. Op dit moment gebeurt dit nog te weinig.’ Ze noemt het vluchtgedrag juist een uiting van de ‘sovjetmentaliteit’. ‘Mensen verwachten dat iemand voor ze zorgt en begrijpen niet dat interactie tussen de overheid en burgers cruciaal is. Ze willen misschien wel geld doneren aan het leger, maar ambtenaren aanspreken op correct gedrag, ho maar.’

Gelukkig voor Kateryna zijn er ook mensen die wél zijn veranderd. Oksana Antonova (29) wilde weg uit Oekraïne maar kwam tijdens de revolutie de liefde van haar leven tegen. Nu heeft ze een heuse Maidan-baby en een bedrijf dat tuinen van sovjetflats met hulp van de bewoners verbouwt tot leefbare parkjes met speel-tuinen. ‘Vroeger deed niemand iets met die stukken grond’, vertelt ze. ‘Het was na de val van de Sovjet-Unie gemeenschappelijk bezit geworden, maar niemand voelde zich verantwoordelijk. Meestal waren het grote vuilnisbelten.’ En nu, met de positieve energie die de revolutie opleverde, floreert het bedrijf. ‘Mensen nemen eindelijk zelf verantwoordelijkheid.’

Julia’s ogen lichten op als ze hiervan hoort. ‘Misschien zijn mensen zich ervan bewust geworden dat ze iets kunnen en dat hun land iets voorstelt. En als er iets slecht is, kunnen ze nu tenminste de Russen de schuld geven’, zegt ze lachend.

Maar dan krijg ik een bericht van radiopresentator Sasja. Hij is halsoverkop vertrokken uit Oezjhorod en wacht in Kiev op een visum naar de VS. ‘Ik kon het niet meer aan, de mensen veranderen nooit. Liever in Amerika wonen en illegaal werk doen dan in Oekraïne blijven. Zeg, ken je toevallig iemand in New York? Ik zoek een kamer.’

Een dag, vijf dode potvissen

14 januari 2016 (Trouw) – 9 uur. Vijf dode potvissen liggen treurig in de ochtendzon bij paal 12. Eergisterenavond zijn deze jonge mannetjes aangespoeld op het strand van Texel. Walviskenner en eilander Adri Vonk was er ‘s avonds al bij. En had meteen weinig hoop dat ze het zouden overleven. “Ze waren beschadigd en lagen op hun zij”, zegt hij veelbetekenend.

Het is de eerste keer sinds 1762 dat er zo’n grote groep is aangespoeld in Nederland. De dieren zwemmen normaal niet via de Noordzee naar hun paargebied in de subtropen, vertelt Vonk. “Hoe ze hier dan terecht kwamen? “Misschien is hun tomtom door iets verstoord geraakt. Zonneflitsen, actief magnetisme – er is zo veel mogelijk. De onderzoekers moeten snel aan de slag, dan kunnen ze er misschien achterkomen.”

image1 (2)Om hem heen lopen onderzoekers genoeg. Van waddencentrum Ecomare tot dierenartsen van veterinair ziekenhuis Utrecht. Ze maken foto’s van details en staan te wachten op toestemming van hogerop om te beginnen met snijden in de lichamen. “Die tanden zijn scherp dus hij is nog jong”, mijmert er een. “Kijk hier zie je de afdruk van een inktvis”, zegt een ander.

11 uur. De uren vliegen voorbij en in het gemeentehuis van Texel is er druk overleg. Wie doet wat en in welke volgorde?

De lijdensweg van bultrug Johanna ligt nog vers in het geheugen. De reddingsactie van het nog levende dier liep in 2012 chaotisch: de deskundigen ruzieden en iedere reddingspoging mislukte. Dat moet nu anders.

Op het strand verzamelen zich intussen steeds meer eilanders en toeristen. De politie laat ze niet bij de dieren: ‘noodverordening van de gemeente’. Er is rood-wit lint opgehangen.

13 uur. “Jonge onbezonnenheid heeft ze de kop gekost”, vermoedt Pierre Bonnet van Ecomare terwijl hij wijst op de voorste potvis die met rode krassen op het lijf in een plas met bloed ligt. “De leider”, zegt hij. “Hij is ongeveer 18-20 jaar en 11 meter land. De anderen zijn zo’n 12-13 jaar oud.”

Jonge potvissen zwemmen vaker in groepen, legt hij uit. “Ze kunnen nog niet zo goed navigeren. Als er potvissen aanspoelen aan de Noordzeekust zijn het negen van de tien keer jonkies. Of ook ouderen, die hoeven niet meer zo nodig naar de vrouwen toe.” En vrouwen dan? “Die blijven liever in het warme water.”

In het zand tekent hij uit hoe de sonar van een potvis werkt. Die komt uit het hoofd als soort driehoekig zoeklicht. “Ze zien wel obstakels, maar omdat de kust hier geleidelijk oploopt, merken ze dat niet. Die voorste is zo waarschijnlijk tegen de zandbank geknald, en de rest is achter hem aangezwommen.” Daarna zijn ze verdronken doordat ze op hun zij lagen en er water in het spuitgat kwam.

14 uur. Eindelijk, de dierenartsen hebben het sein gekregen en het mes gaat in de kleinste potvis. Eerst voor kleine stukjes, en dan steeds dieper. “We doen het onderzoek zo veel mogelijk ter plaatse, want het vlees gaat snel rotten”, vertelt Lonneke IJsseldijk die het onderzoek leidt. Onder meer weefsel, de maaginhoud en de organen kunnen meer vertellen over de doodsoorzaak. En het gehoorbeen zoals Vonk suggereerde? “Daar zijn we helaas al te laat voor, dat moet binnen 12 uur”, zegt IJsseldijk.

15 uur. De regen drupt op het dikke vel van de kleine potvis. Zijn ingewanden liggen op het zand en de lucht begint zuur te ruiken. Een klein meisje vraagt een journalist of die foto’s van dichtbij wil maken voor haar werkstuk over walvissen.

18 uur. De potvissen zijn haast niet meer te ontwaren in het donker. Maar daarachter schijnt een tractor nog wat licht. Van de kleine potvis blijkt niets meer over dan wat ingewanden in een blauwe kist. Een tweede potvis ligt verderop, professioneel aangevreten door de onderzoekers. De drie anderen zijn nog heel.

IJsseldijk kijkt er tevreden over uit. “De dag is chaotisch verlopen, maar dat had ik verwacht. Over de doodsoorzaak valt nog niets te zeggen, maar we hebben meer voor elkaar gekregen dan ik vooraf dacht.” Met haar team gaat ze naar het hotel. Morgen verder, met meer mensen en een paar specialisten uit Schotland.

Maar wie past er vannacht dan op de potvissen? Niemand, zegt ze droog. “We verwachten geen problemen en hopen dat de drie overgebleven dieren worden gekoeld door het water als het zo hoogwater wordt.” En zo gaan de potvissen alleen de Texelse nacht in.

Smokkelen voor de Oekraïense nep-Ikea

20-10-2015 (Trouw de Verdieping) – In haar boek ‘Het land dat maar niet wil lukken’ voert oud-Trouw-correspondent Fleur de Weerd markante Oekraïners op. Zo neemt radio-dj Sasja haar mee op smokkelpad. Een voorpublicatie.

omslagSasja Kipa is de populairste jongen van de stad. De 26-jarige is lang, draagt een grote bril met zwart montuur, bretels en presenteert een dagelijks programma op de lokale radio. Overal waar hij gaat, stoppen mensen om hem een hand te geven. Maar als ik hem vraag naar zijn populariteit, vertrouwt hij me toe dat hij het ermee gehad heeft. “Oezjhorod is als een Amerikaanse high school uit de film. Leuk hoor, al die aandacht, maar het verveelt gauw”, zegt hij.

Hij is dan ook heel blij dat er een westerse journalist te gast is, ‘helemaal uit Nederland’. Meteen word ik uitgenodigd om in zijn radioshow te komen vertellen over mijn werk.

Oezjhorod ligt aan de grens met Hongarije, Slowakije, Polen en Roemenië. Door de ligging in de bergen is het gebied een beetje afgeschermd van de rest van Oekraïne. Hoewel de regio bekendstaat om zijn natuur en vakantiedorpen, haalt Oezjhorod vooral de landelijke kranten vanwege smokkelaars, jeugdcriminaliteit en algehele uitzichtloosheid. De stad trekt veel Europese toeristen, die hier nep-merkkleding kopen die ze in eigen land niet kunnen krijgen vanwege de strenge regelgeving van de Europese Unie.

EU-grens
Als ik Sasja vertel dat ik graag wat meer over de regio wil weten, brengt hij me in contact met socioloog Fedir Sjandor. Na zijn telefoontje kan ik meteen terecht. Een kwartier later zit ik op zijn kantoor en steekt de professor van wal. “Het aantal mensen dat migreert is nergens zo groot als hier, omdat we zo dicht op de EU-grens wonen. Een derde van de werkende bevolking werkt in het buitenland”, zegt hij trots.

Ik schat hem in als een voorstander van de Europese Unie, maar ik heb het mis. “De EU heeft niet alleen een goede invloed op de regio”, vertelt hij. “De enorme migratie veroorzaakt ook problemen. Veel gezinnen zijn verscheurd. De moeder werkt in Portugal of Turkije als schoonmaakster en de vader zit werkloos thuis in Oekraïne. Hierdoor is er weinig aandacht voor de kinderen, die gemakkelijk van het rechte pad afraken.”

Hij kijkt me fel aan. “We zitten niet te wachten op aansluiting bij de Europese Unie, zoals jij misschien denkt. Duizenden mensen hebben een aantekening in hun paspoort die het mogelijk maakt zonder visum de grens over te kunnen, negentig dagen per jaar. Hierdoor hebben we een bloeiende grenseconomie. Mensen verkopen hier Europese auto’s, koffie en wijn. En in de EU verkopen ze goederen die hier goedkoper zijn, zoals benzine, sigaretten en alcohol. Als we lid worden van de EU raken we onze voorrangspositie kwijt.”

Als ik een half uur later weer buiten sta, staat Sasja al te wachten. Ik vertel hem over het gesprek en de radio-dj knikt. “Mensen zijn trots op hun regio en verdienen veel geld aan smokkel.” Dat ik me verbaas over de anti-Europese houding die de socioloog beschreef, vindt Sasja grappig. “Mijn vrienden willen juist graag bij de EU hoor. We willen af van de corruptie en merkkleding kopen zonder gedoe aan de grens.”

Omdat iedereen graag westerse spullen wil, is er ook een Ikea, vertelt hij.

Daar kijk ik van op, in Kiev had ik gehoord dat er geen Ikea is in Oekraïne. Vanwege de corruptie. “Gemeenteambtenaren en politieagenten bedenken telkens weer nieuwe bouwvoorschriften in de hoop dat het bedrijf hen zal omkopen. Ikea weigert dat”, had een Britse vriend die uitbreidingsonderzoek deed voor het bedrijf, me verteld.

Ikea family
Dit betekent natuurlijk niet dat de Oekraïners zich de Zweedse meubels laten ontzeggen. In de buitenwijken van Kiev zitten enkele nep-Ikea-bureautjes, waar je spullen van de Zweedse meubelgigant kunt bestellen. En in Oezjhorod – niet voor niets een smokkelparadijs – is een nep-Ikea met een heuse showroom.

Van de buitenkant is het een vrij onopvallend pand. Op de gevel staat in de herkenbare blauwe letters ‘Ikea family’. Binnen lijkt het meer op een leeg kantoor dat ingericht is door iemand met een grote voorliefde voor gekleurd plastic. De meubels zijn in groepen neergezet en er hangt een Hongaarse Ikea-poster die de uitverkoop aankondigt aan de anders kale muur.

“Mooi, hè?” zegt Natalie enthousiast. De 23-jarige blondine met felroze lipgloss is de verloofde van de eigenaar. Haar vriend is er vandaag niet, hij is meubels halen in Slowakije. Maar Natalie wil graag over hun winkel praten, die ze met een grote glimlach als ‘ons kindje’ aanduidt.

Verliefd
Ik had gedacht dat het lastig zou zijn met dit soort winkeliers te spreken. Wat ze doen is immers tegen de regels. Maar Natalie vindt het geen enkel probleem erover te vertellen. Zij en haar verloofde zitten al anderhalf jaar in het vak, vertelt ze. Het begon allemaal toen ze op bezoek waren in Bratislava en een Ikea binnenliepen. Ze waren meteen verliefd. “De kleuren, de kwaliteit en dan toch zo’n goede prijs”, zegt ze. “Dat vind je niet in de Oekraïense meubelwinkels.” Vooral kinderspullen en kandelaars in roze en wit doen het hier goed, vertelt ze. “En natuurlijk”, ze loopt naar een roze vakjeskast toe, “de Expedit.”

De werkwijze van het bedrijf is simpel maar effectief. Een paar keer per maand rijdt Natalie of haar vriend met een busje naar Slowakije of Hongarije. Ze kopen daar spullen en rijden daarmee terug naar Oekraïne. Net voor de grens stoppen ze bij een café waar ze mensen oppikken. Jackets heten zij, mensen die zich laten inhuren om te smokkelen. Je mag per persoon vijftien kilo aan spullen meenemen, of voor vijfhonderd euro, vertelt Natalie. Als ze jackets meenemen, kan de hele bus dus vol.

“Vindt de grenspolitie dit niet verdacht?” vraag ik. Natalie kijkt verbaasd. “Nee hoor, we doen toch niets verkeerd? We laten gewoon het bonnetje zien als ze dat willen.” Ik kijk haar op mijn beurt verbaasd aan. Om te bewijzen hoe goed haar intenties zijn, begint het meisje te vertellen over de voorwaarden. In haar winkel kun je spullen tot tien dagen na aankoop met kassabon ruilen, ‘net als in het echt’.

Prachtige spullen
“En wat denk je dat Ikea hiervan vindt?” vraag ik ten slotte aan Natalie. Ze denkt even na. “Ik denk dat ze blij zijn. Ik heb gehoord dat ze niet in Oekraïne willen zitten. Doordat wij een winkel voor ze openen, hoeven ze niet in Oekraïne te investeren, maar maken ze toch winst.” De klanten in de winkel knikken haar bemoedigend toe. “Prachtige spullen, heel Europees”, zegt een mevrouw met een roze douchemat in haar handen.

Die avond heeft Sasja speciaal voor mij een feestje georganiseerd met zijn radiovrienden. De jongeren vragen me alles over hippe kleren in Nederland en we slaan het ene glas wodka na het andere achterover. De radiopresentator vertelt over mijn verbazing in de nep-Ikea, en zijn vrienden moeten er hard om lachen.

In een hoek zitten twee jongens een beetje apart van de groep. Ze dragen leren jasjes en lijken er niet echt bij te horen. Ik ga bij ze zitten en vraag wie ze zijn en wat voor werk ze doen. Met een mengeling van verbazing en boosheid kijken ze me aan. ‘Consultancy,’ zegt de een en fluistert dan iets in het oor van de ander. Zonder iets tegen me te zeggen lopen ze weg.

Als ik Sasja erover vertel, lacht hij. “Waarschijnlijk horen ze bij de lokale maffia. Iedereen weet het, maar niemand vraagt ernaar.” Ik kijk hem aan. Wat een stad is dit toch. Dan borrelt er een idee bij me op. Ik vraag Sasja of hij de volgende dag met me mee wil smokkelen. Hij is gelijk enthousiast.

Wodka en sigaretten

De volgende ochtend is hij iets minder blij. Met een flinke kater staan we om vijf uur op om op het station van Oezjhorod de eerste bus naar Slowakije te halen. Het is een drukte van belang en overal wordt gezeuld met meubels, drank en sigaretten. Twee vrouwtjes van in de vijftig staan gezellig met elkaar te praten bij onze bus. Als we instappen schieten ze ons meteen aan. “Wil je sigaretten en drank voor me meenemen?” vraagt een van hen.

Als we ja zeggen, rent ze gauw naar de kiosk om de smokkelwaar te kopen. We krijgen ieder twee pakjes Marlboro en een fles wodka. Ze instrueert ons het in onze tas te doen en als we over de grens zijn aan haar terug te geven. Dan herhaalt het proces zich telkens als er nieuwe passagiers instappen. Bijna iedereen neemt wel iets aan van de vrouwen, en de chauffeur kijkt niet op of om. Als de bus toetert, stappen de vrouwen in. Ze betalen hem niet.

Onderweg spreken we de vrouw aan en vertelt ze dat ze Nina heet. Ze is 56, met pensioen en gaat een paar keer per week de grens over met smokkelwaar om wat bij te verdienen. Meestal is dit maar een paar euro per dag. Vroeger was het meer, maar alle Slowaken met geld zijn verder naar het Westen verhuisd, legt ze uit. “Maar je moet toch wat met je dag”, lacht ze. “De buschauffeur tolereert ons, voor een praatje en een sigaret.”

Naar de fles
Bij de grens kijken de Slowaakse agenten niet verrast op als ze een bus vol mensen met twee pakjes sigaretten en een fles drank aantreffen. Ze begroeten de smokkeldames vrolijk, alsof ze elkaar al jaren kennen. In Slowakije aangekomen geven we de flessen en sigaretten terug aan Nina en wensen haar een goede dag.

We kijken om ons heen. We zijn in het grensplaatsje Vysné. Meer dan een paar huizen, een koe op de weg, een bord met welkom in de EU en een winkeltje is het niet. Hoewel het nog geen acht uur is, zitten er al een paar mannen lallend op het terras bij het winkeltje. De serveerster haalt haar schouders op. “Vroeger was er nog wat te beleven in ons dorp, maar nu trekt iedereen naar de grote steden om geld te verdienen. Zij die overblijven, grijpen naar de fles”, zegt ze, en wijst naar de mannen.

We lopen terug naar een sfeerloze kroeg, een paar meter van de grens. Terwijl we hier wachten boven een bak oploskoffie, vertelt Sasja me dat hij van plan is een visum aan te vragen in Duitsland. “Mijn moeder wil dat ik ga. Zij zegt telkens: ‘Nu ben je nog niet verpest door de corruptie’.”

De jongen kijkt naar de grond. “Er zijn mensen in de stad die denken dat ik mijn baantje bij de radio te danken heb aan steekpenningen. Op zich niet raar, want iedereen betaalt hier om werk te krijgen, maar ik heb dat nog nooit gedaan. Probeer het alleen maar eens te bewijzen.”

Geen vragen
Ik kijk naar de deur, waar op dat moment een jong stel binnenloopt dat zoekend rondkijkt. Ze zijn waarschijnlijk op zoek naar jackets. “Mogen we meerijden?” Ze blijken Oekraïens. Als ik vertel dat ik een stuk schrijf over smokkelen, kijken ze elkaar vertwijfeld aan. “Als je geen vragen stelt”, zegt de jongen dan.

Onderweg praat hij met zijn vriendin over haar moeder en ontwijkt hij onze blikken. Als Sasja hem onderbreekt en vraagt wat ze vandaag in Slowakije hebben gedaan, zegt hij dat ze daar vanochtend ‘koekjes hebben gekocht die je in Oekraïne niet hebt’. Sasja gebaart me niet verder te vragen. De rest van het korte ritje blijft het stil. Als we de grens over zijn, willen de twee zo snel mogelijk van ons af en zetten ze ons eruit bij een verlaten winkelcentrum buiten het centrum.

“Ik ben benieuwd wat ze echt smokkelden”, zegt Sasja als we op zoek gaan naar een bushalte. “Het is bizar hoe vaak het gebeurt, die twee hadden mijn vrienden kunnen zijn.” Hij is even stil. “Eigenlijk best deprimerend. Misschien moet ik me toch maar eens verdiepen in Duitsland.”

Corrupte vrijwilligers in Oekraïne? Tja het is oorlog

24 januari 2015 (Trouw) – Beschermende kleding, nachtverrekijkers en wapens. Militairen in het oosten van Oekraïne hebben ze hard nodig, ontdekte Maksim Muzika (35) toen hij daar vorig jaar als vrijwilliger vocht. Bij terugkomst in Kiev richtte hij met twee vrienden een fonds op, Narodni Til. Via sociale media haalt hij geld op voor de soldaten. Binnen drie maanden haalden ze twee miljoen euro op.

Een smak geld, maar zijn fonds werkt niet erg professioneel. Muzika haalt geld op via zijn persoonlijke bankrekening en legt nauwelijks verantwoording af. Af en toe zet hij een foto op Facebook om te laten zien dat hij iets heeft gekocht. “Ik heb geen tijd om meer te doen”, zegt hij. “Maar dat is ook niet nodig. Mensen vertrouwen ons.” Tikt de overheid hem niet op de vingers? Muzika grijnst. “Nee, die is bang voor ons.”

Sinds het uitbreken van het conflict geven de Oekraïners gul aan het leger en aan gewonden in het oosten. In stadsbussen en op lantaarnpalen in de grote steden hangen oproepen om geld of spullen te doneren en in de meeste winkels staan collectebussen. In het afgelopen jaar zijn er tientallen nieuwe organisaties opgericht en er zijn honderden vrijwilligers die ongeregistreerd geld ophalen.

C Anastasia

Foto die Anastasia deelde op facebook om donateurs te laten zien hoe hun geld terecht komt.

Er worden miljoenen opgehaald. Hoeveel precies, weet niemand. Bedragen zijn niet bekend en waar het terecht komt evenmin. De overheid controleert niet of nauwelijks. Alles gaat op basis van vertrouwen.

Het gaat niet altijd goed. De Oekraïense BBC-afdeling deed een klein onderzoek naar de collecteboxen op straat. Daaruit bleek dat collecteurs soms wel 40 procent van het geld dat ze ophalen, zelf houden. Oekraïense media berichtten ook al over ‘vrijwilligers’ die geld in eigen zak staken in Odessa en Dnjepropetrovsk.

“Er zitten rotte appels tussen”, geeft Muzika toe, in het dagelijks leven financieel adviseur. Hij vertelt over een soldaat die gedoneerde spullen verkocht en het geld naar zijn familie stuurde. Toch zijn de meest vrijwilligers goed, weet hij. Met een grijns: “Ook al voldoen we misschien niet helemaal aan jullie westerse standaarden.”

Andere vrijwilligers bevestigen zijn verhaal. Anastasia Kuzmina (30) en Katja Viktorenkova (35) – in het dagelijks leven tekstschrijver en huisvrouw – halen geld en spullen op voor vluchtelingen en families van militairen. Viktorenkova heeft geen vertrouwen in de acties van de overheid. “In een sms-actie voor het leger werd bijna tachtig miljoen euro opgehaald. Niemand weet wat daarmee is gebeurd.” Dus doen de vrouwen het liever zelf. Kuzmina: “Ook al gaat het weleens mis, Oekraïners geven liever geld aan gewone mensen dan aan overheden of organisaties. Het is een via via-economie.”

Kleine vergrijpen worden door de vingers gezien, maar grote fraudeurs worden aangepakt, zegt Muzika. “Als we zien dat mensen collecteren om te stelen, pakken we ze op, meestal in samenwerking met de politie of geheime dienst.” Hij wil niet zeggen wat er gebeurt met deze fraudeurs. “We straffen ze”, zegt hij met toegeknepen ogen. “Het gaat niet altijd volgens de wet. Het is oorlog.”

Hoewel de vrijwilligers last hebben van de fraude, twijfelen ze over de vraag of er meer controle van bovenaf moet komen. “Liever niet”, zegt Muzika. “Ik koop wapens op de zwarte markt, dat is snel en effectief. Als we alles op jullie westerse ‘legale’ manier doen, krijgen de soldaten niets en verliezen we deze oorlog.”

Vrijwilligster Viktorenkova knikt en vertelt een grap die rondgaat onder vrijwilligers. “Waarom heeft Oekraïne nog geen kernwapens? Omdat de vrijwilligers die nog niet hebben besteld.” Daarna vervolgt ze serieus. “Wij hebben geen overheid die zich aan de wet houdt. De grote aantallen vrijwilligers laten in mijn ogen zien dat Oekraïne volwassen wordt, dat de burgers tegenwoordig zelf verantwoordelijkheid nemen. Het is een soort crowdfunding. Dat er dingen fout gaan, moeten we accepteren tot we een overheid hebben die we kunnen vertrouwen.”

Het Oekraïense ministerie van financiën, verantwoordelijk voor het controleren van vrijwilligers en collecterende organisaties, wil niet reageren op vragen van Trouw.

Hoe Russisch is Djed Moroz, de Oekraïense kerstman?

7 januari 2015 (Trouw) – Oude sovjettradities leven voort, daar verandert het conflict om Oost-Oekraïne niets aan. ‘Je moet van een kinderfeest geen politiek maken.’

De meeste Leninbeelden zijn neergehaald, de regering zet zich pro-westers op de kaart en het conflict met Rusland heeft een patriottisme losgemaakt zoals niet eerder vertoond sinds het land onafhankelijk werd in 1991. Oekraïne lijkt zich meer en meer los te maken van Rusland en het sovjetverleden.

djed morozMaar betekent dat ook dat het land verwestert? In de feestweek waarin Oud en Nieuw en Kerstmis worden gevierd, blijken de oude tradities hardnekkig, ook al beweert de Russische televisie anders.

Deze week staat Oekraïne in het teken van Kerst, dat hier volgens orthodox gebruik op 7 januari gevierd wordt. Niet alleen de datum is anders dan in Europa. De Oekraïners zetten hun boom met Oud en Nieuw op, niet met Kerst. En de Kerstman ziet er heel anders uit.

Deze week staat Oekraïne in het teken van Kerst, dat hier volgens orthodox gebruik op 7 januari gevierd wordt. Niet alleen de datum is anders dan in Europa. De Oekraïners zetten hun boom met Oud en Nieuw op, niet met Kerst. En de Kerstman ziet er heel anders uit.

Djed Moroz heet hij, grootvadertje vorst. Hij is een Slavische versie van de Kerstman die we kennen uit de Angelsaksische wereld. Hij draagt een kerstmuts van bont, een met krullen versierde cape en hij heeft een orthodoxe staf. Zijn hulpje is geen kleine elf, maar een knap jong meisje met een sneeuwkroontje. Volgens de mythe zijn kleindochter.

Zoals Sinterklaas in Nederland is Djed Moroz een van oorsprong eeuwenoude mythologisch figuur. Met een sovjettintje. De communisten verboden hem in de jaren twintig omdat hij hen deed denken aan priesters en koelakken, en daarmee aan alles wat verdorven was aan het oude Rusland. In de late jaren dertig bedachten ze zich en herintroduceerden hem door de hele Sovjet-Unie.

In de Russische media ging de afgelopen weken het verhaal rond dat de Oekraïners in een poging te breken met de oosterburen de magische figuur hadden afgeschaft. De 27-jarige Serge Torzevski die met zijn vrienden de kerstmarkt op het Kontraktova-plein in Kiev bezoekt kijkt stomverbaasd als hij het hoort. “Zijn ze gek geworden? Wij hebben net zoveel recht op gemeenschappelijke tradities als de Russen.”

De meerderheid van de Oekraïners deelt de mening van Torzevski: orthodoxe en sovjettradities zijn niet alleen van Rusland. Dit geldt evenzeer voor het orthodoxe geloof en de Russische taal. “Je moet politiek los zien van religie en cultuur, en al helemaal van feestdagen”, zegt de 60-jarige Larissa Lipetski. “Het conflict verandert daar niets aan.”

Dat is niet zo gemakkelijk. Religie bijvoorbeeld speelt wel degelijk een rol in het conflict. De orthodoxe kerk in Oekraïne is sinds de onafhankelijkheid verdeeld: mensen volgen de Oekraïense of de Russische patriarch. De laatste is tegenwoordig nauw verbonden met de Russische president Poetin.

Dat is niet zo gemakkelijk. Religie bijvoorbeeld speelt wel degelijk een rol in het conflict. De orthodoxe kerk in Oekraïne is sinds de onafhankelijkheid verdeeld: mensen volgen de Oekraïense of de Russische patriarch. De laatste is tegenwoordig nauw verbonden met de Russische president Poetin.

De gevolgen waren zichtbaar tijdens de protesten op het Maidanplein in februari vorig jaar. Tijdens de gevechten tussen activisten en politie vingen de Oekraïense kerken wel gewonde activisten op maar sloten de Russisch orthodoxe kerken hun deuren.

De afgelopen maanden zijn enkele Russisch orthodoxe kerken in Oekraïne van patriarch gewisseld. Maar de meeste mensen zien het zoals Torzevski het verwoordt: “We zijn inderdaad patriottistischer geworden. Zo hebben we meer aandacht voor typisch Oekraïense dingen. Maar dat betekent niet dat we radicaal breken met oude tradities.”

De afgelopen maanden zijn enkele Russisch orthodoxe kerken in Oekraïne van patriarch gewisseld. Maar de meeste mensen zien het zoals Torzevski het verwoordt: “We zijn inderdaad patriottistischer geworden. Zo hebben we meer aandacht voor typisch Oekraïense dingen. Maar dat betekent niet dat we radicaal breken met oude tradities.”

Dit nieuwe patriottisme is zichtbaar in Kiev. Steeds meer reclames zijn versierd met Oekraïense borduursels. Op de kerstmarkten is die vaderlandsliefde meer zichtbaar dan in de afgelopen jaren. Anders dan in het verleden worden nu Oekraïense bloemenhaarstukjes en folkloristische geborduurde hemden verkocht naast de knuffels van Djed Moroz. Uit de Glühwein steken dit jaar gele en blauwe rietjes, de kleuren van de nationale vlag.

Een man verkleed als grootvadertje vorst op het Sofiski plein ontploft bijna als hem gevraagd wordt of zijn kostuum uit de sovjettraditie stamt. “Ik ben Oekraïner boven alles”, bast hij. Hij schreeuwt zo hard dat een klein meisje dat met hem op de foto wil schrikt en bijna begint te huilen.

“Ik ben tegen alles wat Russisch is”, zegt hij zachter. Hij denkt even na en wijst dan naar een collega die verderop in hetzelfde pak in het geel Lipton-thee staat te verkopen. “Het gaat niet om je uiterlijk maar om wat je doet. Hij daar is een verrader. Hij verkoopt thee die in Rusland wordt gemaakt.”

Zijn in het geel geklede collega schudt moedeloos het hoofd als hij het hoort. “Je moet een feestje niet politiek maken, het gaat hier om de kinderen.” Toch kan hij de opmerking niet helemaal loslaten. Hij wijst naar een pakje thee in zijn kraampje. “We hebben tegenwoordig ook nieuwe thee hoor. Die wordt in Polen gemaakt.”